De slag om de werkloze

Langdurig werklozen en WAO'ers moeten weer aan het werk, vindt de overheid. Sinds een jaar moeten arbeidsbureaus met elkaar concurreren op de werklozenmarkt: wie de meeste mensen aan werk helpt, haalt de meeste opdrachten binnen. Maar commercieel denken valt nog niet altijd mee.

Op 14 augustus 2002 begon de toekomst van René Bank. Op die dag is hij door zijn oma van straat gehaald. Huilend had ze hem onder de douche gezet. Waar hij mee bezig was, had ze gevraagd, terwijl ze de kleren die hij al zes weken droeg in de was gooide. Waarom hij zijn ouders dit aandeed? René (27) kon hier niet tegenop; de volgende dag meldde hij zich bij hulpverleners om af te kicken van zijn cocaïneverslaving. Hij mocht weer bij zijn ouders gaan wonen, drie weken later zat hij bij Kliq, voorheen het arbeidsbureau. Hij is nu ruim vier maanden clean en heeft, voorlopig mét bijstandsuitkering, vier dagen in de week een werkervaringsplaats bij kringloopbedrijf Het Goed.

René heeft iets naïefs. Hij vertelt onbevangen dat hij na zes jaar is ontslagen als magazijnmedewerker bij Albert Heijn omdat hij niet van de drankvoorraad kon afblijven. Even makkelijk schakelt hij over op zijn grote ambitie om op een boorplatform te werken.

René gaat al vier weken goed, zegt bedrijfsleider Piet Hoogmoed van Het Goed, maar hij moet nog leren zijn impulsen te onderdrukken. Dat hij bijvoorbeeld niet tijdens werkuren stante pede naar huis kan omdat iemand hem heeft gebeld over iets dat hij moet regelen. Dat hij niet overal naar binnen kan lopen of een gesprek van anderen zomaar kan onderbreken. ,,Als hij leert zich aan te passen aan anderen, is hij een heel eind.'' En eerst moet René bewijzen dat hij zijn oude vriendenkring in het relatief kleine Zaandam kan mijden en van de cocaïne kan afblijven.

Wat heeft René Bank met het beursgenoteerde bedrijf Solvus te maken? René is een van de eerste honderd werklozen die het `reïntegratiebedrijf' Kliq op de markt heeft geworven. En Kliq (een verzelfstandigd overheidsbedrijf, ook wel een `quango' genoemd) staat in de startblokken om gekocht te worden door de Belgisch-Nederlandse uitzendgigant Solvus, eigenaar in Nederland van ondermeer Content en Schoevers. Die werklozenmarkt is sinds een jaar vrij; bedrijven moeten nu met elkaar concurreren om langdurig werklozen aan een baan te mogen helpen. Klant zijn gemeenten en het UWV (Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen).

Zo'n groot deel van het arbeidspotentieel in Nederland is ziek, zwak en misselijk en de tekorten op de arbeidsmarkt blijven zo groot, zo redeneert Solvus, dat het concern geld moet kunnen verdienen aan een bedrijf als Kliq. Kliq is door zijn verleden als arbeidsbureau één van de grote bemiddelaars van langdurig werklozen [ww'ers en bijstand]. Voor elke werkloze die een baan krijgt, ontvangt Kliq een vergoeding van de opdrachtgever, die zo van een uitkering af is. Solvus zou dit jaar 30 procent van Kliq kopen en dat aandeel later uitbreiden tot 100 procent. Die overname is uitgesteld.

Want om echt interessant te worden voor Solvus moet Kliq eerst alle ambtelijke tradities van zich afschudden. Dat probeert de organisatie sinds een jaar en dat is niet eenvoudig. ,,Kliq was als arbeidsbureau nooit gericht op output'', zegt Paul Verburgt, de Nederlander die namens Solvus Kliq overneemt en directeur is van Content. ,,De medewerkers bij Kliq zijn heel deskundig. Alleen was het altijd hun doel om iemand te helpen in plaats van die persoon aan een baan te helpen.'' Om die reden hadden de Kliq-kantoren bijvoorbeeld geen uitgebreide contacten met potentiële werkgevers, zegt Verburgt. De medewerkers bij Kliq zelf, onderstreept hij, hebben goed in de gaten dat deze mentaliteit moet veranderen, wil het bedrijf zonder subsidie overleven.

Van de harde wetten van de markt is op het kantoor van Kliq Zaandam nog weinig te merken. Anke Duits is bezig met de wekelijkse begeleiding van vijf cliënten die zoeken naar werk. De sfeer is geanimeerd, iedereen noemt elkaar bij de voornaam en brengt elkaar koffie. De werklozen kunnen hier rekenen op steun en begrip.

Naast Duits zit een nieuwe cliënt, een 47-jarige vrouw die al vier jaar in de WAO zit wegens een tennisarm. Ze is bijna gediplomeerd doktersassistent, een beroepsgroep waarin grote tekorten bestaan. De vrouw komt daarom als geroepen, zegt Duits, die haar een advertentie onder de neus schuift. ,,Deze huisarts wil een deeltijdassistent die meteen kan beginnen. Hij zit in Zaandam en eist niet dat je je opleiding hebt afgerond. Is dat niet geknipt voor jou? Je kunt ze vanmiddag bellen.'' De vrouw knikt aarzelend en begint bezwaren op te sommen. ,,Ik heb slechte ervaring met een stage bij huisartsen, word ik wel ingewerkt? Wat moet ik doen? Ik wil minimaal 1.136 euro netto verdienen.'' Als ze het gesprek zo begint, zegt Duits vriendelijk, zal de huisarts haar niet aannemen. ,,Je moet enthousiasme tonen. En realistisch zijn. Misschien kun je aanvankelijk genoegen nemen met minder salaris. Probeer het glas als half vol te zien.''

