Banger voor politie dan voor de dief

In de zomer van vorig jaar kreeg onze buurvrouw, een paranoïde katholieke Palestijnse ouwe vrijster, opeens mysterieuze telefoontjes. Om drie of vier uur 's nachts ging de telefoon, en als ze dan opnam, werd er na een paar seconden stilte opgehangen.

Dat ging drie dagen door en toen was de buurvrouw gesloopt. Waarom ging ze niet naar de politie, vroeg ik, maar die vraag ontweek ze.

We trokken haar telefoon door naar ons huis zodat ik kon opnemen en met mijn mannenstem de bellers misschien kon wegjagen. ,,Want ik ben een weerloze oude vrouw!'' bleef ze maar herhalen.

Zo gezegd, zo gedaan en inderdaad ging 's nachts de telefoon. Ik nam op, geen antwoord. Vijf minuten later ging weer de telefoon. Weer geen antwoord, dus begon ik de bellers uit te schelden voor al het lelijks waarvan ik het equivalent in het Engels wist.

Er volgde een derde telefoontje en toen begon de beller opeens te praten, weliswaar in zo kort mogelijke Engelse zinnen, maar hij praatte. Hij wilde niet zeggen hoe hij heette of waar hij vandaan belde. Maar hij beweerde ,,een vriend van de familie uit Jordanië'' te zijn.

Nadat hij had opgehangen, besefte ik opeens met een schok dat hij `Jordan' niet had gezegd met een Arabische rollende `r' maar met een Hebreeuwse `r'. Dit was een Israëliër geweest, geen Arabier of Palestijn! De telefoontjes hielden op.

Ik bracht verslag uit aan de huisbaas, die iets verderop woont. Hij is een gezagsgetrouwe tandarts en de broer van onze paranoïde buurvrouw. ,,Wij krijgen ook regelmatig dat soort telefoontjes'', vertrouwde hij me toe. ,,Het zijn joodse kolonisten die oudere Palestijnen opbellen omdat ze op hun huizen azen. Iedere paar jaar benaderen joodse kolonisten of hun vertegenwoordigers mij met een aanbod voor het huis. Twee, drie keer de waarde bieden ze, plus Israëlische paspoorten voor mijn hele familie. We mogen er zelfs blijven wonen tot onze dood. Maar daarna wordt het een joodse nederzetting.''

Als Palestijn in het door Israël al 35 jaar bezette Oost-Jeruzalem zou de huisbaas geweldig geholpen zijn met een Israëlisch paspoort. Daarmee kan hij met zijn gezin veel makkelijker naar Israël en het buitenland reizen. Zijn kinderen zouden opeens een toekomst hebben. Maar hij heeft de aanbiedingen altijd beslist afgeslagen. Hij doet geen zaken met de mensen die al drie decennia bezig zijn de Palestijnse inwoners van Oost-Jeruzalem weg te pesten of uit te kopen. De buurt zou het ook niet pikken.

Nu is het een half jaar later en is er bij ons ingebroken. Auto weg, huis gesloopt en leeggehaald. En uiteraard is de buurvrouw in alle staten, net als broer de huisbaas. Maar naar de politie? ,,Ik wil alles voor je doen'', zegt de huisbaas, ,,maar stuur me niet naar de politie. Doe jij alsjeblieft de aangifte helemaal zonder mij erin te betrekken, echt, dat is beter.''

Met tegenzin legt hij het uit: Oost-Jeruzalem is bezet door Israël. Als de huisbaas naar een Israëlisch politiebureau gaat, dan loopt hij het risico dat iemand op het bureau denkt: Oh, u woont daar en daar? Dat is handig, want over die buurt wilden wij van de inlichtingendienst net het een en ander weten. Oh, u wilt ons niets vertellen? Misschien moeten we dan nog maar eens grondig uw rijbewijs, uw papieren en vergunningen controleren. Tja, dat kan wel even duren. De komende maand meldt u zich maar eens iedere middag op het bureau. En misschien moeten we ook maar eens gezellig met zijn tweetjes door uw wijk gaan lopen, zodat iedereen ziet dat u goede vrienden bent met de Israëlische politie.

Uiteindelijk beland ik, in mijn eentje, op het politiebureau in de nabijgelegen joodse nederzetting Neve Yaqov. Niemand spreekt Engels en ik word doorverwezen naar de agent die Arabisch kent. Deze is bezig met een Palestijn die net achter een Israëlisch checkpoint woont en op weg naar Jeruzalem iedere dag twee uur in de rij staat. Omdat hij er iedere dag langskomt, kennen de soldaten hem van gezicht en laten ze hem, eenmaal aan de beurt, meteen door. Hij is nu op het politiebureau voor een speciaal pasje zodat hij voortaan de speciale weg voor westerlingen en joodse kolonisten mag nemen. Een speciale weg voor westerlingen en joodse kolonisten, zover is het al gekomen in de bezette Palestijnse gebieden.

,,Kom morgen maar terug'', bast de Israëlische politieman tegen de Palestijn.

,,Maar dat zei je gisteren ook al, en eergisteren ook. Ik ben hier al tien keer geweest.''

,,Dan kom je nog maar tien keer.''

Ziedaar het leven onder een bezetting: dat je nog meer hebt te vrezen van de politie dan van inbrekers.

    • Joris Luyendijk