Waterbeheer kan een feest zijn

Nederland is de delta van vier Europese rivieren: Eems, Maas, Rijn en Schelde. Oorspronkelijk stond ons land soms voor eenderde, dan weer voor tweederde blank. Terpen, dijken, dammen en gemalen werden aangelegd en aldus werd het moeras van weleer omgetoverd tot één van de dichtst bevolkte en meest welvarende delen van het continent. Om de landhonger te stillen zijn 450 polders aangelegd, zijn rivieren in het korset van hun zomerbedden geperst. Nog steeds neemt de druk op de ruimte toe, maar doorgaan met landwinning is geen optie. Inklemmen van water eist zijn tol.

Overheden moeten creatief gaan nadenken in plaats van technocratisch op te treden

Inhoudelijk staat niets een andere benadering in de weg. Het belangrijkste obstakel schuilt in het denken van overheden, die al ruim 700 jaar op technische en technocratische wijze omgaan met water. De noodzaak van een ruimtelijke aanpak is op papier inmiddels vertaald in retentiegebieden en noodoverlaatgebieden of calamiteitenpolders. Uitgedrukt als metafoor van een auto zouden dijken de bumpers zijn, retentiegebieden de veiligheidsgordels en noodoverlaatgebieden de airbags. Waar het bij dijken gaat om kubieke meters, gaat het bij de twee nieuwe technieken om vierkante meters.

Een omslag in denken door overheden bleek evenmin uit een interview met de directeur van de Unie van Waterschappen in deze krant van 8 oktober vorig jaar. De strekking luidde: de waterschappen kunnen ook deze klus klaren, mits voldoende middelen beschikbaar zijn. Die hebben becijferd dat tot 2050 twintig miljard euro nodig is. Voor dat geld kan land worden gekocht, vergelijkbaar met het oppervlak van een grote provincie. Ook hier spreekt het technocratische waterdenken. In een tijd dat ruimte én overheidsgeld schaars zijn, zit Nederland niet te wachten op een nieuwe publieke grootgrondbezitter.

Ruimte voor water, in een land waar elke vierkante meter minimaal één bestemming heeft, betekent dat water moet worden ingepast in het ruimtegebruik. Voor een delta ligt niets zo voor de hand als het combineren van water met wonen, werken, recreëren en natuur. Waar bewoners en gebruikers van een gebied na realisatie de hoofdrolspelers zijn, moeten zij minimaal een serieuze rol kunnen spelen tijdens planvorming. Dat overheden alle reden hebben hun burgervrees te overwinnen, blijkt uit de zogeheten spiegelprojecten, waarmee Habiforum met de verantwoordelijke overheden is begonnen.

In het kader van het spiegelproject geven bij wijze van experiment de verantwoordelijke overheden gezamenlijk de voorwaarden aan waaraan oplossingen moeten voldoen en spelen bewoners en gebruikers van de polder de hoofdrol bij de planontwikkeling. Dat is geheel in lijn met de traditie van Nederland tot de 20ste eeuw, die bijvoorbeeld heeft geresulteerd in de grachtengordel in Amsterdam en de rijke cultuurhistorie langs de Vecht. Waar overheden aanvankelijk vreesden voor hevig verzet, vinden zij onder particulieren juist voorlopers wat betreft orthodox denken.

Voor de toekomstige inrichting zijn door en met bewoners inmiddels twee alternatieven ontwikkeld: `hoogland' en `breedband'. In `hoogland' wordt in het midden van de polder begonnen met aanleg van een verhoogd `klavertje vier'. Aan de randen worden kavels gecreëerd voor de huidige bewoners en tussen de lobben ontstaat ruimte voor enkele ondernemers. Als één en ander is gerealiseerd wordt het `klavertje vier' een bewoond eiland in het Groene Hart.

In `breedband' wordt een nieuwe Vechtarm aangelegd langs de rand van de polder en wordt de bestaande ringdijk verbreed. Hierop worden kavels uitgegeven, in eerste instantie voor de huidige bewoners. Na realisatie wordt ook hier het gemaal stopgezet en ontstaat lokaal ruimte voor nieuwe drijvende woningen en kassen. In beide alternatieven biedt het ontstane meer ook soelaas voor tijdelijke waterberging.

Door bewoners, in ruil voor het opgeven van één woning, twee kavels met bouwvergunning te geven krijgen zij de keuze voor nieuwbouw van twee woningen voor zichzelf, of verkoop van één kavel. Dit laatste genereert ruim voldoende middelen voor de bouw van een nieuwe woning. Zo verandert dwang om te verhuizen in een verleiding. Wonen aan open water met een eigen steiger achter het huis, en dat op steenworp van de randstad, is zeer gewild. Door tevens meer woonkavels te creëren dan nodig voor de huidige bevolking, kan een flink deel van de kosten later worden terugverdiend. Het zelf kunnen ontwikkelen van talrijke kansen met water maakt steeds meer bewoners enthousiast voor de toekomst van hun polder.

Voor de verantwoordelijke overheden is er ook alle reden voor enthousiasme. Eerste berekeningen van kosten en baten sluiten niet uit dat deze operatie nagenoeg budgettair neutraal kan worden uitgevoerd. Belangrijke les is dat waar overheden zichzelf niet langer als middelpunt zien en burgers serieus nemen, waterbeheer eerder enthousiasmeert dan frustreert en bovenal betaalbaar blijft.

Peter van Rooy is directeur van strategisch adviesbureau Accanto en regisseur van onorthodoxe waterprojecten in opdracht van Habiforum en Martin Vuyk is voorzitter van Bewonersvereniging Horstermeerpolder.

    • Peter van Rooy
    • Martin Vuyk