Plan tegen wateroverlast al tien jaar oud

De verhoogde dijken en de noodvoorzieningen langs de Limburgse Maas hebben het in het weekend gehouden. Afgezien van een doorbraak in een waterkering in Tegelen bleken de getroffen voorzieningen een succes. Toch is het waterschap Roer en Overmaas, verantwoordelijk voor het waterbeheer in zuidelijk Limburg, ontevreden.

Woordvoerder J. Delsing van het waterschap vindt het niet langer verantwoord om steeds opnieuw te moeten uitrukken met kwelwaterpompen en demontabele waterkeringen: ,,Dat vergt een enorme inspanning voor een klein waterschap als het onze. Bovendien moeten de inwoners dit allemaal steeds weer opbrengen. Het kost iedere keer handenvol geld.''

Ook burgemeester Leers van Maastricht, tevens verantwoordelijk voor de twee laaggelegen Maasdorpen Itteren en Borgharen, ergert zich eraan dat jaren geleden is besloten dat de wateroverlast van de Maas `structureel' zou worden opgelost, maar dat tot dusverre alleen enkele dijken werden verhoogd. ,,Nu de wateroverlast in de Maas langzamerhand een structureel gegeven wordt, moet de overheid ook structurele maatregelen treffen. Nu ging het goed, maar wat was er gebeurd als het water nog iets hoger was gekomen?''

Structurele maatregelen om het waterpeil van de Maas te beheersen zijn overigens al meer dan tien jaar oud. In 1992, een jaar voor de eerste Limburgse hoogwaterramp, tekende de provincie Limburg met de ministeries van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een overeenkomst waarin het startsein werd gegeven voor het project Grensmaas. Dit project, waarbij het Maasdal op de grens met België aanmerkelijk verdiept zou worden, diende twee doelen: natuurontwikkeling met een oppervlak van circa 1.000 hectare en bescherming tegen wateroverlast, waarbij het land achter de kaden bescherming zou worden geboden met een overstromingskans van eens in de 250 jaar.

Die bescherming zou komen door de vorming van een omvangrijk retentiebekken, een reservoir waarin plotselinge regenvloed uit de Ardennen tijdelijk kon worden opgevangen. De kosten van het project zouden bestreden worden door de verkoop van het vrijgekomen grind. Dit laatste is te gemakkelijk gedacht: de hoeveelheid grind is zo groot dat deze nooit binnen enkele jaren op de markt kan worden gebracht. De grindprijs zou sterk dalen, waardoor het project onbetaalbaar wordt.

Door de twee hoogwaterjaren 1993 en 1995 leek het project vleugels te krijgen. De regering stelde in 1995 het Deltaplan Grote Rivieren vast. Daarin worden ook de dijken en kaden in het Maasgebied verhoogd. Maar nadat het hoge water was verdwenen, werd de volgorde omgedraaid: eerst verhoging van de dijken, daarna het project Grensmaas. En dit laatste is nu beland in het woud der afkortingen van de planologische besluitvorming.

In 1997 werd het Grensmaasproject samengevoegd met het project Zandmaas/Maasroute, in een nieuwe projectorganisatie De Maaswerken. In 1998 kwam er inspraak op de voorgeschreven Milieu Effectrapportage (MER) en Ontwerp-Streekplan Grensmaas, waarin een Voorkeursaanpak (VKA)is opgenomen. In 2001 wijzen onderhandelingen met private partijen over uitvoering VKA uit dat te veel grind moet worden gewonnen om het project budgetneutraal te houden. In 2002 stellen Provinciale Staten van Limburg stellen een Eindplan Grensmaas vast en in juni 2002 komt er de Nieuwe Startnotitie voor het milieu-effectenrapportage Grensmaasproject. In september stellen na de 108 inspraakreacties Gedeputeerde Staten van Limburg de Richtlijnen voor het MER Grensmaas vast. In juni 2003 verschijnen het Milieu Effect Rapport (MER) en het Ontwerp-POL Grensmaas. Dat is het moment waarop iedereen kan reageren. Het uiteindelijke doel is dat in 2015 het project uitgevoerd is.

Burgemeester Leers vindt dat dit allemaal wel erg langzaam gaat: ,,Bovendien mag de veiligheid van van Limburg niet afhangen van de grindprijs.''