Ruimen gezonde runderen is niet meer nodig

Per 1 maart 2003 trekt minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij een BSE-geval geen geld meer uit voor het ruimen van gezonde runderen. Uitsluitend de risico-dieren, dieren die in dezelfde tijd als het besmette rund op hetzelfde bedrijf zijn geboren of hetzelfde voer hebben gegeten, zullen worden geruimd. Dit geldt ook voor nakomelingen van het besmette vrouwelijke rund die de laatste twee jaar zijn geboren. Dit heeft de minister na overleg met de landbouwsector besloten. Hiermee komt een einde aan het ruimen van hele veestapels.

Sinds juli 2001 is de veehouder bij wie BSE wordt vastgesteld, niet langer verplicht zijn gehele stal te laten ruimen. Hij kan er voor kiezen de niet-risico dieren te houden. Uit vrees voor afzetproblemen hebben alle boeren tot dusverre gekozen voor ruiming, waarbij ieder rund door de overheid wordt opgekocht.

Nu minister Veerman belangrijke exportlanden, zoals Rusland, heeft kunnen overtuigen van de veiligheid van Nederlandse rundveeproducten bestaat er voor deze vrees geen aanleiding meer. Van de export buiten de EU gaat 90 procent naar Rusland. Binnen de EU bestaan al geen problemen meer.

De landbouworganisatie LTO-Nederland is `zeer tevreden' over de maatregel. Tot dusver waren getroffen veehouders economisch gedwongen om te kiezen voor ruiming van de hele veestapel. ,,In theorie liet de wet gedeeltelijke ruiming toe, maar de veehouder zou in dat geval door problemen met de afzet tekenen voor faillissement van zijn bedrijf. Per 1 maart is deze afzet wél gegarandeerd'', zegt Siem Jan Schenk vakgroepvoorzitter Rundveehouderij van LTO.

De afgelopen vijf jaar is bij 52 koeien in Nederland BSE aangetroffen. Vooral sinds een snelle biochemische test wordt toegepast op al het oudere slachtvee is het aantal BSE-gevallen snel gestegen. In 2002 alleen al werden 24 BSE-koeien aangetroffen, bijna de helft van alle geconstateerde gevallen in Nederland. Het standaard ruimen van de stalgenoten is een kostbare zaak. Bij een doorsnee rundveebedrijf bevinden zich tussen de 80 tot 200 koeien.

LTO-woordvoerder Schenk prijst de inspanningen van het ministerie van LNV om exportlanden van Nederlandse zuivel- en rundvleesproducten ervan te overtuigen dat de beleidswijziging geen risico's met zich meebrengt. Nu dit struikelblok is weggenomen, moet volgens LTO de beleidswijziging onmiddellijk ingaan en niet per 1 maart.

Schenk: ,,Mocht zich in de periode tot 1 maart nog onverhoopt een BSE-geval voordoen, dan kan het niet zo zijn dat de betreffende veehouder alsnog gedwongen wordt te kiezen voor ruiming van zijn hele veestapel.''