Kerkepad in China: `U heeft hier niets te zoeken'

Het lijkt zo handig om het er nog even bij te doen. Ik heb gehoord dat er in de buurt van het dorp waar we zijn heel veel katholieke en protestantse kerken moeten staan. Daarover is een paar jaar geleden veel te doen geweest, omdat de regionale overheid toen zo'n 450 kerken, tempels en andere gebedshuizen met de grond gelijk heeft gemaakt.

Ze zouden er illegaal zijn neergezet, en dat was niet langer acceptabel toen president Jiang Zemin tijdens een bezoek aan het gebied liet blijken dat zoveel ongecontroleerde godsverering hem een ware gruwel was. Adoratie is mooi, maar dan toch liever van het communisme en zijn leiders.

Nu we toch in de buurt zijn, lijkt het aardig om eens bij een dorpskerkje binnen te lopen. De taxichauffeur weet er wel een te vinden. Onderweg er naar toe wijst hij op een heuvel bij een ander dorp, waar een paar jaar geleden een spiksplinternieuwe kerk is opgeblazen. Hij wil ons wel afzetten bij onze bestemming, maar hij wil niet op ons wachten: we kunnen makkelijk zelf vervoer naar de volgende plaats krijgen, zegt hij. Nee, ook voor wat extra geld wacht hij liever niet op ons.

Als we uit de taxi stappen, zien we op een heuveltje in de zon een vrij nieuw, wit kerkje met een mooi rood plastic kruis op het dak. De fotograaf gaat meteen aan de slag in het laatste middaglicht, maar de dorpsbewoners stuiven weg als hij zijn camera te voorschijn haalt. Ik vraag of er soms iemand is die de sleutel van de kerk heeft. Dan komt er een oude, vriendelijke grijze man de kerk openmaken. Dat moet de dominee zijn. Ik kan alleen niet met hem praten, want hij spreekt alleen een plaatselijk dialect.

Van binnen is de betonnen kerk erg kaal en sober, met alleen wat suikerzoet gekleurde plaatjes van Jezus met doornenkroon aan de muren. Het is zo te zien een legale kerk, want er hangen pamfletten die de principes van de Patriottische Kerk uiteenzetten. Daarbij zijn kerken aangesloten die zich trouw hebben verklaard aan de communistische partij, een voorwaarde om je in China legaal als kerk te kunnen laten registreren.

Als ik opkijk naar de kansel, staat er opeens een vrouw van de plaatselijke overheid naast me. Ze vraagt wat we hier eigenlijk te zoeken hebben, en of we zelf gelovig zijn. Nog voordat ik antwoord kan geven, verzekert ze me dat dit inderdaad een keurige, officiële kerk is en dat de mensen zich er aan de wet houden. ,,Maar u mag hier desondanks niet fotograferen, en u heeft hier niets te zoeken. Hoe bent u zo zonder begeleiding in ons afgelegen dorp terechtgekomen? Er zijn hier toch geen toeristische attracties?''

Ik kan zo snel geen geloofwaardige verklaring geven, en voordat we het weten is ook de politie gearriveerd. De fotograaf moet nu meteen ophouden met fotograferen. Als ik zeg dat we eigenlijk het liefst gewoon terug willen naar ons hotel, wordt het lastig. De politie zal ons heus wel brengen, maar we moeten eerst even rustig wachten. ,,Dat is beter voor jullie veiligheid'', luidt het argument dat ik in China altijd te horen krijg als ik door officiële instanties in mijn bewegingsvrijheid word belemmerd.

Als we een openbare bus proberen aan te houden, mindert die inderdaad vaart. Hij wijkt uit naar de zijkant van de straat en lijkt voor ons te gaan stoppen. Maar als de chauffeur de politie in de gaten krijgt, trekt hij snel weer op. Zo makkelijk komen we dus niet weg.

Uit armoede lopen we naar een restaurant aan de straat, waar we een pilsje bestellen. Vier agenten in uniform en twee in burger zetten zich bij ons aan tafel en vragen ons nogmaals naar onze motieven en naar onze paspoorten. Het mijne ligt in het hotel. Achter de politie vormt zich een haag van nieuwsgierige dorpelingen. Als de fotograaf hun sigaretten wil aanbieden om de sfeer wat te verlichten, durft niemand een rokertje van hem aan te nemen. We zijn duidelijk besmet verklaard.

Na een ongemakkelijk pilsje houdt een politieagent opeens toch een taxi voor ons aan, die ons naar ons hotel in de stad brengt. Daar wachten inmiddels de andere politiemensen, die ons vooruit zijn gesneld en die al met het hotelpersoneel hebben gepraat. Ze kijken onze paspoorten in en bellen de gegevens door naar het Bureau Buitenlandse Zaken van de stad.

Ze hebben ook een Duits sprekende Chinees meegenomen, maar gek genoeg hebben we even helemaal geen zin om een praatje met die man te maken.

En verder? Verder niets, we mogen naar onze kamers. We zijn dan inmiddels wel zo geïntimideerd dat we de volgende dag vroeg meteen vertrekken. En dat was misschien nou precies de bedoeling.