De groeiagenda

`Van euforie naar realisme' heet het nieuwjaarsartikel dat de hoogste ambtenaar bij het ministerie van Economische Zaken traditiegetrouw aan het begin van het jaar in het economenblad ESB publiceert. Nederland heeft deze psychologische omslag met vertraging gemaakt. De politieke schemerperiode van het afgelopen jaar valt mede te verklaren uit de moeite die het kost om de veranderde economische werkelijkheid door te laten dringen. Bij de vorige parlementsverkiezingen hingen de meeste partijen nog aan de economische zegeningen van de paarse wonderjaren; nu gaan alle partijen met sobere economische standpunten de vervroegde verkiezingen in.

Het ESB-artikel van secretaris-generaal Oosterwijk verheldert hoe het mogelijk is geweest dat Nederland van bejubeld koploper in de Europese Unie eind jaren negentig is afgezakt naar de onderste regionen van de EU wat economische prestaties betreft. De diepte van het conjuncturele dal (de groei van 2001-2003 is minder dan in de vorige periode van slapte 1991-1993) is des te zorgwekkender omdat het Centraal Planbureau onlangs heeft vastgesteld dat de economische capaciteit van Nederland duurzaam afneemt. Zoals blijkt uit de bijstellingen van de verkiezingsprogramma's hebben de politici van alle partijen dit inmiddels begrepen. De ombuigings- en bezuinigingsbedragen vliegen de kiezers om de oren.

Het ESB-artikel biedt een waarschuwing en een richtlijn. De structurele kracht van de Nederlandse economie moet worden verbeterd. De loonmatiging waartoe de vakbonden zich met het recente najaarsakkoord voor een jaar bereid hebben verklaard, moet over een langere periode worden voortgezet. De royale loonstijgingen die Nederland zich in de tijd van schaarste op de arbeidsmarkt kon permitteren, vallen met de oplopende werkloosheid niet meer vol te houden. Er zal bovendien meer moeten worden gedaan om de productiviteit van de economie te vergroten. Hiervoor moet er aandacht komen voor de versterking van het klimaat voor de particuliere bedrijvigheid. Tegen de tijdgeest in bepleit de hoogste ambtenaar van Economische Zaken dan ook een verdergaande liberalisering van de economie en investeringen in onderzoek en innovatie.

Een onverwacht probleem waarmee het bedrijfsleven en werknemers te maken krijgen, vormen de stijgende kosten van de pensioenregelingen. De bedrijfspensioenfondsen blijken aanzienlijk – en soms dramatisch – minder solide dan werd gedacht en er moeten nu in hoog tempo maatregelen worden genomen om aantasting van de pensioenvoorzieningen te voorkomen. Dit jaagt de loonkosten op en beknot de koopkracht van werknemers. Hieraan zal een nieuw kabinet met urgentie aandacht moeten besteden, samen met werkgevers en werknemers. Daarnaast doemen (Europese) obstakels op bij de voorgestelde hervorming van het ziektekostenstelsel. De suggestie van Oosterwijk om de hieraan gekoppelde lastenverlichting op een andere manier in te zetten, kunnen de onderhandelaars voor het nieuwe regeerakkoord zich aantrekken.

Een groeiagenda voor de economie is de basis voor herstel in de komende kabinetsperiode. Het recept van lagere loonkosten, ombuigingen en trefzekere inzet van lastenverlichting is helder, nu komt het aan op de uitvoering.