Geen uitzicht op doorbraak Venezuela

De algemene staking in Venezuela ging gisteren haar vijfde week in, en uitzicht op een doorbraak ontbreekt. De economie loopt veel schade op en het geweld neemt toe.

Een stralende en zelfverzekerde Venezolaanse president Hugo Chávez meldde zondag tijdens zijn wekelijkse televisiepraatje dat hij vier weken staking had overleefd, en nog wel meer aankon. ,,Ze zullen ons land en onze dromen niet kapot maken'', zei hij over de oppositie die sinds 2 december met een staking probeert hem tot aftreden te dwingen.

Politieke analisten menen dat Chávez inderdaad nog lang niet weg is. Een klein deel van de stakers, voornamelijk de kleine middenstand, gaf vorige week de staking op. De olie-export neemt langzaam weer toe, hoewel de produktie, 300.000 vaten per dag (800.000 volgens de regering) bij lange na nog niet het oude niveau van 3 miljoen vaten per dag haalt.

Belangrijker is wellicht nog dat de oppositie na 37 dagen staking nog geen doorbraak heeft weten te forceren. Nog steeds staat een deel van de Venezolanen – volgens de laatste peilingen 30 procent – achter de `vreedzame revolutie' die de links-populistische Chávez bij zijn verkiezing in 1998 beloofde. De president wilde de olierijkdom van de op vier na grootste olieproducent van de wereld eerlijker verdelen. Zijn Bolivariaanse Constitutie – vernoemd naar de Zuid-Amerikaanse vrijheidstrijder Simón Bolívar – moest de macht van de oude politieke partijen en de volgens hem corrupte elite breken. De grondwet en de scheiding der machten werden overhoop gehaald.

Chávez' revolutie zorgde voor onrust onder de oppositie en de oude politieke garde, en na enkele maanden ook bij de middenklasse die zag dat de werkloosheid steeg, de economie kromp en corruptie allerminst werd uitgebannen. Chávez' bewind veranderde langzaam in een grillige alleenheerschappij, zo meenden zij. De vakbonden en het bedrijfsleven van Venezuela sloegen de handen ineen en organiseerden een massale staking. Het leidde op april vorig jaar tot een staatsgreep. Binnen 48 uur wist Chávez toen echter met hulp van het aan hem loyale leger en een deel van het volk terug te keren. Sindsdien is Venezuela verdeeld tussen de Chávistas, die de president steunen, en een samenwerkingsverband tussen de oppositie, vakbonden en rebellerende militairen die het aftreden van de president eisen.

Maar het is onduidelijk wat deze oppositie van plan is als Chávez zou aftreden, of zou worden afgezet. Ze heeft geen duidelijke leider die in Chávez' voetstappen zou kunnen treden. Vakbondsleider Carlos Ortega, die veelal als woordvoerder van de stakers optreedt en dagelijks de nieuwe acties uitschrijft, is lid van de Democratische Actiepartij die door velen nog wordt gezien als onderdeel van het corrupte politieke systeem waar Chávez juist een einde aan wilde maken. Jurist Julio Borges, initiatiefnemer van een handtekeningenactie om een referendum over het presidentschap af te dwingen, is met zijn 33 jaar volgens veel Venezolanen te jong. Een kanshebber zou voormalig gouverneur Enrique Mendoza kunnen zijn, ware het niet dat hij ,,niet over zulke dingen wil nadenken tot we weten dat er verkiezingen komen'', zo zei hij onlangs tegen persbureau AP.

Verkiezingen zullen pas worden gehouden in 2006, als de wettelijke ambtstermijn van Chávez afloopt. De oppositie eist daarom dat er op 2 februari een referendum wordt gehouden met als enige vraag: moet de president aanblijven? Omdat dit een grondwetswijziging vereist – de grondwet schrijft voor dat er halverwege een ambtstermijn, dus in augustus, een referendum kan worden gehouden – moet het Venezolaanse Hooggerechtshof zich over deze eis uitspreken.

Een coup lijkt ook geen optie. Op een kleine groep rebellerende militairen na, degenen die in april Chávez afzetten, blijft het leger loyaal aan de president. Het bezet sinds half december op bevel van de president olietankers, raffinaderijen en politiestations in de hoofdstad Caracas.

Wat zich tegen Chávez kan keren, is de economische neergang. De Venezolaanse regering heeft inmiddels haar reserves moeten aanspreken om olie in te voeren uit Brazilië en Trinidad en Tobago, en rijst en vlees te kopen van de Dominicaanse Republiek en Colombia. De stakingen in de olie kosten het land 50 à 60 miljoen dollar per dag. Sommige analisten denken dat de economie dit kwartaal met tien procent zal krimpen.

Bovendien neemt het geweld toe, aan beide kanten. Afgelopen weekeind vielen twee doden onder de aanhang van de president. Een woedende menigte keerde zich vervolgens tegen de politie, die zij beschuldigt van partijdigheid. In de Venezolaanse media, vrijwel allemaal anti-Chávez, wordt hardop gevraagd of de softe aanpak van de afgelopen maanden nog wel ergens toe leidt. El Nacional schreef dat het protest zich moet verplaatsen naar het presidentiële paleis. ,,We moeten hem [Chávez] confronteren, en tegen iedere prijs'', aldus de krant.

Bemiddelingspogingen hebben tot dusver niet geholpen. De Amerikaanse oud-president Jimmy Carter gaf in juli na enkele dagen op. De secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, César Gaviria, probeert sinds oktober, zonder veel succes, met beide partijen te onderhandelen. Interventie van andere landen lijkt eveneens uitgesloten. De Verenigde Staten, die de coup van april steunden, hebben sindsdien geen stelling willen nemen. De Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva is bevriend met Chávez. Misschien dat vermoeidheid bij een van beide partijen tot een oplossing leidt.

    • Titia Ketelaar