Schreeuwen tegen een dode

Nog nooit heb ik iemand met 90 decibel geluidssterkte een overledene in een kist zien toespreken. Integendeel, in een rouwkapel is het stil en mensen zwijgen of fluisteren hooguit. Maar in de Nederlandse comedy is de werkelijkheid onbelangrijk. Daar schallen de rouwbezoekers tegen elkaar en komt de zoon van de overledene nog eens op topsterkte overheen. Een dooie in een kist, haha, wat grappig, haha, en dan komt die zoon, haha, en gaat haar toeschreeuwen, haha, dat hij in haar is teleurgesteld, haha. En omdat het zo luid is, haha, komen de andere aanwezigen er achter hoe ze, haha, dood is gegaan.

Deze dodenscène komt uit Gemeentebelangen, een comedy over burgemeester en wethouders van een klein dorpje. Ik had me erop verheugd. Maar helaas, het heeft niets te maken met de werkelijkheid om ons heen en daar wil ik juist zo graag om lachen. De burgemeester is de keurig sprekende mevrouw die al eeuwen lang de hoofdrol krijgt in alle Nederlandse toneelkluchten. Haar wethouders zijn zus en broer, die toevallig ook nog met elkaar in huis wonen met hun oude vader en de echtgenote van de broer. Alleen de ambtenaar met ribbroek en stropdas lijkt echt. Dus wat een kansrijke politieke comedy had kunnen worden en juist in deze verkiezingstijd afleiding had kunnen bieden, ontaardt in een traditionele familieklucht, toch nog goed voor 875.000 kijkers. Hoeveel zouden dat er niet zijn als het op de werkelijkheid sloeg.

Dat het zo pover is, ligt niet alleen aan de grappen – schrijver Harm Edens is de slechtste niet – maar ook aan de regie en de aankleding. Het gemeentehuis is geen hedendaags kantoor en heeft hetzelfde oranje Endemol studio-meubilair als de sociëteit. Je ziet dezelfde Kringloopwinkelstijl ook wel terug bij de soap Goede Tijden, Slechte Tijden. En als het Kerstmis is en er monsterlijke relatiegeschenken worden uitgedeeld, gaan de wethouders buiten wandelen in een zomerse omgeving met de bomen vol in het blad. Merkwaardig dat in een land dat zoveel knappe cabaretiers voortbrengt en volwassen tv-fictie produceert geen actuele comedy kan worden gemaakt.

Wat een verschil met Spin City, de Amerikaanse versie van Gemeentebelangen, dagelijks op Net5. De burgemeester lijkt echt, een grijze, ijdele man. De chef-staf is half zo groot als de burgemeester en lijkt sprekend op George Stephanopoulos, de bekende medewerker van voormalig president Clinton. In het kantoor staan kopieermachines en computers, objecten waar je herkenbare grappen mee kunt maken. Medewerkers spoeden zich met velletjes papier tussen die apparaten. Er doen zich kantooraffaires voor, imagokwesties, persconferenties. De makers zijn op de hoogte van de werkelijkheid en zijn ook echt in gemeentehuizen gaan kijken. De grappen worden niet op Carré-theatervolume uitgeschreeuwd. Het draait in comedy om subtiele gebaren. Als bijvoorbeeld twee collega's die een affaire hebben, tegen elkaar praten over intimiteiten, zie je op de achtergrond een derde collega aan het kopieerapparaat licht besmuikt grote ogen opzetten. Niet al te grote ogen, maar net groot genoeg voor de camera op twee meter afstand. Dat is komisch omdat je als kijker de verlegenheid herkent waar de derde collega in verkeert. Wie in verlegenheid verkeert doet dat onopvallend en niet zo groot dat je het op het schellinkje van Carré ook kan zien. Je moet de kijker de gelegenheid bieden om zelf het muntje te laten vallen. De stijl van de hilarische Britse vrouwen-comedyserie Smack the Pony is gedempt.

Comedy vergt regie- en acteervaardigheden waar in Nederland geen opleiding voor bestaat. Waarom doen grote hedendaagse, Nederlandse komieken als Jörgen Raymann of Brigitte Kaandorp niet mee? Met hun televisiecabaret bewijzen ze dat zij het vak beheersen. Comedy-oermoeder Lucille Ball of Roseanne Barr zijn begonnen als theaterkomieken. Raymann kon in zijn onlangs uitgezonden cabaretprogramma ieder typetje spelen, verontwaardigde Marokkaanse jongen, koketterend Surinaams meisje, fouillerende politieagent met mitrailleur, noem maar op. Gemeentebelangen was een origineel idee, maar begin nog eens opnieuw, met andere spelers, en gooi alle ingesleten gewoonten van Nederlandse komedies overboord.

    • Maarten Huygen