Operalibretto van Bomans uit 1964 teruggevonden

Het libretto van de opera Bill Clifford, in 1964 geschreven door Godfried Bomans en slechts één keer opgevoerd, is teruggevonden in de archieven van het Nederlands Muziek Instituut in Den Haag. Omdat het werk lange tijd onvindbaar leek, kon het niet worden opgenomen in Bomans' verzameld werk, dat de afgelopen jaren verscheen. Het libretto bleek zich te bevinden tussen de nagelaten partituren van de Haarlemse componist Jan Mul en is nu gepubliceerd door het Godfried Bomans Genootschap, dat wil ijveren voor heropvoering.

Jan Mul (1911-1971), van wiens vele werken vooral het thema uit de film Fanfare (1957) bekend is gebleven, kreeg opdracht een korte opera buffa te componeren voor de opening van het eerste studiejaar van de nieuwe Technische Hogeschool Twente in 1964. Op zoek naar een tekst, stuitte hij op Bomans' boekje De avonturen van Bill Clifford, een parodie op het Sherlock Holmes-genre. De heren besloten dat de cerebrale Clifford zich pas voor een opera zou lenen als hij ook zou zwichten voor vrouwelijk schoon.

Bomans schreef een libretto, en Mul werkte anderhalf jaar aan de muziek. Mul, ooit leerling van de componist Hendrik Andriessen en muziekredacteur van de Volkskrant, verwerkte allerlei citaten: van de Toreador-aria uit Carmen tot Ferme jongens, stoere knapen en diverse Sinterklaasliedjes. ,,Mul heeft weliswaar veel kerkwerken gecomponeerd, maar hij was ook een man met humor'', zegt de componist Hero Wouters, die als Bomans-bewonderaar jarenlang naar het libretto heeft gezocht.

Bill Clifford ging over een hertogin in de denkbeeldige gemeente Enschelo, die een kasteel te koop heeft. De gemeente wil het kopen als huisvesting voor de nieuwe TH. Maar eerst worden gemeente-ambtenaren ingezet om er te gaan spoken, opdat de vraagprijs zal dalen. Ten slotte lost Bill Clifford de zaak op en valt in de armen van de hertogin, die weduwe is. Zelf schreef Bomans in het programmaboekje: ,,De intrige van het spel is zwak, de motivering troebel en de handeling onoverzichtelijk. Ik begrijp er zelf niet veel van. Kortom, het is een ideale tekst voor een opera. De librettist slaat slechts wat spijkers in de muur, opdat de componist er zijn jas en hoed aan ophangt.''

Aanvankelijk staan alle aria's op rijm:

Wat heb ik gehoord?

Is er iemand vermoord?

Wat heb ik vernomen?

Is er weer, is er weer

een lijk binnengekomen?

Al snel grijpt echter de politie-inspecteur in:

Moet het op rijm gebeuren?

In rijmen ben ik niet zeer sterk

en 't is voor Bomans ook zo'n werk?

Daarna wordt het rijm goeddeels verdrongen door spreektaal.

De opera werd op 5 oktober 1964 opgevoerd in het Concertgebouw van Hengelo, met professionele operazangers in de hoofdrollen. De bariton Antoon Hijsman (Clifford) zong van 1962 tot 1973 vele rollen bij het toenmalige Opera Forum in Enschede. De sopraan Mia Kroes (de hertogin) zong van 1959 tot 1969 bij de Zuid-Nederlandsche Opera en Opera Forum, soms in het operettegenre, maar ze vertolkte ook de titelrol in Verdi's La traviata. Ook dirigent Helmuth Wünnenberg en regisseur Paul Pella behoorden destijds tot de vaste kern van Forum.

De kritieken waren ,,niet mals, soms zelfs zeer afwijzend'', aldus Fred Berendse, voorzitter van het Godfried Bomans Genootschap. Zo concludeerde de recensent van Trouw: ,,Deze avond in Hengelo, hoe plezierig overigens verlopen, heeft bepaald geen nieuwe perspectieven voor eigen Nederlandse operacultuur kunnen openen.''

Hero Wouters hoopt niettemin belangstellenden te vinden voor een heropvoering. ,,Maar zo'n opera is natuurlijk een kostbare affaire'', zegt hij. ,,Het zou ons eigen budget in elk geval ver te boven gaan.''

    • Henk van Gelder