Olie en Venezuela

De politieke onrust in Venezuela heeft de prijs van ruwe olie omhoog gedreven. Al weken noteert een vat olie meer dan dertig dollar en dat is een veeg teken. Want door de koude winter in Europa en de Verenigde Staten is de vraag naar olie groot en de dreiging van een oorlog om Irak heeft eveneens een opdrijvend effect op de prijzen. Als het werkelijk tot een oorlog komt, als Saddam Hoessein de olievelden in zijn land in brand steekt en als de staking aanhoudt die de Venezolaanse olieproductie al ruim een maand verlamt, dan gaan de oliemarkten spannende tijden tegemoet. De OPEC, het kartel van olieproducerende landen, lijkt zich bewust van de risico's van verdere prijsstijgingen. Het oliekartel overweegt extra productie op de markt te brengen als de prijs boven de dertig dollar blijft. Ook de niet-OPEC-landen Rusland, Mexico en Noorwegen is gevraagd hun productie te vergroten.

De stakingen in Venezuela zijn op korte termijn de belangrijkste factor. De politieke situatie in Venezuela, een onmisbare leverancier voor de nabijgelegen Amerikaanse markt, is al maanden explosief. Begin vorig jaar mislukte een staatsgreep tegen president Hugo Chávez. Chávez, een voormalige militaire putschist, beweert met zijn `bolivariaanse revolutie' op te komen voor de armen en bezitlozen die geen toegang hebben tot de oliedollars waarmee al decennialang een corrupt economisch en politiek systeem in Venezuela gesmeerd wordt. Met een populistische retoriek die doet denken aan Fidel Castro in zijn glorietijd, probeert Chávez de bevolking te mobiliseren. Hij heeft de politieke en juridische instituties goeddeels naar zijn hand gezet, maar toen hij het staatsoliebedrijf Petróleos de Venezuela (PdV) onder zijn controle wilde brengen, stuitte hij op verzet. Greep op PdV zou Chávez in staat stellen de belangrijkste inkomstenbron van het land te beheersen en daarmee een politieke machine voor economische herverdeling te kunnen financieren.

De gevestigde orde, waartoe ook de vakbonden van de staatsbedrijven behoren, kwam in opstand. Werkgeversorganisaties, vakbonden, de traditionele politieke elite, onderdelen van het leger en de media begonnen een campagne van protesten tegen het autoritaire, grillige bewind van Chávez. Er kwamen demonstraties, er vielen doden, er waren couppogingen en op 2 december vorig jaar begon een algemene staking in de olie-industrie. Sindsdien liggen de olie-export en -productie stil. De staatsinkomsten zijn hierdoor opgedroogd en Venezuela is genoodzaakt ruwe olie uit Brazilië te importeren.

De oppositie eist vervroegde verkiezingen. Men wil een referendum organiseren over het aanblijven van Chávez, die gezegd heeft zijn gekozen termijn tot 2007 te willen uitzitten. Pogingen tot bemiddeling door de Organisatie van Amerikaanse Staten zijn tot nu toe mislukt. De stakingen in de olie-industrie zijn daardoor uitgegroeid tot een regelrechte politieke en economische krachtmeting om de macht.

De repercussies van deze Zuid-Amerikaanse operette doen zich inmiddels gelden op de internationale oliemarkten. Voor de Verenigde Staten komen de Venezolaanse ontwikkelingen hoogst ongelegen. Enerzijds steunen de VS bijna openlijk de oppositie tegen Chávez, anderzijds kunnen de Amerikanen geen ontwrichting van de olievoorziening gebruiken. De dreigende oorlog tegen Irak heeft de prijzen op de oliemarkten toch al omhoog gejaagd tot ver boven het normale niveau. Langdurig hoge olieprijzen zijn funest voor het economische herstel waarnaar de wereld snakt. Daarom is een snelle oplossing van de Venezolaanse crisis gewenst, waarbij een vroegtijdig, vrijwillig vertrek van Chávez de gunstigste afloop is. En zolang dat niet gebeurt, doen OPEC- en niet-OPEC-landen er goed aan hun productie tijdelijk op te voeren om prijsschokken te dempen.