Klaviertrio brengt weemoed, warmte, emotie en diepgang

Een merel in de tuin van zijn ouderlijk huis in Arnhem-Noord vormde de inspiratiebron voor het Pianotrio nr. 1 (2000) van de violist en dirigent Joan Berkhemer. ,,Veel mensen zijn verrukt als ze in de lente de eerste merel in hun tuin horen fluiten. Maar ik krijg er lugubere gedachten bij. Terwijl de joden en de zigeuners de gaskamers in werden gedreven, zongen de merels gewoon door. Het zijn dus eigenlijk foute merels.''

Berkhemer, die al vanaf zijn vroege jeugd componeert, heeft onder meer drie strijkkwartetten, een pianotrio, een pianokwartet, orkestwerken, een operette, muziek voor film en tv en virtuoze genrestukjes voor viool en piano geschreven. Ook maakte hij bewerkingen voor strijkorkest van pianosonates van Liszt en Beethoven, waaronder diens `opus 111'.

Zelf omschrijft Berkhemer zijn stijl als `geabstraheerd expressionisme'. Het leidmotief van de merel werd dan ook op een vrijwel onherkenbare wijze verwerkt in zijn aangrijpende Pianotrio nr. 1, een door weemoed en diepe emoties gekleurde herinnering aan zijn jeugd, waarin de ruimte openbloeit door echo-effecten die het botte stramien van de tijd doorbreken.

Berkhemer gaf samen met celliste Nadia David en pianiste Klára Würtz, met wie hij sinds 1990 het Klaviertrio Amsterdam vormt, een magische uitvoering van zijn Pianotrio. Zoals de wereld stil en geheimzinnig wordt bij het vallen van de eerste sneeuw, zo opent Berkhemers trio met verstilde, transparante samenklanken, vol poëzie, melancholie, verdriet en tederheid. Echo's en verschuivingen leveren hallucinerende effecten op, zich bundelend in sobere dramatiek, die oprijst uit het Adagio van Berkhemers ééndelige trio als een rokende vulkaan, die net niet tot uitbarsting komt en die naar het einde toe schijnbaar weer tot rust komt in een diffuse, `unheimliche' sluimering.

`Leidend, weiblich, lyrisch', zo omschreef Schumann de melodische flow van Schuberts Pianotrio nr. 1. Ingetogen, maar intens aangevoerd door Berkhemer, gaf het Klaviertrio Amsterdam er een gepassioneerde lezing van, ouderwets aandoend in zijn zangerige warmte en diepgang, maar modern in zijn uitgebalanceerde samenspel en structurele helderheid.

Pianiste Klára Würtz voegde zich naar de muziek en haar medespelers met de wendbaarheid van een waterval, terwijl celliste David in haar krachtige fraseringen dook zoals een gedreven beeldhouwer zich op de klei stort. Berkhemer wist het unieke spel van beide dames naadloos aaneen te rijgen, waarbij hij zijn muzikale overwicht ontleende aan dat uitzonderlijke amalgaam van violistische verfijning, emotionele gedrevenheid en feilloze intuïtie voor muzikale structuren.

Zo klonken ook de speels en prikkelend uitgevoerde Bergerettes van Martinù, en het door en door romantisch vertolkte Poème symphonique nr. 4 Orphée in een bewerking van Saint-Saëns als een opwekkend wondermiddel voor hart, geest én oren.

Concert: Klaviertrio Amsterdam. Liszt/Saint-Saëns, Martinu, Berkhemer, Schubert. Gehoord: 7/1 Concertgebouw Amsterdam.

    • Wenneke Savenije