Cellen in Rwanda stromen leeg

Eenderde van alle gevangenen die negen jaar na de volkerenmoord in Rwanda nog in de gevangenis zitten op verdenking van betrokkenheid bij de genocide, wordt binnen een maand vrijgelaten in afwachting van een proces. Daarbij gaat het om ongeveer 40.000 van de circa 120.000 verdachten. De Rwandese president, Paul Kagame, heeft daartoe gisteren opdracht gegeven. Organisaties van overlevenden van de genocide hebben verontwaardigd gereageerd.

Volgens minister van Justitie Jean de Dieu Mucyo is het presidentieel decreet bedoeld om de overvolle gevangenissen te ontlasten en om te voorkomen dat de verdachten onrecht wordt aangedaan. Voor de vrijlating komen alleen gevangenen in aanmerking die van kleinere misgrepen worden verdacht, en dan vooral jongeren, ouderen en zieken. Bij een veroordeling zou hun gevangenisstraf waarschijnlijk korter zijn dan de tijd die ze nu al in de gevangenis zitten. Maar de minister onderstreepte dat er geen sprake is van een generaal pardon. Het is de bedoeling dat ze zich ooit nog voor een rechtbank verantwoorden.

Bij het bloedbad van 1994 werden in drie maanden tijd naar schatting 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's afgeslacht. Bijna negen jaar later worstelt Rwanda nog steeds met de justititiële erfenis. Hoofdverdachten worden berecht door een speciaal internationaal tribunaal van de Verenigde Naties, dat in het Tanzaniaanse Arusha is gevestigd. De meer dan honderdduizend mensen die worden beschouwd als mededaders en handlangers, wachten door een tekort aan justitiële capaciteit al jaren op een proces. Bij de genocide werden de meeste juristen in Rwanda gedood. In het huidige tempo zou het meer dan 200 jaar duren voordat elke verdachte voor de rechtbank verschenen is.

Om de rechtspleging te versnellen voerde Rwanda vorig jaar een traditioneel rechtssysteem in, de zogenoemde gacaca. Volgens dat systeem worden verdachten berecht door de plaatselijke gemeenschap in de streek waar ze hun misdaad zouden hebben begaan. Drie maanden geleden werden 260.000 rechters gekozen. Maar de gacaca-processen verlopen veel trager dan was voorzien. Het gacaca-proces kan per gemeenschap jaren duren. De hele dorpsgemeenschap komt verplicht wekelijks bijeen. Pas in de allerlaatste fase komen de verdachten van de genocide voor het volkstribunaal.

Organisaties van overlevenden van de genocide waarschuwen dat de vrijlating van de verdachten een eerlijk proces in de toekomst onmogelijk maakt. Volgens de president van de overkoepelende organisatie Ikuba zullen de verdachten als ze eenmaal op vrije voeten zijn gekomen, overlevenden en getuigen intimideren en bedreigen. Hij vreest dat de vrijlating de doodssteek voor de gacaca is.