Katachtige danseressen en timide kostschoolmeisjes

In 2001 deed de jonge regisseur Olivier Provily (Tunesië, 1970) eindexamen aan de Theaterschool in Amsterdam. Hij werd onderscheiden met de Ton Lutz-prijs. Zijn bijzondere talent om minimaal theater te maken, op de grens van roerloosheid, werd meteen onderkend. Voor de Haarlemse Toneelschuur regisseerde hij Een Zomerdag van Jon Fosse. Met de door hemzelf bedachte en geënsceneerde voorstelling De Demonstranten laat Provily zien wat hij in het theater wil zeggen. Zijn grote voorbeelden zijn Wilson en Marthaler, de eerste een pur sang estheet van de bewegingskunst, de tweede de regisseur van de verveling en dagelijkse lelijkheid.

De combinatie van schoonheid en ontluistering is de dragende kracht van De Demonstranten. In het openingsbeeld zitten vier actrices minutenlang op een stoel; niets beweegt. Er heerst grote stilte die vooral bij de toeschouwers een onwennige onrust veroorzaakt. Na enige tijd ontpoppen de vrouwen zich als jonge leeuwinnen, die katachtig kruipend met het achterlijf in de hoogte de aandacht van de toeschouwers vangen. Vanuit dit beginbeeld ontstaat een uitvoering over verleidingskunst. De actrices blijven de zaal fixeren met harde, brandende ogen. Kanten gordijnen, als van een boudoir, schuiven open en dicht. Wat de actrices demonstreren is het dubbele masker van de schoonheid. Wanneer ze met zwarte kousen en zwart ondergoed zich tonen aan het publiek, is dat met duidelijk erotische bedoelingen. In hun felle bewegingspatronen herkennen we de schuldeloze schoonheid van Bob Wilsons danstheater. Harde symfonische muziek, abrupte hoekige passen, vallen en de grond benutten alsof het een zacht bed is.

Dan begint, halverwege, de transformatie. De Moulin Rouge-pakjes worden vervangen door ofwel een kostschoolkostuum, ofwel de kledij van een oude gebochelde vrouw. Diezelfde vrouw op leeftijd houdt een schitterend relaas over de lichtheid en de zwaarte van het leven, geïnspireerd door een dichtregel van Rilke: ,,Die Schwere, ist das schliesslich nicht das, was du am besten kennst?'' Op deze manier verandert de performance in literair theater, zeker dankzij de boeiende manier waarop de actrice goochelt met de woorden zwaar en licht. Opeens wordt alles van zwaarte licht van gewicht, en alle lichtheid krijgt een loodzware lading. Gaandeweg de spanningsboog van de voorstelling neemt de zwaarte van het leven de overhand. Eerst is er de poëzie van de schoonheid, daarna de rijkdom van de melancholie. Een actrice, gekleed als schoolmeisje, declameert op verstilde wijze psalmen. Ze zegt timide ,,Mooi hè?'', maar de wanhoop over deze plicht is in haar ogen te lezen. De Demonstranten is een wondere mengeling van bewegingskunst en teksttheater. Provily heeft een duidelijke signatuur: hij is de regisseur van de melancholie en de schoonheid. De tegenstelling tussen kostschool en Parijse frivolité heeft hij met de actrices prachtig uitgebuit. Bovendien heb ik nooit geweten dat een bedremmeld, schuchter uitgesproken psalm zo ontroerend kan zijn.

Voorstelling: De Demonstranten. Gezien: 4/1 Het Veem Theater, Amsterdam. Tournee t/m 27/2. Inl. 020-6269291.

    • Kester Freriks