Zalm is zeker nog niet kansloos

Eigenlijk is er maar één punt waarop het CDA zich ten opzichte van de VVD positief onderscheidt: normen en waarden. Velen vinden dat het CDA daarover geloofwaardiger kan praten dan de VVD. Maar het is de vraag wat het electorale nut daarvan is, betoogt Tom van Dijk.

De PvdA en de VVD zijn vorig jaar door de electorale gehaktmolen gegaan. In de recente peilingen halen én PvdA én VVD ternauwernood 30 zetels, terwijl het CDA een monsterscore lijkt te naderen. Wouter Bos van de PvdA weigert dan ook consequent te speculeren over de vraag wat er moet gebeuren als de PvdA de grootste wordt bij de komende verkiezingen. En wat doet Gerrit Zalm? Niks geen deemoed, maar onomwonden ambitieus kandideert hij zich als minister-president. Is Zalm mesjokke geworden?

Voor willekeurig welke politieke partij bestaan er drie groepen kiezers. Enerzijds kiezers die zeker niet op de desbetreffende partij zullen stemmen. Anderzijds kiezers die dat zeker wel zullen doen. De derde groep maakt het verschil. Kiezers die op die partij zouden kunnen stemmen maar ook nog voor een andere partij zouden kunnen kiezen: het potentiële electoraat. Normaal gesproken rekruteert een politieke partij ongeveer de helft van haar potentiële kiezers. De VVD vormt op die regel thans een uitzondering. Niet meer dan slechts 20 procent van het liberale potentieel zou, als er nu verkiezingen zouden zijn, op de VVD stemmen terwijl bijna de helft op het CDA zou gaan stemmen. Dat is een tamelijk bizarre situatie, die aangeeft dat de VVD met een probleem zit. Maar die situatie indiceert tegeljkertijd dat de mogelijkheden voor de VVD heel groot zijn.

De zeteltallen die nu in peilingen voor de VVD genoemd worden zijn niet veel meer dan de stemmen waarop de VVD vrijwel zeker kan rekenen. Zoals bij de meeste partijen, ligt de situatie bij het CDA fundamenteel anders: daar bestaat bijna de helft van wat het CDA aan zetels zou scoren uit steun die de christen-democraten moeten verwerven uit hun potentieel. Kiezers dus die op het CDA zouden kunnen stemmen, maar ook nog op een andere politieke partij. Dat geheel leidt tot een uiterst interessante situatie, vooral in combinatie met het feit dat er erg veel zwevende kiezers zijn die CDA of VVD zouden kunnen gaan stemmen. In totaal gaat het daarbij om 17 zetels. Als het om de vraag gaat of het CDA of de VVD de grootste partij wordt, gelden deze zetels ook nog eens als tweezitters. Elke zetel die er bij de één bijkomt, gaat er bij de ander af.

Wat zijn de inhoudelijke troeven voor de VVD? Bij de vorige verkiezingen speelden drie issues: zorg, veiligheid en migratiepolitiek. Deze kwesties zullen zonder enige twijfel ook bij de komende verkiezingen een centrale rol spelen. Het is niet onwaarschijnlijk dat de werkloosheidsproblematiek zich daaraan zal toevoegen, ook al is dat op dit moment nog niet zo. Hoe oordeelt het gedeelde potentiële electoraat van CDA en VVD over de competenties van deze partijen om een zinvolle bijdrage te leveren aan het oplossen van deze kwesties?

Intomart heeft het onlangs onderzocht in een enquête onder iets meer dan 1000 kiesgerechtigden. Met betrekking tot werkloosheid en de veiligheid worden beide partijen door het CDA-VVD potentieel even bekwaam gevonden. Ten aanzien van de problemen in de zorg wordt het CDA evenwel duidelijk competenter geacht, terwijl de VVD met een even grote afstand capabeler dan het CDA wordt gezien met betrekking tot de migratiepolitiek. Dat is dus een gelijke stand, zij het dat de problemen rondom de zorg iets hoger worden geprioriteerd dan kwesties rondom de migratiepolitiek.

Veel belangrijker dan opvattingen van kiezers over issues zijn zogenoemde frames. Frames, het begrip is ontwikkeld in de politieke psychologie, zijn eenvoudige, maar uiterst krachtige interpretatiekaders die kiezers gebruiken om politieke kwesties te voorzien van een duiding.

