Mando Diao

Zweden brengt niet alleen brave Ikea-popgroepen als Roxette en Ace Of Base voort. De groep Mando Diao past in de vuige Zweedse garagerocktraditie van The Nomads en The Hives, inclusief het jengelende Vox-orgel en gitaren die klinken alsof ze door kapotte oude radio's versterkt worden.

Mando Diao's debuutalbum Bring 'Em In begint veelbelovend met de hoogenergetische schreeuwnummers Sheepdog en Sweet Ride; motorduivelmuziek met de hete uitlaatgassen van Steppenwolf en The Seeds tussen de neusvleugels.

Vanaf het moment dat zanger/gitarist Gustaf Norén echter hardop beweert dat hij `the blues' heeft en de andere zanger/gitarist Björn Dixgård zich in de orgelballade Mr. Moon van een gevoeliger kant wil laten horen, sluipt er iets van een persiflage in Mando Diao's muziek. Op die momenten werken het hoekige Scandinavische accent en de namaak-soulstemmen op de lachspieren, en valt het opeens een stuk moeilijker om dit letterlijk in de kelder van organist Daniel Haglund opgenomen album serieus te nemen.

Als Mando Diao een onuitwisbare indruk wil achterlaten bij het Eurosonic-optreden dat ze vrijdag in het Groningse Vera geven, doen ze er goed aan alleen de snelle, opgefokte en onweerstaanbare garagerocknummers – die ongeveer de helft van deze cd uitmaken – te spelen.

Mando Diao: Bring 'Em In (Capitol)