Oostenrijk skiet steeds later

Eindelijk sneeuwt het in Oostenrijk. Nog net op tijd voor het slot van de kerstvakantie, maar zeker een maand te laat om er een geslaagd skiseizoen van te maken.

In het kleuterhotel `Trebesinger Hof' in Karinthië worden sprookjes werkelijkheid. Dat klinkt als een stomme slogan en is toch maar een klein beetje overdreven. Want een sprookje wordt hier inderdaad perfect opgevoerd: dat van Vrouw Holle. 's Middags tegen vijf uur zet hotelhouder Siggi Neuschitzer elke dag zijn sneeuwkanon aan. Heerlijk dikke witte vlokken dwarrelen naar beneden op de twee gebouwen, het hof en de tuin. Kinderen drukken hun neusjes plat tegen de ruiten om naar de betoverde winterwereld buiten te kijken. In de winter hebben ze in Oostenrijk sneeuw; dat weten ook kleuters. En in Karinthië worden de verwachtingen van de jongste gasten serieus genomen.

Net als afgelopen jaar hebben delen van Oostenrijk tijdens de kerstperiode weer nauwelijks sneeuw gehad. Wie door het groene land reed kon wel af en toe aan de hellingen 50 tot 100 meter brede witte banden waarnemen: pistes van kunstsneeuw. Maar zelfs voor kunstsneeuw was het de afgelopen weken soms te warm. De kanonnen werken alleen als de temperatuur onder de min 2 graden ligt.

Al begin december moest de start van het seizoen in veel wintersportplaatsen worden verschoven. Medio december volgde een korte periode met lage temperaturen, daarna steeg de thermometer weer, in sommige dalen zelfs tot boven de 10 graden. Het ergst was het afgelopen week in het mondaine skiparadijs Kitzbühel, waar prinsen en schlagersterretjes hun vakantie doorbrengen. Seefeld had gebrek aan sneeuw, en zelfs Schladming, toneel van enkele wereldkampioenschappen, had maar 20 centimeter, en dat boven in de bergen.

Betrouwbaar waren de sneeuwcondities alleen in het eeuwige ijs van de gletsjers – op de Dachstein in Stiermarken of in de Tiroolse gebieden Hintertux, Sölden en Kaunertal. Als altijd waren er ook dit jaar weer winnaars en verliezers. Oost-Tirol bijvoorbeeld had jaren achtereen nauwelijks sneeuw gehad en beleefte nu een onverwachte zegen, ook Obergurgl kon tevreden zijn. Rond de Arlberg in het westen van Oostenrijk lag overal meer dan een meter.

Over sneeuwkanonnen wordt in Oostenrijk nog nauwelijks gediscussieerd. Wintersportplaatsen moeten tegenwoordig honderd dagen per jaar open zijn, wil de exploitatie rendabel zijn. Jarenlang hadden milieubewegingen bezwaren geuit tegen de kunstmatige productie van het witte goud. Maar de problemen zijn kennelijk toch niet zo erg. Behalve stroom – ongeveer 170 kilowatturen per installatie van zes toestellen – zijn er alleen maar water en lucht voor nodig. Water wordt door het kanon gepompt, in een grote ventilator verneveld en de lucht in geblazen. In de lucht kristalliseren de heel kleine druppeltjes tot sneeuwvlokjes. Dikke vlokken zijn net zo gemakkelijk te maken als kleine – het apparaat kan op meer of minder vochtige sneeuw worden ingesteld. Moderne kanonnen maken weinig lawaai en verjagen het wild niet meer. Een probleem is wel de enorme hoeveelheid water die wordt verbruikt: 100 liter per vierkante meter. Om zoveel water te krijgen worden soms reservoirs gevormd en zelfs beken omgelegd.

Gisteren is het bijna overal weer begonnen te sneeuwen; voor de komende week voorspellen de meteorologen temperaturen van maximaal minus 5 graden. Maar medio januari zit voor iedereen de gebruikelijke kerstvakantie er weer op en zijn de hotels allemaal weer leeg. Waarschijnlijk is Driekoningen in de toekomst net zo'n goede gelegenheid voor de kerstman om zijn cadeautjes af te leveren en een korte vakantieperiode te laten beginnen.