Losse snippers van educatieve reizen

In Museum Meermanno worden grote namen genoemd, maar vaak is het of je de personen over wie het in de expositie De Grand Tour gaat, rakelings mist. De tentoonstelling illustreert aan de hand van handschriften, boeken en prenten de `Grand tour', zoals jongelingen van goede komaf die in de 17de en 18de eeuw maakten, doorgaans ter vervolmaking van hun opleiding. De Hagenaar Johan Meerman (1753-1815) was zo'n reiziger, die direct na afronding van zijn rechtenstudie in 1774 voor twee jaar door Engeland, Frankrijk, Zwitserland en Italië trok. Met zijn overblijfselen uit de oudheid vormde Italië het hoogtepunt van een geslaagde Grand tour. In Rome bestelde Meerman werk van onder meer de beroemde graveur Giovanni Battista Piranesi, zoals blijkt uit een handgeschreven kwitantie waarin hij zijn bankier opdracht geeft de kunstenaar een bedrag uit te keren. Maar van Piranesi is geen enkel werk geëxposeerd, en zelfs de betalingsopdracht brengt ons geen stap dichter bij zijn persoon, want hij heeft niet eigenhandig voor ontvangst van zijn gage getekend; dat had hij een bediende laten doen.

Dit aardige curiosum typeert de tentoonstelling, die vooral losjes-documentair van aard is. Met als rechtvaardiging het feit dat Johans vader Gerard Meerman (1722-1771), op een van zijn reizen in Parijs is geweest, wordt een 18de-eeuwse boekillustratie getoond waarop de boekenstalletjes op een Parijse brug zichtbaar zijn die boekenliefhebber Gerard zeker zal hebben bezocht. En er hangt een gravure uit 1778 met een gezicht op de kathedraal van Siena. In omvang en detaillering spot de prent met de opmerkingen in Johan Meermans reisjournaal over die `doodiche, nare stad', en met de afkeer voor middeleeuwse architectuur in het algemeen die Nederlandse grand-touristen doorgaans hadden.

Giuseppe Vasi's grote, uit twaalf platen samengestelde gravure met een uiterst precies weergegeven panoramisch gezicht op Rome (1765), is een schitterend kunstwerk, maar onduidelijk blijft de precieze relatie met Meerman of een van de drie andere Haagse Italië-reizigers aan wie de tentoonstelling aandacht besteedt. Is de reuzenprent tijdens een Grand tour aangeschaft en mee naar huis genomen? De reisjournaals geven er geen uitsluitsel over.

Vastere grond onder de voet hebben we wat dit betreft bij enkele objecten die meteen tot het aantrekkelijkste behoren van wat er wordt getoond. Van een 15de-eeuws, prachtig geïllumineerd handschrift van Augustinus' De civitate Dei in een Franse vertaling, is het bekend dat Gerard Meerman het in 1764 heeft gekocht op een veiling in Parijs. Het staat precies vermeld in Gerards aantekenboekje dat er naast ligt. En Johan liet in 1786 in Londen een stel fraaie profielportretten van zichzelf en zijn vrouw maken; witte reliëfs op een blauw ovaal, uitgevoerd door Joshua Wedgwood naar model van de schilder John Flaxman.

Een keuze uit een reeks van zo'n 350 aquarellen van de Zwitser Louis Ducros documenteert het Italiaanse gedeelte van de Grand tour van de Hagenaar Willem Carel Dierkens, in wiens gezelschap de kunstenaar meereisde. Ze tonen landschappen die men onderweg bewonderde, maar ook het ongemak van een omgeslagen koets, en Dierkens die, geholpen door zijn gevolg, op nogal klungelige wijze afdaalt van een tempelruïne in het Zuid-Italiaanse Gallipoli waarvan hij de maten had genomen. Ondanks hun bijna aandoenlijke houterigheid, zijn deze aquarellen de meest directe en persoonlijke getuigenissen van een manier van reizen die vooral een educatieve `rite de passage' was voor telgen van de gegoede burgerij.

Tentoonstelling: De Grand Tour: de reizen van Gerard en Johan Meerman in de 18de eeuw. Museum Meermanno (Prinsessegracht 30, Den Haag). T/m 9/3. Bij de expositie verschijnt een themanummer van het tijdschrift `Incontri; rivista europea di studi italiani'. Prijs €10. Inl. 070-3462700 of www.meermanno.nl.

    • Bram de Klerck