Bush moet kiezen inzake Noord-Korea

De Amerikaanse regering heeft te lang geaarzeld tussen een moralistische en een pragmatische opstelling tegenover Noord-Korea. De president moet nu de knoop doorhakken, vindt David Ignatius.

Het Amerikaanse beleid inzake Noord-Korea typeert wat er kan gebeuren als een regering over een kwestie sterk verdeeld is: de retoriek maakt zich los van de daden en ruziënde ministeries ontwikkelen een troebele strategie die vriend en vijand in verwarring brengt.

Korea is de crisis die stilletjes dichterbij is geslopen, net op het moment dat de regering-Bush ze de aandacht van de wereld op Irak wilde richten. De Amerikaanse regering wil het Noord-Koreaanse streven naar kernwapens eigenlijk zelfs geen `crisis' noemen. Maar dat is het natuurlijk wel – en het is een crisis die tekenend is voor een aantal grotere spanningen tussen de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie waardoor deze regering wordt geplaagd.

Korea bewijst vooral hoe gevaarlijk het is de buitenlandse politiek te moraliseren. Zodra je een bewind als `kwaad' hebt bestempeld – zoals Bush met zijn beruchte veroordeling van Noord-Korea, Irak en Iran als `As van het Kwaad' deed – hoe kun je er dan nog mee onderhandelen? Maar juist daartoe wordt de regering-Bush nu gedwongen, ten gevolge van de politieke en militaire realiteit op het Koreaanse schiereiland.

Volgens insiders heeft de regering-Bush het eerste anderhalf jaar intern gebakkeleid over de opstelling tegenover Noord-Korea. Minister Colin Powell van Buitenlandse Zaken gaf aanvankelijk te kennen dat er weinig zou veranderen aan het beleid van de regering-Clinton en het in 1994 `overeengekomen kader' om het nucleaire vraagstuk onschadelijk te maken. Maar met die continuïteit was het al snel gedaan. De haviken in het Pentagon en de Nationale Veiligheidsraad, en op het ministerie van vice-president Dick Cheney – argwanend tegenover alles wat met Bill Clinton te maken had en niet erg geporteerd voor overleg met Pyongyang – weigerden een dialoog voordat het Noorden nieuwe concessies deed.

Maandenlang kon de regering niet besluiten of ze de voorkeur gaf aan diplomatie of confrontatie. Halverwege 2002 werd tenslotte besloten de eerste hoge afgezant van Bush naar Noord-Korea te sturen: onderminister van Buitenlandse Zaken James A. Kelly. De bedoeling was aanvankelijk om het Noorden een ,,gedurfd initiatief'' voor te leggen, te vergelijken met de doorbraak die Clinton vlak voor zijn aftreden hoopte te bewerkstelligen met zijn presidentiële reis naar Pyongyang.

Maar toen Bush eindelijk besloot zijn afgezant te sturen, waren de inlichtingendiensten tot de slotsom gekomen dat het Noorden had gelogen over de naleving van het `kader' en heimelijk zijn pogingen had voortgezet om kernwapens te ontwikkelen. Daardoor liep de missie van Kelly in oktober 2002 op een confrontatie uit. Tot verbazing van de regering-Bush gaven de Noord-Koreanen tegenover Kelly toe dat zijn bewijzen voor hun geheime kernprogramma klopten. Met die erkenning bood Pyongyang ofwel wisselgeld aan, ofwel toonde het zijn onverbiddelijke vastbeslotenheid om kernwapens te verwerven, al naar gelang de vleugel van de regering waar je aanhanger van bent.

De lijn van de haviken is simpel: de Verenigde Staten kunnen het flagrante bedrog van Pyongyang niet belonen door concessies te doen. En Noord-Korea is misschien wel een test case voor de nationale veiligheidsstrategie die Bush afgelopen september heeft afgekondigd en waarin de nadruk wordt gelegd op preventieve aanvallen op schurkenstaten die streven naar het bezit van kernwapens.

En waar blijft die preventieve aanval nu? Die lijkt te zijn gesneuveld in de strijd tussen retoriek en Realpolitik.

Het ongelukkige is dat de Verenigde Staten militair niet goed met Pyongyang uit de voeten kunnen. Er zijn te veel Noord-Koreaanse troepen en kanonnen aan de rand van de gedemilitariseerde zone vlak bij Seoel. Elke Amerikaanse aanval zou ten koste gaan van verwoestende verliezen voor Zuid-Korea. Aangezien ervan wordt uitgegaan dat Noord-Korea al minstens twee kernbommen heeft, zou er zelfs een nucleaire vergelding kunnen volgen.

Dat is het fundamentele verschil tussen Noord-Korea en Irak. Want ondanks alle retoriek van de regering-Bush over Saddam Hussein, is Bagdad militair vrij zwak. Daardoor is het een veel eenvoudiger – en dus verkieslijker – doelwit dan Pyongyang.

De voorstanders van de harde lijn raken ook nog in verwarring doordat ze zich finaal hebben verkeken op de publieke opinie in Zuid-Korea. Toen Bush aan de macht kwam, beweerden de haviken in zijn regering dat president Kim Dae Jung maar amper steun had voor zijn `zonneschijnpolitiek' tegenover het Noorden. Maar die `zonneschijn' blijkt in het Zuiden heel populair te zijn, en Zuid-Koreanen hebben niets op met de in hun ogen toenemende Amerikaanse inmenging. Ze willen één Korea en het lijkt hen niet bepaald te storen als het Noorden kernwapens zou hebben.

Deze beleidscomplicaties verklaren waarom de retoriek van de regering-Bush sinds het begin van de crisis zo gematigd is geweest. De duiven lijken te zijn bevestigd in hun stelling dat Washington geen goed alternatief voor diplomatie heeft. Bush mag de Noord-Koreaanse leider Kim Jong Il dan nog betitelen als iemand die hij `verafschuwt' en die `zijn volk uithongert'. Maar intussen blijft Powell volhouden dat ,,niemand Noord-Korea aan zal vallen'' en dat er een diplomatieke oplossing zal worden gevonden. Geen wonder dat mensen in verwarring raken.

Eén van de sterke punten van Bush was dat hij toestond dat de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie tegenstrijdige opvattingen hadden. Maar de Koreaanse crisis laat het gevaar zien om twee kanten tegelijk op te gaan. De keuzemogelijkheden voor de aanpak van Noord-Korea zijn nog dezelfde als op de dag dat Bush aantrad: diplomatie of confrontatie. De regering heeft haar beleidsvorming zo lang uitgesteld dat inmiddels beide benaderingen veel moeilijker zijn geworden dan nodig. Het wordt tijd om te kiezen. Bush kan wat Korea aangaat niet tegelijkertijd moralist en pragmaticus zijn.

David Ignatius is columnist.

©LAT-WP Newsservice