Sieraden en tweeduizend rolletjes lint

Bijna tweeduizend rolletjes lint bedekken een muurvlak van twee bij drieëneenhalve meter. Van een kleine afstand gezien vormen ze een raster, een soort tastbare pixels. Doe je een paar stappen terug, dan zie je een pointillistische muurschildering van iets dat vagelijk lijkt op een herfstig loofbos. Ga weer dichterbij staan en het zijn de textielrafels, de oneffenheden van de plastic klosjes en de gebutste kopjes van de spijkers waar ze aan hangen, die opvallen.Lam de Wolf noemt haar vorig jaar gemaakte werk Handcomputer I en die titel geeft meteen het ongrijpbare karakter van het werk weer. Is het ambacht of cyberkunst? Is het een sculptuur, een schilderij, een installatie?

Het intrigrerende Handcomputer I is een logische voortzetting van De Wolfs eerdere werk. In de jaren tachtig maakte ze furore met `draagbare objecten' waarvan nooit helemaal duidelijk was of het nu sculpturen waren of sieraden. Maar de conservator toegepaste kunst van het Stedelijk Museum, Marjan Boot, doet net alsof dat uitgummen van grenzen tussen disciplines en genres iets nieuws is. Ze presenteert Handcomputer I als uithangbord voor de tentoonstelling Blur. In deze uitstalling van haar aanwinsten van de afgelopen twee jaar staat het 'ontgrenzen' centraal. Er is volgens haar recentelijk sprake van 'blurring', vervaging van het begrip 'toegepaste kunst'.

Het klinkt een beetje als een kunstgreep, dat belegen theoretische raamwerk dat over de 51 zeer uiteenlopende aanwinsten is heengelegd. Blur is geen consistent geheel met een duidelijke lijn. Dat kan je ook niet verwachten van een aankooppresentatie. Maar de tentoonstelling getuigt zelfs niet van een visionair verzamelbeleid; Blur is meer de rapportage van een inhaalslag.

Er is opvallend veel oud werk - vooral sieraden - aangekocht. Het perspex collier van Marion Herbst en de achter plexiglas gevangen foto van een glimmende bolide, gemaakt door Gijs Bakker zijn typerend voor de late jaren zestig en zeventig. En de versneden portretstudies van Emo Verkerk zijn ook al twintig jaar oud. Die aankopen moeten gezien worden als een poging historische gaten in de museumcollectie te dichten. Dat geldt zeker voor de drie metalen ringen van de onlangs overleden Onno Boekhoudt, van wie - ondanks zijn status als internationaal topontwerper - tot nu toe niet één werk te vinden was in de depots van het Stedelijk.

Gelukkig liet het budget ook ruimte voor een paar jonge, avontuurlijke sieraadontwerpers. Iris Eichenberg zag haar autospiegel-halssierraad verheven tot museale status. Van Manon van Kouswijk kocht het Stedelijk een Siamese tweelinglepel met de surrealistisch-narratieve titel 'An Angel at my Table'. En Dinie Besems is vertegenwoordigd met haar sensuele zakdoek gemaakt van zilverkettinkjes.

Maar over het algemeen overheersen in Blur de degelijke, voor de hand liggende keuzes. Zo is het geen verrassing de mat geglazuurde aardewerken urnen van Maria van Kesteren in de vitrine te vinden. Of het keramische werk van de Britse arrivé Andrew Lord. Het is allemaal werk dat zonder meer in het Stedelijk thuishoort en het is goed dat het gekocht is. Maar waarlijke ontdekkingen die de grens van verbazing en bewondering overschrijden zitten er niet bij.

Tentoonstelling: Blur, nieuwe aanwinsten toegepaste kunst. Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam.T/m 16 febr, dagelijks 11-17u.

    • Edo Dijksterhuis