Gevaarlijke knuffel

Zo zal je maar worden geholpen, een paar weken voor de verkiezingen, die afgaande op de peilingen geen succes dreigen te worden. VVD-lijsttrekker Zalm is acht jaar een goede minister geweest maar nog te kort fractieleider, te kort Kamerlid ook, om het als aanvoerder van de VVD al goed genoeg te doen. Maar hij leert het nog wel, ook in het debat met zijn concurrenten, zoiets kan snel gaan. Zulke troostende woorden laat het VVD-erelid Wiegel de afgelopen dagen geregeld horen, gistermorgen deed hij dat nog eens via Radio I, voor de microfoon van de Evangelische Omroep. Wil hij straks een ministerspost? Nee, zegt hij, eventueel een taak als informateur, ,,dat heb ik nog nooit gedaan''.

Mooie foto's van de op een toogdag uitgelopen nieuwjaarsreceptie van de VVD in Rotterdam, afgelopen weekeinde. Gerrit Zalm zit op een podium, tussen twee erkende liberale cracks die hem graag helpen: de 61-jarige Hans Wiegel en de 68-jarige Frits Bolkestein. De eerste was ooit, in 1967, het jongste Kamerlid en vier jaar later de jongste fractieleider aller tijden. Hij won twee verkiezingen, liet de VVD in 1972 van 16 naar 22 en in '77 als oppositiepartij tegen het kabinet-Den Uyl naar 28 zetels springen en was daarna vice-premier in het eerste kabinet-Van Agt. Vervolgens, na een kleine verkiezingsnederlaag (26 zetels) verliet hij in 1981 de politieke frontlijn, 21 jaar geleden. Bij veel oud-politici zou zoiets in het digitale tijdperk overeen komen met: vrij kort na de Middeleeuwen. Maar Wiegel is ook in dit opzicht een man apart. Hij heeft nu eens als bezorgde VVD-erflater dan weer koketterend met een mogelijke terugkeer naar de top, nu eens ernstig kijkend, dan weer olijk knipogend zijn bekendheid en populariteit bij kiezers en media al die jaren bewaard. Wees gerust, valt het woord verkiezingen, dan is Wiegel zelden ver weg. Altijd goed voor een wijze raad in centrum-rechtse richting, een anekdote, een grap en een quote met kopregelwaarde. Een vrolijke politieke dinosauriër, ooit als student door een VVD-vice-premier, Korthals, aangemoedigd Kamerlid te worden. Veertig jaar later spreekt hij vroom over het aftreden van diens zoon als minister van Defensie.

De tweede man op die foto's, Bolkestein, voerde de VVD in 1994 van 22 naar 31 zetels en in 1998 verder naar 39, en werd een jaar later Europees Commissaris in Brussel. Hans en Frits zijn, zoals gebleken is, qua naturel en politiek instinct niet de grootste vrienden, wat die foto's iets eigenaardigs gaf: Zalm tussen twee nogal uiteenlopende chaperonnes. Eigenaardig was het trouwens ook om Zalm, de man die er tevreden over is dat de VVD de afgelopen acht maanden onder zijn leiding haar personeel aan het Binnenhof zo stevig heeft vernieuwd en verjongd, nu zo blij tussen twee veteranen te zien zitten.

In het algemeen geldt dat lijsttrekkers die openlijk van vele kanten hulp aangeboden krijgen, of het aanbod om hun leiderschap min of meer te delen in `een team', in feite te maken hebben met onzekerheid in hun partij over de vraag of zij electoraal wel sterk genoeg zijn. Zalm zal zich bijvoorbeeld herinneren dat Wiegel een jaar geleden, in de aanloop naar de verkiezingen van 15 mei 2002, de toenmalige lijsttrekker Hans Dijkstal herhaaldelijk openlijk aanbeval om de toenmalige populaire minister van Financiën, Zalm dus, meer in te zetten in de campagne. Dat deed Wiegel niet omdat zijn vertrouwen in Dijkstal groot was. Integendeel zelfs. Kortom: daargelaten de vraag of Zalm werkelijk zelf om de innige omhelzing van Wiegel en diens openbare adviezen heeft gevraagd, hij mag er wel voorzichtig mee wezen. Want onder zulke liefde ben je als lijsttrekker voor je er erg in hebt doodgeknuffeld. Met als risico dat de oude staatsman Wiegel bij je politieke uitvaart, straks, ook de mooiste afscheidsrede komt houden.

Bolkestein onderkende dat risico toen hij goed tien jaar geleden politiek leider van de VVD was geworden en Wiegel uit Friesland, waar hij commissaris van de koningin was, liet horen dat hij wellicht wel bereid was om in 1994 vice-premier te worden in een kabinet-Brinkman van CDA en VVD, dat er overigens niet zou komen. Maar voordien moest Bolkestein binnen de VVD een oorlogje winnen om te voorkomen dat hij Wiegel als voorwaardelijke co-piloot aan boord zou krijgen. Zo word je geen vriend van Wiegel, zeker niet als je even later negen zetels wint en, in 1994, ook nog toetreedt tot een (paarse) coalitie met PvdA en D66, al was het maar omdat Bolkesteins VVD en Brinkmans aangeslagen CDA samen geen meerderheid hadden.

Wiegel maakte van de VVD in de jaren zestig en zeventig een volkspartij dankzij de ontzuiling van de Nederlandse kiezers. Niet de PvdA, die op een massale toeloop van confessionele kiezers hoopte en haar polarisatiestrategie daarop baseerde, maar de VVD werd de grootste begunstigde van die ontzuiling. Wiegel houdt van duidelijke, zonodig aangescherpte politieke strijd. Hij wil de PvdA, vandaag net als toen, niet als partner maar als tegenstander. En het CDA als bondgenoot, van wie de VVD soms kalmpjes een hap neemt. Wie daarvan afwijkt, bijvoorbeeld door te hard in de clinch te gaan met het CDA, zoals zijn opvolger Ed Nijpels tijdens het eerste kabinet-Lubbers (1982-'86), kan niet op zijn goedkeuring rekenen. Wie, zoals Nijpels' opvolger Joris Voorhoeve tijdens het tweede kabinet-Lubbers ('86-'89), de VVD wat meer naar links wil openen, evenmin. Nu heeft de VVD met Zalm een lijsttrekker die zeker niet naar links wil en openlijk voor samenwerking met het CDA pleit. Maar nu doen de kiezers niet meer wat zij volgens Wiegels handboek in zo'n situatie zouden moeten doen. Namelijk: van de rechterkant (uit het LPF-reservoir) en uit het midden (het CDA) massaal naar de VVD (terug) komen. Dus komt, andere tijden of niet, Wiegel volop te hulp, op het gevaar af dat deze hulp averechts werkt en Zalm mede daardoor straks in de berm van de weg belandt. En het CDA en de PvdA onder druk van de kiezersuitspraak toch tot een coalitie (moeten) besluiten. Wie weet blijken dan tevens de dagen geteld van het politieke handboek-Wiegel. Er staat in elk geval ook voor hem veel op het spel.