Is dit het oude arbeidsbureaugedrag van de zachte heelmeesters? Nee, zegt Duits. ,,Die vrouw lijkt erg negatief ingesteld, maar ze is gewoon onzeker. Wij helpen haar eroverheen. Dat levert het snelst een werkende op.''

Snel is sinds dit jaar het sleutelwoord bij Kliq. De medewerkers hebben plotseling met deadlines te maken, vertelt consulent Marian Heinsius van Kliq Zaandam. ,,We moeten binnen twintig dagen na het eerste gesprek voor iedere cliënt een toekomstplan hebben. Dat controleert de opdrachtgever, in dit geval de gemeente Zaanstad.'' Vervolgens moet het kantoor minimaal vijfenveertig van elke honderd geworven werklozen binnen een jaar aan een baan helpen, anders wordt het contract met de opdrachtgever definitief niet verlengd. En de baan mag niet zomaar een baan zijn: een betaalde baan met een contract van minimaal een half jaar.

Vijfenveertig is een minimum, zegt Heinsius, het liefst krijgt Kliq meer werklozen geplaatst. ,,Opdrachtgevers vergelijken ons met onze concurrenten, in Zaandam hebben we er nu twee. Als zij meer mensen geplaatst krijgen dan wij, winnen zij in de toekomst meer contracten.''

Deze druk heeft nadelen, vindt Heinsius. ,,Ik kan veel minder tijd aan een werkloze besteden. Vroeger kon ik drie jaar werken met iemand als René Bank. Nu moet ik hem binnen een jaar klaarstomen voor de arbeidsmarkt en aan een echte baan hebben geholpen.'' En het aantal plekken waar mensen als René terecht kunnen neemt af. Voorheen gingen ze veelal naar Melkertbanen. ,,Maar daar wordt nu fors op bezuinigd.'' Tegelijk móeten haar bemiddelingspogingen nu slagen in tegenstelling tot vroeger, zegt Heinsius. ,,Er staat grote druk op de contracten met opdrachtgevers.''

Intussen reorganiseert Kliq in het hele land. De organisatie, die volgens Verburgt ,,een monstrum'' was, is afgelopen jaar gesplitst in twee poten: reïntegratie en `employability'. Die tweede poot is er voor de private reïntegratiemarkt: langdurig zieken die nog in dienst zijn van een werkgever maar een andere baan nodig hebben. En de reïntegratiepoot is afgeslankt van 2.300 naar 1.300 man.

Ondanks alle moderniseringen heeft Solvus zijn voornemen om dertig procent van Kliq te kopen in oktober uitgesteld. Samenwerking tussen de twee bedrijven blijft voorlopig bij een `joint venture'. Eén reden was de aankondiging van het kabinet-Balkenende om 850 miljoen euro te bezuinigen op de reïntegratie voor werklozen – de belangrijkste markt voor Kliq.

De vrouw die haar opleiding tot arts-assistent bijna heeft afgerond en René Bank zijn niet eens de slechtst bemiddelbaren. Formeel is René dat wel – hij zit in `fase vier', jargon voor mensen `met een grote afstand tot de arbeidsmarkt'. Van verslaafden tot slecht Nederlands sprekende, langdurig werkloze allochtone vrouwen. Werklozen die lange tijd met rust zijn gelaten door de sociale dienst. Maar René wíl graag weer een normaal leven leiden met een bijbehorende baan. En de doktersassistente zit in `fase 2', jargon voor mensen die met een klein zetje wel weer aan de slag komen. Fase 1-werklozen (gemotiveerd, opgeleid en kort werkloos) komen niet eens bij Kliq terecht.

Zaandam heeft drieduizend fase 4-werklozen, Amsterdam heeft er tienduizenden. In elke groep werklozen die Kliq `wint' via de openbare aanbesteding van gemeenten en de UWV's, zit een percentage fase-4 werklozen. Van de honderd werklozen die Kliq Zaandam heeft gekregen, is zelfs de helft fase vier. Anders zouden Kliq en zijn concurrenten gaan doen aan `cherrypicking': alleen inschrijven op makkelijk te bemiddelen werklozen – opgeleid, gemotiveerd, hooguit wat onzeker.

Uitzendconcern Solvus zou vanuit bedrijfseconomisch perspectief graag hebben dat Kliq kón cherrypicken, zegt directeur Paul Verburgt. ,,Je hebt het liefst allemaal 25-jarige, opgeleide, gemotiveerde cliënten. Die raak je makkelijk kwijt. En natuurlijk begin je in een groep met de fase-2 cliënten, omdat je die doorgaans sneller aan het werk hebt dan fase-4. Maar we willen ons toch inspannen om ook fase-4 cliënten aan de bak te helpen.''

Verburgt onderstreept dat ,,werkgevers niet verplicht zijn een langdurig werkloze aan te nemen''. Veel werkgevers hebben er geen zin in, stelt hij vast. ,,Vooral van kleine werkgevers kun je het ook niet verwachten. De kosten voor ziekteverzuim zijn hoog, dus dat risico kunnen ze niet nemen.'' Grote werkgevers zouden volgens hem wel vaker de ,,maatschappelijke verantwoordelijkheid'' op zich mogen en kunnen nemen door gehandicapten of langdurig werklozen aan te nemen. ,,Ze zullen trouwens wel moeten. De tekorten aan bepaalde werknemers worden zó groot dat het aannemen van reïntegratiecliënten een bittere noodzaak wordt.''

    • Frederiek Weeda