Ongeveer een jaar voor de verkiezingen van 15 mei jongstleden is een tweetal van dergelijke interpretatiekaders opgekomen, toen Pim Fortuyn nog gewoon één van de vele columnisten was. De onvrede met betrekking tot de zorg en de onveiligheid werden omvat door een beeld met de kracht van een slagzwaard: de overheid disfunctioneert. De wachtlijsten in de zorg en de onveiligheid op straat werden ééndimensionaal gezien als producten van falend overheidsbeleid. De migratiepolitiek werd gevat door een ander interpretatiekader: dat van openheid, van een transparante en afrekenbare politiek, van het definitieve afscheid van heilige huisjes. Wat voorheen zelfs nauwelijks gedacht mocht worden, werd openlijk gezegd. Het hoefde zelfs niet waar te zijn, het ging er om dat het gezegd mocht worden. Het glazen plafond van het politiek correcte vocabulaire was gebroken.

Hoe staat het nu met deze interpretatiekaders? In welke mate slagen Balkenende en Zalm er in – á la Fortuyn – eigenaar te worden van deze frames? Het ideaal van een doorzichtige en afrekenbare overheid is vrijwel kapot. De capriolen van de LPF – ten tijde van de vorige verkiezingen via Fortuyn dé eigenaar van dit frame – hebben dat geloof klaarblijkelijk ernstig aangetast. Geen enkele politieke partij – de SP enigszins uitgezonderd – kan nog een geloofwaardige claim leggen op de pretentie de politiek open te kunnen breken. Het verlangen naar een adequaat functionerende overheid staat nog wel overeind. Kijkend naar het CDA-VVD potentieel worden CDA en VVD evenwel in gelijke mate capabel geacht om een nuttige bijdrage te leveren aan een beter functionerende overheid. Ook daar dus een gelijkspel.

Sinds de verkiezingen van vorig jaar is er evenwel in het Haagse – in de samenleving werd er al jaren over gesproken – een nieuw partijoverstijgend interpretatiekader bijgekomen. Inderdaad: normen en waarden. Het CDA-VVD potentieel wijst het CDA onomwonden aan als eigenaar van dat interpretatiekader. Het CDA kan in de ogen van heel velen geloofwaardig over normen en waarden praten; véél geloofwaardiger dan de VVD. Maar dat is dan ook het eerste punt waarop het CDA zich ten opzichte van de VVD echt positief onderscheidt. Het is wel de vraag wat het electorale nut daarvan is. In beginsel is de semantische kracht van de term normen en waarden hoog, maar niet makkelijk eenduidig te concretiseren. Het is geen toeval dat er nog geen issue in een stevige relatie is gebracht met dit interpretatiekader. Iedereen vindt normen en waarden belangrijk, maar dan vooral de eigen normen en waarden.

Is de kandidatuur van Zalm voor het minister-presidentschap nu slim of een beetje dom? Dat is een hele lastige vraag. In potentie heeft de VVD er de kiezers voor. De positie van het CDA en Balkende is zeker niet onaantastbaar. Het CDA heeft de voorgaande verkiezingen niet zozeer gewonnen op eigen kracht, maar vooral door de déconfiture van Paars en de onthoofding van de LPF. Balkenende wordt bovendien niet bepaald allerwegen geroemd om zijn doortastende proaktieve optreden. Als Zalm stil blijft zitten, verandert er waarschijnlijk niets. Balkenende zal zeker niet in beweging komen en zich blijven beperken tot het uitspreken van depolitiserende zinsneden als `fatsoen moet je doen' en `het gaat er om dat je je verantwoordelijkheid neemt'. Dat pleit allemaal voor een stoutmoedige kandidatuur voor het minister-presidentschap. Het is evenwel de vraag of Zalm en de VVD er zelf wel voluit in geloven. Waarom heeft Zalm de steun nodig van Bolkestein en Wiegel, die al jaren geleden het centrum van de Haagse politiek hebben verlaten? Zalm etaleert bovendien bepaald geen zelfverzekerde rust in debatten op televisie. Kiezers ruiken dat.

Tom van Dijk is directeur beleidsonderzoek bij Intomart.