Interventie in Irak heeft imperiaal karakter

Amerikaanse en Europese intellectuelen moeten beter meedenken over wat er moet gebeuren na de val van Saddam Hussein, meent Arend Jan Boekestijn.

De redactie van de populaire digitale encyclopedie Encarta heeft vrolijker tijden meegemaakt. De auteur van het lemma over Rudyard Kipling (u weet wel: de schepper van de White Man's Burden) meent dat het oeuvre van deze dichter in onze tijd verouderd aandoet. Zijn geloof in het ethische verantwoordelijkheidsgevoel van de Britse empire builders, zijn schildering van moed, gehoorzaamheid, discipline en plicht, en zijn overtuiging dat een Brits imperium de beste voorwaarde zou zijn voor wereldvrede en verspreiding van de beschaving, zijn volgens de auteur geheel uit de tijd. Die zin zal de redactie nog betreuren.

Uit de tijd? Wie zich niet laat overweldigen door het lawaai van de huidige drumbeats of war hoort de stem van Rudyard Kipling op de achtergrond zacht maar gedecideerd doorklinken. Want wat is het exporteren van democratie naar Irak en het gehele Midden-Oosten anders dan the White Man's Burden revisited? Wie had dat gedacht?

De geschiedenis is wel vaker ironisch, maar nu maakt Clio het wel heel erg bont. Bush heeft er tijdens de verkiezingscampagne geen misverstand over laten bestaan dat hij onder geen enkele voorwaarde bereid zou zijn om de geest van Kipling op te roepen. Nation building, daar moesten de VS zich niet mee inlaten. En nu is het diezelfde regering-Bush die nation building tot een centraal leerstuk van haar buitenlandse politiek heeft gemaakt.

Er is iets interessants gebeurd in de Amerikaanse politiek. De Vietnamoorlog verdeelde de VS in twee kampen. De conservatieven meenden dat het communisme moest worden ingedamd. De liberals (liberals in Amerikaanse zin, dat wil zeggen de ruimdenkenden) meenden dat de conservatieven het communistische gevaar overdreven en spraken zich uit tegen deze oorlog. Deze scheiding der geesten bleef bestaan totdat de liberals in het begin van de jaren negentig het belegerde Sarajevo bezochten. Opeens raakten zij hun Vietnamsyndroom kwijt en begonnen een actieve Amerikaanse buitenlandse politiek te bepleiten waarin de verspreiding van democratie en mensenrechten centraal stonden. Ook Europese intellectuelen lieten zich niet onbetuigd. Mient Jan Faber bijvoorbeeld kreeg opeens zijn traditionele rakettenangst onder controle en vertoonde een welhaast ongezonde belangstelling voor bombardementen.

In de Verenigde Staten kwamen deze vooruitstrevende intellectuelen onder vuur te liggen van twee kampen. De conservatieven, onder wie leden van de huidige Amerikaanse regering, verafschuwden het idee dat Amerikaanse soldaten zouden moeten worden opgeofferd voor humanitaire missies, nation building en andere vormen van sociaal werk. De andere opponent was links: elke actie van het Amerikaanse leger werd als imperialistisch afgewezen. Het bracht Chomsky er zelfs toe om Miloševic te verdedigen.

En toen vlogen er twee vliegtuigen in de twin towers. Deze afschuwelijke gebeurtenis bracht de voornoemde Amerikaanse liberale intellectuelen in een moeilijk parket. Opeens begonnen namelijk de conservatieven hun programma van nation building over te nemen. Zou het niet fantastisch zijn als het Afghaanse volk bevrijd zou worden van het juk van de Talibaan? Vooruitstrevende intellectuelen als Michael Ignatieff hadden even geen tekst meer.

Wat konden de Amerikaanse liberals nu nog doen? Er diende zich een dilemma aan. Of men verwierp de oorlog in Irak, maar dan verraadde men de eigen democratische principes, of men bleef consistent en sprak zich uit voor de oorlog maar dan steunde men wel het kamp der conservatieven. Geen wonder dat de oppositie tegen de oorlog in Irak maar niet echt van de grond wil komen.

