Oorlogsherinneringen

Stellen we ons voor dat vandaag de wapeninspecteurs in Irak een paar massavernietigingswapens vinden, in aanbouw of gebruiksklaar. Die worden onder toezicht voor de televisiecamera's van de hele wereld onklaar gemaakt. Saddam blijft president. Komt er dan geen oorlog? Worden de hoofdmacht van de Amerikaanse en Britse strijdkrachten teruggetrokken? Het lijkt me niet waarschijnlijk. Ongeacht de toevallige casus belli heeft iedere oorlog voor de partij die hem wil, zijn eigen mechanisme. Dat bestaat uit de achterliggende rechtvaardiging en de voorbereidingen. Die worden door elkaar wederzijds bevorderd. Hoe verder de rechtvaardiging ontwikkeld wordt, hoe krachtiger de voorbereidingen. Zo wordt de oorlog onvermijdelijk. Op deze manier gaat het met Irak.

Precies een jaar geleden lekten uit het Pentagon de eerste berichten dat daar aan de volgende Golfoorlog werd gedacht. Het zou de moeite waard zijn, de fasen in de groei van dit strategische denken nog eens na te gaan. Intussen is de opbouw van een formidabele strijdmacht vrijwel voltooid en is de bijbehorende theorie steeds ambitieuzer geworden. Nadat de beste luchtmacht en het beste leger aller tijden de overwinning zullen hebben behaald, begint onder de bezetting van een coalitie de wederopbouw van Irak. Er komt onder Amerikaans bevel een soort militair gezag, en daarnaast, onder verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties, een burgerlijk bestuur. Als dat allemaal goed loopt, kan binnen een paar jaar een Iraakse politieke elite groeien waaruit dan een democratische regering zal ontstaan. Zo is deze vordering in het denken van de Amerikaanse regering naar The New York Times gelekt.

De oorlog zal worden gevoerd om de aanvoer van olie te verzekeren, zegt men op het ogenblik. Dat is oud nieuws. Al een paar jaar wordt dit inzicht verspreid door kringen van liberals, het deel van de Amerikaanse oppositie dat in eigen land niet reçu is, en waarvan daarbuiten het bestaan nauwelijks bekend is. Uit deze nieuwe lekkage wordt het duidelijker, dat het niet simpelweg om de olie begonnen is. Uit wat nu bekend is geworden, blijkt dat de oorlog moet worden gezien als niet minder dan de eerste fase in de herbouw van een hele regio. Na de oorlog zou Irak het voorbeeld moeten worden voor de hele Arabische wereld; het functionerend bewijs dat democratie ook in een samenleving van moslims beter werkt dan halve of hele dictaturen van corrupte presidenten en koningen.

Voor deze Amerikaanse president die aan het bewind is gekomen, onder andere door de verzekering dat hij niets in nation building zag, is dat meer dan een revolutionaire verandering. Dit is het plan tot de reconstructie van een regio; op den duur het hele Midden-Oosten. Het is een geopolitiek concept met een reikwijdte (afgezien van de ideologische inhoud) die we van Stalin tot Chroesjtsjov niet hebben meegemaakt. Daarom, terzijde van de vraag of we vóór of tegen zijn: wat is de kans van slagen?

De eerste fase, die van de aanval, lijkt nu de gemakkelijkste. Die moet naar het inzicht van Donald Rumsfeld en Gerrit Zalm binnen een paar weken in een verpletterende zege eindigen. Zeker is dat niet. Herinneren we ons dat bijna vijf jaar geleden het geallieerde opperbevel, de Amerikaanse regering en de NAVO zeer verbaasd waren, toen na een week van bombarderen de troepen van Miloševic geen aanstalten maakten zich over te geven, maar, in tegendeel, meer Kosovaren dood maakten, terwijl tienduizenden voor het geweld op de vlucht sloegen. Tenslotte is Milošovic niet door de NAVO verwijderd; hij heeft het via slecht geregisseerde verkiezingen zelf gedaan, en is toen in ruil voor buitenlandse hulp aan het Tribunaal uitgeleverd. Kortom, ook in Irak zou het wat langer kunnen duren.

Onder Clinton is de theorie ontwikkeld dat de Verenigde Staten desnoods in staat moesten zijn, op twee fronten een oorlog te voeren; maar bij voorkeur niet. Amerika met de rest van het westen, zoniet de internationale gemeenschap, voert op het diffuse front de strijd tegen het terrorisme van Al-Qaeda. Dat zou na Irak het tweede front zijn. Zojuist heeft Bush bekend gemaakt dat hij met 674 miljard dollar de kwakkelende economie overeind wil helpen. Een groot deel zou moeten komen uit nieuwe belastingverlagingen. De economie is het derde front. Noord-Korea, lid van de As van het Kwaad, is weer bezig met zijn kernwapen en wil niet naar zijn buren en de VN luisteren. Dat is het vierde front. En dan het vijfde, het in Washington permanent verwaarloosde, maar misschien wel het kwaadaardigste: het conflict tussen Israël en Palestina. Op dit ogenblik is het een uitzichtloos bloedbad waarvan we niet weten in welke mate het de aanstaande oorlog met Irak zal beïnvloeden.

De strijd tegen Saddam moet in een snelle militaire overwinning eindigen. Want de ervaring leert dat, naarmate de oorlog langer duurt, de geestdrift afneemt. Denk alweer aan Joegoslavië, en verder vooral aan Vietnam. Hoe groot het potentiële anti-Amerikanisme in Europa, het Midden-Oosten en Azië is, weten we niet. Er is een niet geringe kans dat we het, door een oorlog van zelfs een paar maanden, veel beter zouden leren kennen. Dat zou dan het zesde front zijn.

Imperial overstretch noemt de Britse historicus Paul Kennedy het in zijn boek The Rise and Fall of the Great Powers. Het is verschenen in het einde van de jaren tachtig. Wat de Sovjet-Unie aanging, had hij gelijk; in Amerika had hij zich vergist, de energie van de Amerikanen onderschat. Aan de andere kant kreeg het hele westen het na 1989 plotseling bijzonder gemakkelijk. Het is tijd voor een grondig herziene herdruk. De Amerikaanse president, eens beticht van unilateralisme, probeert zijn krachten op de hele rest van de wereld. De rest is niet geestdriftig.

    • H.J.A. Hofland