De dwerghofnar Nain Bébé

Tijdens zijn leven was hij speelgoed voor de adel. Na zijn dood solde de wetenschap met zijn skelet. En vorig week verbrandde het porseleinen beeld dat de herinnering aan de piepkleine hofnar Bébé levend moest houden.

Een minidrama stond afgelopen zaterdag vermomd als klein bericht in de krant: het `kleine Versailles', het kasteel van Lunéville in Lotharingen, was de vorige dag door een grote brand verwoest.

Weg is nu de prachtige verzameling porselein. Weg is ook het beeld van aardewerk van Le Nain Bébé, de kleine hofnar van koning Stanislas Leszcinski. Deze Stanislas was verdreven uit Polen. Zijn schoonzoon koning Lodewijk XV van Frankrijk had hem in 1737 benoemd tot Hertog van Lotharingen en het in 1723 voltooide kasteel in Lunéville tot zijn beschikking gesteld.

De `Nain Bébé' – Dwerg Baby, zoals hij werd genoemd – is in 1741 als Nicolas Ferry in een boerengezin geboren. Hij was 25 centimeter lang en woog nog geen vijf ons. Hij groeide uit tot 89 centimeter. Hij zag er aardig uit maar was waarschijnlijk zwakbegaafd. Toen hij aan het hof was gebracht heeft men zonder succes gepoogd hem te leren lezen en schrijven. Hij kon alleen een beetje dansen. Hij werd indertijd koppig, opvliegend, lui en jaloers genoemd, bovendien `sensueel' en ook nog een smulpaap.

Hij was een grote bezienswaardigheid, die als een levende pop werd behandeld. Er werd voor hem een mini-kasteel gebouwd van anderhalve meter hoog dat op schaal werd ingericht. Het stond in een van de kamers van het kasteel. Als hij kwaad was trok hij zich daarin terug. Als Stanislas hem liet roepen deed hij een raam open en zei waardig: ,,Zeg tegen de koning dat ik er niet ben.''

Hij had een vreselijke hekel aan lawaai. Als de koning triktrak speelde, maakte hij zo'n toestand dat de koning wel op moest houden. Die zette hem dan op tafel waar hij van de stenen torens ging bouwen. Ook had hij een eigen koetsje dat door geiten werd getrokken en dat hij zelf mende in de tuinen van het paleis. De dames aan het hof hadden veel plezier in hem. Hij verstopte zich graag, vooral onder hun rokken, vandaar zeker dat hij `sensueel' werd genoemd? Bovendien fungeerde hij als spion van de koning. Hij ving heel wat roddels op, ik denk dat dit ook kwam omdat hij als `non-persoon' werd beschouwd. Arme Bébé. Hij fungeerde als speelgoed voor de adel.

Toen ik de verhalen over hem las moest ik denken aan Bart de Graaff, de BNN-voorzitter die vorig jaar overleed. Ook hij was een `aai-object' en kon zich op televisie vileine dingen veroorloven omdat hij als kleine man – en gunsteling van het volk! – toch niet helemaal serieus werd genomen, denk ik.

Een afgezant van keizerin Elisabeth van Rusland heeft zelfs geprobeerd Bébé te stelen. In 1759, Bébé was toen 18 jaar, kwam gravin Humniecka, familie van Stanislas, op bezoek in het paleis. Zij had een Poolse dwerg bij zich, 22 jaar oud, die Graaf Boruslawski werd genoemd. Ze reisde met hem de Europese vorstenhuizen rond. Hij was zeer ontwikkeld en sprak zelfs drie talen. Hij `straalde van jeugd en vitaliteit', terwijl Bébé al aan het verouderen was. Deze Boruslawski verontschuldigde zich bij Bébé, omdat hij, slechts 75 centimeter groot, nóg kleiner was. Bébé legde uit dat hij ziek was geweest en daarom was gegroeid! Hij was zo jaloers op de Pool dat hij probeerde hem in het haardvuur te werpen. (De Poolse dwerg is trouwens 98 jaar geworden en is op 40-jarige leeftijd met een meisje van normaal postuur getrouwd bij wie hij twee kinderen heeft gekregen.)

In zijn laatste levensjaren verouderde Bébé snel. Hij kwijnde weg, waarop men een vrouw voor hem zocht, Thérèse Vouvray, 90 centimeter groot. Nog voordat hij zich met haar kon verloven werd Bébé ernstig ziek. Stanislas liet zijn moeder komen in wier armen hij op 9 juni 1764 is gestorven, 22 jaar oud. Stanislas was aangedaan door zijn dood, maar liet toch zijn Zweedse lijfarts samen met de chirurgijn het lichaam van de Nain tot op het bot ontleden. Het skeletje werd in een grote bokaal naar het Museum van Natuurlijke Historie in Parijs gestuurd, waar het zich nog steeds bevindt. Zo werd ook na zijn dood nog met de kleine man gesold.

Niet alle herinneringen aan de kleine hofnar zijn verdwenen. In het Historisch Museum van Nancy hangt nog een portret van hem. Op dit schilderij is hij afgebeeld in een prachtig blauw uniformpje met tressen. Hij kijkt ons uitdagend aan. Zijn rechterhand rust op de kop van een grote hond. In een vitrine ernaast liggen enkele van zijn inmiddels verschoten kleertjes en schoentjes.

    • Laura Reedijk