Stille Willem

Een stokoude papegaai als partner, het kan heel goed. Er is maar één probleem: de benedenbuurman is overgevoelig voor geluid en wil het beest het liefst de nek omdraaien.

Mijn samenleven met die vogel is een groot misverstand. Dat kan ik Stille Willem niet uitleggen. Hij is mijn benedenbuurman. Als ik hem zou uitleggen dat ik haar partner ben. Dat ik nog steeds moet boeten omdat ze 35 jaar geleden uit de veilige Afrikaanse jungle is weggesleurd en door toeval in mijn bureaula terecht is gekomen. Hij zou het niet begrijpen. We zijn tot elkaar veroordeeld. In voor- en tegenspoed. Stille Willem heeft daar last van. Als ik in de keuken ben roept ze me. Als zij in de keuken is en ik ben in de kamer, roept ze me. Ze houdt graag contact met haar vrijer. Eigenlijk zwijgt ze alleen als ik weg ben.

In het voorjaar zei een vriend tegen me: ,,Fred, je hebt je sokken binnenstebuiten aan.'' Hoe komt zoiets? Dat komt door Stille Willem en het komt ook door de lente. Willem houdt niet van geluid. Hij heeft geen tv en geen radio, hij is overgevoelig voor storende geluiden. Daarmee bedoelt hij Alle Geluiden. De lente is een beroerde tijd voor Willem.

Vogeltjes staan vroeg op. Op zoek naar ontbijt zingen ze lenteliedjes in de tuinen. Mijn stokoude papegaai gaat dan vanzelf meedoen. Vitaliteit werkt aanstekelijk. Behalve als het pikkedonker is in huis, dan doet ze haar bek niet open. Daarom heb ik alles verduisterd vanwege Willem, ik houd de dikke veloursgordijnen gesloten, ik scharrel 's morgens slaapdronken in het pikkedonker rond door mijn slaapkamertje waar een deken het raam verduistert en ik sluip door de kamer waar een doek voor de deur hangt en dikke gordijnen voor de ramen het donker houden. Ik Doe Alles Op De Tast.

Het ergste wat me 's morgens vroeg kan overkomen is het geluid van de deurbel. Dan is Willem wakker geworden! Alle moeite is deze morgen vergeefs geweest. Als ik de buitendeur opendoe staat hij daar, in zijn pyjama. Ik mag niet lachen, dat kost moeite. Want Willem ziet er uit als een kingsize bolle baby. Hij kan elk ogenblik in huilen uitbarsten. Het leven zit hem immers al dertig jaar tegen? En nou dit weer.

,,Buurman, ik kan niet slapen met die herrie. Kan je niet wat doen aan die vogel?'' Ja, ik kan haar nek omdraaien.

Dat vindt Willem ook. ,,Ik zou dat beest zijn nek om willen draaien'', zegt hij. Willem leeft alleen. Hij heeft geen vaste partner zoals ik. Zijn oude moeder komt eens in de week schoonmaken. Ze gooit de ramen open. Haar luide gezang maakt mijn vogel stil. ,,Hij is geen homoseksueel hoor'', zegt ze tegen mij. ,,Hij verdraagt geen zonlicht, het is een afwijking. Dat had hij als kind al. Zijn vriend woont in Limburg. Ze gaan samen op vakantie.'' Ik knik. Moet ik nu gaan zeggen wat mijn seksuele gezindheid is? Dat ik val op papegaaien? Maar dat ik niet afkerig ben van watervogels? Als het niet anders kan?

Ik weet inmiddels hoe een blinde zich voelt. Ik kleed me aan op de tast. Dat gaat heel goed. Alleen kan ik nog niet voelen wat de binnen- en buitenkant van een sok is. Ook is in het donker onduidelijk wat de voor of achterkant van een T-shirt is. Ben ik klaar, dan ruk ik de dikke gordijnen in de kamer open, nu moet ik vlug zijn. Ik hoor de vogel uit haar bureaula tevoorschijn scharrelen, nog helemaal slaapdronken. Ik roep gehaast goeiemorgen, grijp mijn tas en ren de trap af voordat ze begint met het aanprijzen van de nieuwe dag. Ik hoop dat ze stil blijft. Als ik buiten sta blijft het boven doodstil.

Het is vandaag gelukt.

Kom ik 's middags thuis. Heeft ze de pest in. Jaagt ze op mijn voeten. Normaal jaagt ze op vrouwenvoeten, maar die hebben in de loop der jaren allen de wijk genomen. Om mij te verpozen na een drukke dag neem ik mijn viool ter hand. Willem vindt viool mooi. Hij moedigde me zelfs aan om zonder demper te spelen. De Ierse muziek herinnert hem aan een mooie vakantie met zijn Limburgse vriend. Ik speel de sterren van de hemel in mijn zwaar verduisterde slaapkamertje. Ik hoop dat Willem het mooi vindt. Muziek ontspant. Ik voel een stekende pijn in mijn voet. We schrikken allebei hevig, het gaat zo snel. Ik ben vergeten de dekbedovertrek over mijn voeten te leggen, ik lette even niet op. Ze beet in mijn teen. In een reflex trok ik mijn voet omhoog. Vioolspelen op één been is nooit geoefend, dus ging mijn voet met wapperende vogel eraan vast net zo snel naar beneden. Ze valt eraf. Maar voordat er zeventig kilo op haar oude lijfje terechtkomt, maak ik snel een draaiende beweging, trap er rakelings naast en vang tegelijkertijd mijn stokoude viool op. Mijn voet landt met een harde bonk op de vloer. Ik schrik me dood. Zij ook. Hevig krijsend waggelt ze terug naar haar bureaula.

Beneden gaat de deurbel.

    • Fred Koning