De prijs van China's zwarte goud

Chinese kolenmijnen staan bekend als de onveiligste ter wereld. Nergens vallen er zoveel mijnslachtoffers als in China. De centrale overheid staat machteloos.

Toen op 22 december in de kolenmijn van directeur Zhang Ying een gasontploffing plaatshad was het eerste wat hij deed zwijgen. Hij zocht de familieleden van de slachtoffers op en probeerde hun zwijggeld te betalen, 3.600 tot 6.000 euro per familie – vier maal het jaarinkomen van een Chinese mijnwerker. Maar gisteren tijdens een bezoek aan familieleden in de provincie Shaanxi liep hij tegen de lamp.

Het Chinese persbureau China Nieuwsservice heeft vandaag gemeld dat Zhang en drie van zijn handlangers zijn gearresteerd omdat zij hadden getracht het ernstige mijnongeluk in de naburige provincie Gansu in de doofpot te stoppen. Wat bleek, bij de gasontploffing waren elf mijnwerkers om het leven gekomen. De zaak kwam pas aan het licht toen familieleden van de overledenen zich vorige week meldden bij de plaatselijke overheid.

China, dat nog steeds voor het merendeel van zijn energievoorziening afhankelijk is van kolen, beschikt over de grootste mijnindustrie ter wereld. Volgens officiële cijfers kwamen er in 2001 7.000 mensen om bij mijnongelukken.

De overheid, in verlegenheid gebracht door de aanhoudende berichten over mijnongelukken die vrijwel wekelijks het nieuws halen, stelt strenge straffen in het vooruitzicht aan eigenaren van mijnen die de veiligheid ervan niet weten te waarborgen. Dat heeft echter in de praktijk tot gevolg dat verantwoordelijke ambtenaren en mijnbezitters ertoe overgaan om ongelukken niet meer aan te geven, of om het aantal doden in hun rapportage naar beneden bij te stellen. Uit berichten is gebleken dat sommige mijnbazen na een ongeluk zijn gevlucht of hebben geprobeerd de lijken van de slachtoffers 's nachts elders te dumpen. Niet iedereen wordt even snel vermist, want veel mijnwerkers zijn op hun eentje vanuit arme, afgelegen boerenstreken naar de mijngebieden getrokken waar zij relatief goed betaald werk vinden in de onveilige mijnen.

Zo vond de politie vorige zomer in de provincie Shanxi 36 lichamen op vier ver van elkaar verwijderde lokaties in de buurt van een goudmijn. Daar had eerder een explosie plaatsgehad. De eigenaar die op de vlucht was geslagen, had aanvankelijk niet meer dan twee slachtoffers gemeld.

Veel van de gevaarlijkste mijnen zijn het eigendom van privé-ondernemers. Die kopen oude mijnen op die door de staat gesloten zijn omdat ze te onrendabel of te gevaarlijk zijn. Ze steken niet of nauwelijks geld in het verbeteren van de veiligheid in de mijnen, deels uit winstbejag, maar deels ook omdat ze de technische kennis ontberen om gevaren goed in te schatten en om de juiste preventieve maatregelen te nemen.

Volgens het officiële Chinese persbureau Xinhua had de plaatelijke mijninspectiedienst de gisteren gearresteerde Zhang in 2002 al dertien keer gesommeerd om zijn mijn te sluiten. Hij had daar nooit gevolg aan gegeven. Dat is niet uitzonderlijk. De lokale economie is meestal sterk afhankelijk van de inkomsten die de mijn genereert: vaak vormt zo'n mijn de enige werkgelegenheid in de wijde omtrek. Ook overheidsambtenaren zijn in de praktijk vaak vóór het openhouden van gevaarlijke mijnen. De mijnen zijn niet alleen goed voor de belastinginkomsten, maar ook zijn eigenaren vaak bereid om ambtenaren onder tafel wat extra's toe te stoppen als ze een oogje toe doen met de veiligheidsvoorschriften.