Bezuinigingen maken keuze voor kiezer helder

De economische tegenslagen hebben alle partijen aan het rekenen gezet. Alle partijen stellen nu bezuinigingen en ombuigingen voor.

Voor de kiezer komen deze als geroepen: de keuze wordt nu eindelijk helder.

Wie een jaar geleden gezegd had dat er nu voor vele miljarden aan extra bezuinigingen moeten worden gevonden op de begroting, zou waarschijnlijk voor gek verklaard zijn. Toch hebben alle partijen inmiddels fors het mes moeten zetten in hun ambitieuze plannen om van Nederland een beter land te maken. De bezuinigingsbedragen variëren sterk, van een `bescheiden' 5,5 miljard van de SGP via een stevige 9 miljard van GroenLinks naar een verbluffende 19 miljard van de LPF. Maar het doel is hetzelfde: doorgaan met de aflossing van de staatsschuld en ondertussen de eigen prioriteiten zo goed en zo kwaad als het gaat blijven uitvoeren.

De verslechteringen die elkaar het afgelopen jaar in rap tempo opvolgden, hebben in totaal een gat van zo'n 10 miljard euro geslagen in de ramingen die een jaar geleden nog als uitgangspunt golden. In de doorrekening die de basis vormde voor het kabinet Balkenende (voorafgaand aan de verkiezingen van 15 mei 2002) ging het Centraal Planbureau (CPB) nog uit van een vrije ruimte van 3,5 miljard euro voor de periode 2003-2006. Die was gebaseerd op een jaarlijkse groei van 2,5 procent. Toen Balkenende c.s. hun zogenoemde Strategisch Akkoord (regeerakkoord) opstelden, was de situatie al wat minder rooskleurig geworden. In totaal werd er voor bijna zeven miljard euro bezuinigd. Daar stond een uitgavenverhoging van 3,5 miljard tegenover.

Nog geen twee maanden later, op Prinsjesdag, volgde de eerste aanscherping. De zuurgraad, die vooruitlopend op het zoet beloofd was in de eerste jaren van het kabinet-Balkenende, werd weer hoger. Er werd nog eens voor 600 miljoen in de uitgaven gesneden en voor een klein miljard aan lastenverzwaring doorgevoerd. De belofte dat alles aan het eind van 2006 toch nog goed zou komen klonk al een stuk minder overtuigend.

Maar de echte klap voor de plannen van de politieke partijen kwam pas nadat het kabinet Balkenende na 87 dagen viel. Het CPB rekende opnieuw door hoe een volgende kabinetsperiode (2004-2007) er economisch voor zou staan, en de uitkomst was bedroevend. Maar liefst tien miljard euro aan extra tegenvallers, een lagere economische groei (2,25 procent) en een trager herstel van de economie. De door allen zo verlangde aflossing van de staatsschuld binnen één generatie, verdween zonder aanvullende maatregelen ver achter de horizon. Een lichte paniek maakte zich van de meeste financieel specialisten van de partijen meester. De kerstvakantie van de politieke rekenmeesters ging voornamelijk op aan gereken.

Nagenoeg alle partijen hebben inmiddels op basis van de laatste ramingen van het CPB hun programma's aangepast. De variëteit aan maatregelen (bezuinigingen, lastenverzwaringen, ombuigingen) laat zien dat in tijden van economische krapte de echte politieke keuzes scherper aan het licht komen dan in tijden van voorspoed. Opmerkelijk is wel dat nagenoeg alle partijen bovenop de al in het regeerakkoord afgesproken taakstelling bij de overheid de duimschroeven voor het ambtenarenapparaat nog eens fors aandraaien. Ook het schrappen in de administratieve lasten (de papierberg) is een favoriete bezuinigingspost. Helaas zijn dergelijke ideeën (efficiëncykortingen, bezuinigen op extern personeel, snijden in de bureaucratie) niet nieuw, en leert de ervaring dat de voorgenomen beperking van die budgetten ondanks goede voornemens zelden wordt gehaald.

Los daarvan zijn de verschillen enorm. De VVD, ChristenUnie en het CDA halen het grootste deel van hun bezuinigingen (vier miljard) uit loonmatiging, waarvan inmiddels is aangetoond dat dat bedrag maar voor de helft als echte bezuiniging mag worden ingeboekt. De VVD zet verder in op lastenverlichting door afschaffing van de onroerend zaakbelasting en op veiligheid (500 miljoen) en bezuinigt 350 miljoen op de zorg.

De LPF haalt niet een stofkam, maar een harde bezem door de begroting door onder meer voor zeven miljard euro te korten op subsidies (welke is niet duidelijk) en vier miljard minder uit te geven aan ontwikkelingssamenwerking. Demissionair premier Balkenende heeft zijn financiële plaatje nog niet rond, maar haalt naast de vier miljard van de loonmatiging nog drie keer een miljard uit respectievelijk ontbureaucratisering, deels in stand houden van de ozb en ,,kleinere posten'', zo zei hij in het Algemeen Dagblad vandaag.

De PvdA zet in op een herstel van de banenmachine en besteedt meer dan de VVD aan veiligheid en inburgering, GroenLinks verhoogt de lasten op milieu en hoge inkomens met vijf miljard, en snijdt fors in defensie en infrastructuur, ten gunste van onderwijs en sociale zekerheid. En de aanhangers van de kenniseconomie kunnen terecht bij D66, waar maar liefst 2,5 miljard euro wordt uitgetrokken voor kennis en onderwijs.

De economische tegenslag heeft dus ook een voordeel. Er valt, meer dan de afgelopen jaren het geval was, weer eens echt wat te kiezen.

    • Egbert Kalse