Waarde is meer dan winst

Vertrouwen is als porselein. Zodra het barst wordt het nooit meer wat het was. Management-auteur Charles Handy trekt die vergelijking in het Amerikaanse maandblad Harvard Business Review in een artikel over het doel van de economie. De topmanagers zijn volgens de schrijver het spoor bijster. En dat is het Amerikaanse publiek met hem eens. Negentig procent van de Amerikanen vindt dat topmanagers geen oog hebben voor de belangen van hun werknemers. En slechts 18 procent vindt dat ze de belangen van de aandeelhouders goed behartigen. De gegevens zijn afkomstig uit een recente publiekspeiling van het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup.

,,De Amerikaanse ziekte is niet zomaar een kwestie van twijfelachtige persoonlijke moraal bij een paar schurkenondernemingen, maar de hele businesscultuur is verstoord.'' Hoog tijd dus om te beginnen bij het begin en vast te stellen dat ,,een bedrijf er niet is om winst te maken, en verder niks, maar om winst te maken met het doel iets meer of beter te doen''.

Het grootste probleem is volgens de auteur dat de wetgeving de medewerkers van een onderneming behandelt als het bezit van de eigenaars en dat ze ,,in de boekhouding niet voorkomen als waarden maar als kosten''. Verder vindt Handy het ,,ironisch dat de landen die het hoogst opgeven over hun democratische principes, hun welvaart ontlenen aan instellingen die elk democratisch beginsel tarten''. De auteur meent dat het Amerikaanse bedrijfsleven van het Europese het beginsel moet overnemen van de onderneming als gemeenschap, overeenkomstig de denkbeelden van de Nederlandse managementdenker Arie de Geus. Hij vraagt zich zelfs bezorgd af of het Europese bedrijfsleven zich de Amerikaanse managementbeginselen niet te veel heeft eigen gemaakt.

Voor het Duitse weekblad Die Zeit is dat geen vraag meer, zeker niet als het gaat om het functioneren van de Deutsche Bahn, jaren geleden al geprivatiseerd. Redacteur Christian Tenbrock bracht de avond en een deel van de nacht voor Kerstmis door in een trein die was gestrand tussen Hamburg en Osnabrück als gevolg van ijzel. In een open brief aan topmanager Mehdorn stelt hij vast dat het vroeger toch ook wel eens ijzelde zonder dat het treinverkeer daardoor in de problemen raakte en vraagt hij zich af waarom een organisatie als de Deutsche Bahn, die zich tot vervelens toe afficheert als modern, efficiënt en betrouwbaar, er maar ternauwernood in slaagde om na vele uren, en met hulp van politie en brandweer, een locomotief op te sporen en naar het verkeerde spoor te dirigeren, zodat zeshonderd passagiers, inclusief baby's en tachtigjarigen, het spekgladde baanvak moesten oversteken. Mehdorn verklaarde nadien in het openbaar dat treinen in de toekomst gewoon niet vertrekken als het slecht weer is. ,,Nou ja'', aldus het blad, ,,we weten in ieder geval dat hij een modern spoor wil maken.''

Het jaar 2002 zal in de herinnering blijven als `annus horribilis' van het bedrijfsleven, denkt het Amerikaanse zakenblad BusinessWeek. Het publiceert zoals gebruikelijk een lijstje van de beste managers in 2002. Het blad noemt onder andere Susan Kropf van Avon Products, Michael O'Leary van Ryanair en Michael Dell van Dell Computer. De criteria die het blad toepast zijn gebaseerd om omzet-, verkoop-, en winstcijfers. Tot de slechtste managers horen onder andere Sandy Weill van Citigroup, Larry Ellison van Oracle, en Gerald Levin van AOL Time Warner. Een klasse apart vormen de topmanagers die verdacht worden van belastingontduiking, fraude, en andere criminele praktijken, zoals Dennis Koslowski van Tyco, Andrew Fastow van Enron, en John Rigas van Adelphia.

Maar met Tyco valt het allemaal reuze mee, vindt het Britse weekblad The Economist. Weliswaar gebruikte de onderneming alle boekhoudtrucs die er zijn, zo blijkt uit het lopende onderzoek, maar verder is er toch niet veel onoirbaars gebeurd, lijkt het. In het huidige klimaat zou Edward Breen, de opvolger van Koslowski, ,,een aan waanzin grenzende roekeloosheid'' moeten opbrengen als hij misstanden alsnog zou proberen toe te dekken. Dat neemt niet weg, schrijft gastauteur Jeffrey Gartner, dat er in de top van het Amerikaanse bedrijfsleven nog veel te veel aanhangers zijn van de rotte appel in de mand-theorie. De auteur, topman van de Yale School of Management, meent verder dat de Amerikaanse topmanagers niet goed beseffen dat hun situatie fundamenteel verschilt van wat ze sinds 1980 gewend waren. Zo hebben ze nog onvoldoende doordacht dat oorlog tegen terrorisme haaks staat op globalisering. Evenmin beseffen ze hoe diep de gevolgen zijn van het verlies aan vertrouwen in de financiële markten. Evenals Handy in Harvard Business Review bezweert Gartner de Amerikaanse topmanagers dat snel geld verdienen en nieuwe businessmodellen ondergeschikt zijn aan ,,het creëren van duurzame waarde''.

Dat zal niet meevallen als de toevoer van olie stagneert door oorlog in het Midden-Oosten. Volgens het Amerikaanse zakenblad Forbes worden de VS dan afhankelijk van Venezuela en van het vermaledijde regime-Chavez, met name de marxistische ex-revolutionair Ali Rodriguez Araque. Deze vertrouweling van Chávez is momenteel topmanager van het staatsbedrijf Petróleos de Venezuela. Het land is volgens het blad strategisch belangrijk omdat het beschikt over een reserve aan ruwe olie van 260 miljard vaten, even groot als die van Saoedi-Arabië.