Chirac is inzake Irak ambivalent

President Chirac zaaide in Frankrijk verwarring met zijn oproep tot paraatheid van het leger. Volgens links is de president ,,een bocht omgegaan''.

De Franse president Jacques Chirac had gisteren de strijdkrachten nog niet gezegd dat zij voorbereid moesten zijn op `iedere eventualiteit', expliciet verwijzend naar een oorlog tegen Irak, of de eerste Amerikaanse deskundige verscheen al in de Franse televisiejournaals om die woorden uit te leggen als een goedkeuring van die door Amerika zo fel gepropageerde oorlog.

Binnenlands wordt tot in de `objectieve' krantenkoppen toe dezelfde conclusie getrokken: Jacques Chirac maakt de geesten rijp en bereidt de publieke opinie voor op Franse deelname aan de oorlog tegen Irak.

De voorlopige waarheid is genuanceerder, dat wil zeggen: ambivalenter. Want Jacques Chirac had de strijdkrachten ter gelegenheid van het nieuwe jaar nog niet toegesproken of hij ontving de buitenlandse ambassadeurs. Hen nam hij mee op een staatsmanachtige tour d'horizon langs de problemen in de wereld van Irak tot Ivoorkust, van de mondialisering tot de toegankelijkheid van drinkwater en de toekomst van het uitgebreide Europa. Hij sloot af met het nadrukkelijke verzoek aan het corps diplomatique om met de beste wensen zijn boodschap over te brengen aan hun regering.

Die boodschap was inzake Irak opnieuw ondubbelzinnig en Frans, want impliciet wees Chirac op de noodzaak van een nieuwe VN-resolutie. ,,Oorlog is een uiterste middel, als er geen andere opties meer resten. De eventuele beslissing om geweld te gebruiken moet expliciet zijn en genomen worden door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op basis van een gemotiveerd rapport van de wapeninspecteurs. Frankrijk [...] behoudt zich de vrijheid voor om zich daarover zelf een oordeel te vormen.'' Irak werd in dezelfde adem met dezelfde onverzettelijkheid gewaarschuwd: ,,Er is geen andere mogelijkheid dan op alle mogelijke manieren medewerking te verlenen aan de inspecteurs [...]. De Irakezen weten dat zij zich blootstellen aan oorlog met niet te voorziene gevolgen voor henzelf, de regio en de wereld.''

Maar hoe krachtig Chiracs stellingname voor de ambassadeurs ook was, de twijfel die hij gezaaid heeft met dat ene zinnetje voor de strijdkrachten is er alleen maar groter door. De boodschap van zijn twee toespraken tezamen is immers: géén oorlog, maar we bereiden ons daar wel op voor. Voor François Hollande, leider van de oppositionele Parti Socialiste, is Chirac ,,een bocht omgegaan''. Hollande vraagt zich af of nieuwe informatie aanleiding geeft tot wijziging van het oorspronkelijke Franse standpunt en wat die informatie dan inhoudt. Vincent Peillon, vertegenwoordiger van de nieuwe nieuw-links-stroming bij de socialisten, vindt Chiracs stellingname ,,noch serieus, noch juist''. ,,Het is de eeuwige Chirac die weer eens rechtsomkeer maakt.''

Bij de regeringspartij UMP beziet men de zaken niet anders, zij het zonder de kritische toon. Al is het wel met spijt, aangezien het Frankrijk gelukt was om Amerika ,,rekening te laten houden met de rest van de wereld''. Maar rechts constateert vooral berustend de aannemelijke `feiten'. ,,De Amerikanen zijn nu eenmaal vastbesloten'', ,,de regering is ervan overtuigd dat de Amerikanen hoe dan ook hun gang gaan'', ,,de Amerikanen hebben geen nieuwe resolutie nodig''.

In dagblad Le Monde wordt een redenering van `regeringskringen' uit de doeken gedaan: aangezien de Amerikanen hoe dan ook ten oorlog trekken, kan Frankrijk maar beter van de partij zijn, al was het maar om een rol te kunnen spelen bij de wederopbouw van Irak.

De voorlopige balans van Chiracs ambivalentie lijkt te zijn dat alle partijen er hun voordeel mee kunnen doen evenals evenwichtskunstenaar Chirac zelf. Hij is nog steeds tegen een oorlog, maar kan evengoed nog besluiten, als de oorlog toch doorgaat, daar zonder al te groot gezichtsverlies aan mee te doen. In zijn toespraak voor de ambassadeurs riep Chirac de Assemblée overigens op een debat te voeren over de Franse stellingname inzake Irak.

Voor `Europa' stelde hij een toekomstvisie in het vooruitzicht, te ontvouwen, samen met de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder, op 22 en 23 januari als gevierd wordt dat Duitsland en Frankrijk veertig jaar geleden met het Verdrag van het Elysée de grondslagen voor de Europese Unie legden. Volgens Chirac had Frankrijk al `talrijke' voorstellen gedaan voor `een efficiënter en democratischer Europa'.

Hij brak opnieuw een lans voor de aanstelling van een President voor de Europese Raad ter vervanging van het wisselende voorzitterschap, en voor de benoeming van een Europese minister van Buitenlandse Zaken `ter verhoging van de samenhang van de buitenlandse politiek van de Unie'.