Donner geeft meer ruimte aan politie

Demissionair minister Donner van Justitie wil dat de politie ook personen mag registreren die niet verdacht worden van strafbare feiten. Hij wil hiervoor de wet wijzigen.

Volgens een woordvoerder van Donner zijn de ruimere bevoegdheden voor de politie nodig om bestrijding van terrorisme te verbeteren. De minister reageert met zijn voorstel op een advies van de werkgroep Gegevensuitwisseling en Terrorismebestrijding, waarin topambtenaren van Binnenlandse Zaken, Justitie, het openbaar ministerie, de veiligheidsdienst en de politie vertegenwoordigd zijn.

De ruimere bevoegdheid voor de politie is niet alleen nodig voor de bestrijding van terrorisme, maar ook voor andere vormen van criminaliteit, schrijft de werkgroep. Onder het regime van de huidige Wet op de Politieregisters mag de politie maximaal vier maanden gegevens opslaan, onder strikte voorwaarden ook van niet-verdachte personen. Dat wordt volgens de werkgroep door de politie als `knellend' ervaren, temeer daar de gegevens dan nog louter voor concreet opsporingsonderzoek mogen worden gebruikt, niet voor analyses of andere onderzoeken.

In het advies wordt voorgesteld `themaregisters' te vormen waarin de politie gegevens opslaat van niet-verdachte personen van wie `aanknopingspunten bestaan dat zij betrokken kunnen zijn bij het beramen, voorbereiden of plegen van misdrijven die verband houden met het te onderzoeken thema'.

In die registers kunnen onder meer contacten, antecedenten, reisbewegingen, gegevens uit buitenlandse rechtsverzoeken en openbare bronnen als internet worden opgenomen.

Na de parlementaire enquête inzake opsporing (van de commissie-Van Traa) werden de mogelijkheden voor de politie om persoonsgegevens op te slaan juist beperkt omdat controle over ongebreidelde politieregisters vaak ontbrak en het nut ervan niet duidelijk was.

De ambtelijke werkgroep stelt dat ,,het enkele feit dat iemand in Nederland vlieglessen volgt'' op zichzelf ,,onvoldoende'' is om gegevens op te slaan. Maar aangevuld met andere relevante informatie kan het wel leiden tot de conclusie dat opslag van gegevens over een persoon in een themaregister `terrorisme' gerechtvaardigd is, aldus de werkgroep.

Ook Europol hanteert dergelijke analysebestanden. ,,Mede in het licht van toenemende internationale samenwerking, niet alleen op het gebied van terrorismebestrijding, lijkt een dergelijke mogelijkheid gewenst.''

In het advies wordt verder voorgesteld om betere informatieuitwisseling mogelijk te maken tussen de veiligheidsdienst AIVD (voorheen de BVD) en financiële toezichthouders. [Vervolg OPSPORING: pagina 3]

OPSPORING

`Verdachte bankzaken ook melden'

[Vervolg van pagina 1] Het gaat daarbij om bijvoorbeeld De Nederlandsche Bank, De Autoriteit Financiële markten en de Pensioen- en Verzekeringskamer als het gaat om financiering van terrorisme. Financiële toezichthouders zijn nu niet verplicht om dergelijke verdachte handelingen te melden. Als de AIVD om informatie vraagt, kunnen zij zelf beoordelen of verstrekking daarvan ,,proportioneel is in het licht van het doel waarvoor de gegevens worden gevraagd''. De werkgroep stelt voor dat de minister van Financiën hierover de knoop doorhakt.

Ook de registers van het Meldpunt ongebruikelijke transacties (MOT) moeten makkelijker toegankelijk worden voor de AIVD. In het MOT worden gegevens over transacties vergeleken met andere politiebestanden. Verdachte `hits', bijvoorbeeld over witwaspraktijken van criminele gelden, worden doorgesluisd naar de politie. Maar anders dan voor politiefunctionarissen geldt voor MOT-medewerkers geen wettelijke verplichting om verdachte handelingen aan de AIVD te melden.

    • Jos Verlaan