Toch is het jammer dat de Amerikaanse liberals zich betrekkelijk stil houden. George Packer merkt terecht op in het New York Times Magazine van 8 december dat Bush op alle fronten actief is geweest, maar het minst op the level of ideas. Nu hij zich bekeerd heeft tot een vooruitstrevende agenda zou het geen kwaad kunnen om ook in niet conservatieve kringen zijn argumenten te scherpen.

Daar is namelijk alle aanleiding toe. Het is duidelijk dat Saddam Hussein moet gaan. De man is zo grillig, zo slecht geïnformeerd over de buitenwereld en wordt zo verteerd door wraakzucht dat voor indamming te weinig rationaliteit voor handen is. Minder duidelijk is hoe het post-Saddam regime ingericht gaat worden.

En hier zouden Amerikaanse en Europese vooruitstrevende intellectuelen een bijdrage kunnen leveren. Als de Amerikaanse conservatieven zich tegenwoordig gedragen als liberals waarom zouden de echte liberals zich dan niet kunnen gedragen als conservatieven? Indien namelijk de traditionele liberals conservatieve argumenten in stelling brengen tegen het Amerikaanse voornemen om het Midden-Oosten te democratiseren krijgt Bush een koekje van eigen deeg. Nation building blijft namelijk een bedenkelijke aangelegenheid. Irak is geen Bosnië. In Bosnië kon democratie nog gesteund worden. In Irak wordt die opgelegd. Is Amerika werkelijk bereid om diepgaand en langdurig te investeren in het creëren van legitieme en stabiele politieke instituties in Afghanistan en Irak? Aangezien deze vraag verschillend lijkt te worden beantwoord in de boezem van de Amerikaanse regering, is er reden voor twijfel.

En zal het exporteren van de democratie en veiligheid samengaan? In Duitsland, Japan, de voormalige Sovjet-Unie en misschien zelfs Afghanistan lijkt dit het geval te zijn geweest of te zijn. Bevrijding kan echter snel overgaan in bezetting. Fukuyama wees er recent op dat democratie en nationale veiligheid soms samengaan, maar alleen op de lange termijn en met periodieke uitzonderingen wanneer onze belangen bijvoorbeeld beter worden gediend door bevriende dictators.

Er is nog een andere moeilijkheid. Bush heeft het Amerikaanse volk nog niet verteld dat de Amerikaanse interventie in Irak een imperiaal karakter heeft. Net zoals onze jongens in Kabul waarschijnlijk geen dichtbundel van Kipling in hun kerstpakket aantroffen. Zou het niet verstandiger zijn om de kaarten maar gewoon op tafel te leggen? Amerikanen zijn bereid om enorme offers te brengen, maar zij willen daar graag vooraf over worden ingelicht. Nederlandse soldaten in Kabul weten als geen ander hoe gevaarlijk de situatie ter plekke is en hebben evenzeer recht op een realistisch langetermijnperspectief.

Hoe men het ook draait of wendt, de huidige conservatieven in Amerika hebben zich enigszins losgezongen van een van de centrale leerstukken van het conservatisme: de prudentia. Als ik een liberal was dan zou ik deze kans om te scoren niet graag laten liggen. Onze eigen progressieven zwelgen echter in het cliché dat het de Amerikanen uitsluitend om olie zou gaan. Alsof de proliferatie van massavernietigingswapens geen probleem zou zijn.

De Boerenoorlog en vooral de Eerste Wereldoorlog betekenden een bittere slag voor Kiplings idealisme. In zijn laatste levensperiode hield hij zich alleen nog maar bezig met het geestelijk en lichamelijk lijden van de individuele mens. Bush is gewaarschuwd.

Arend Jan Boekestijn is historicus en verbonden aan de Universiteit Utrecht.

www.nrc.nl/dossiers

dossier Irak