De zaak-Trichet

In Frankrijk begint vandaag het proces tegen Jean-Claude Trichet, de president van de Banque de France. Dit proces bevat een element van Franse afrekening, maar het heeft vooral een Europese dimensie. Trichet, die terechtstaat op beschuldigingen van falend toezicht in de tijd dat hij als hoogste ambtenaar tien jaar geleden verantwoordelijk was voor de staatsbank Crédit Lyonnais, is kandidaat om Wim Duisenberg deze zomer op te volgen als president van de Europese Centrale Bank (ECB).

De zaak-Crédit Lyonnais is een Frans megaschandaal. Begin jaren negentig wilde de toenmalige socialistische regering dat de staatsbank de motor zou worden van de Franse financiële en economische expansie. Deze staatsbemoeienis eindigde in een financieel drama. De verliezen stapelden zich op, Crédit Lyonnais ging bankroet, de Franse staat `redde' de bank voor bijna dertig miljard euro, de Europese Commissie ging tandenknarsend akkoord met deze staatssteun en na drastische afslanking werd de bank geprivatiseerd.

Trichet had als thesaurier-generaal bij het ministerie van Financiën gewaarschuwd voor de verliezen. Maar de opeenvolgende socialistische ministers van Financiën schonken daar tijdens het bewind-Mitterrand geen gehoor aan. Het justitiële onderzoek naar Crédit Lyonnais begon in 1996 en in een laat stadium werd Trichet als verdachte aangemerkt. De zaak tegen hem leek vorig jaar met een sisser af te lopen toen het openbaar ministerie aangaf te willen seponeren. Maar een onderzoeksrechter oordeelde anders en Trichet werd opnieuw gedaagd. De zitting loopt tot in februari en het vonnis wordt pas half maart verwacht.

De Europese invalshoek is dat Trichet in 1998 door Frankrijk naar voren werd geschoven als president van de Europese Centrale Bank. Na veel geharrewar werd, zoals bekend, Duisenberg benoemd, maar die liet doorschemeren niet de volle periode van acht jaar te willen uitzitten. Duisenberg heeft Trichet een enorme dienst bewezen door niet midden vorig jaar terug te treden (halverwege zijn termijn, zoals de Franse president Chirac op hoge toon had geëist). Duisenberg heeft aangekondigd dat hij op 9 juli 2003, als hij 68 jaar wordt, zal aftreden. Later heeft hij hieraan toegevoegd: of desnoods wat later als dit een soepele opvolging bevordert. Dit geeft Trichet de tijd om de uitkomst van het proces af te wachten.

Frankrijk heeft zich op twee manieren in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd. Ten eerste door de justitiële ijver die deel uitmaakt van de serie grote processen tegen voormalige bewindslieden en topambtenaren uit het politieke establishement. De casus tegen Trichet lijkt juridisch zwak. Maar vooral door de Franse eis dat, in ruil voor de vestiging van de ECB in Frankfurt, de president de Franse nationaliteit diende te hebben. Hierdoor is het schema van opvolging in de directie van de bank inmiddels al spaak gelopen. Er zit op het ogenblik helemaal geen Fransman in de dagelijkse leiding van de ECB en een serieus alternatief voor Trichet is in Frankrijk niet voorhanden.

Trichet wordt alom gewaardeerd als een kundig centrale bankier, zijn reputatie als grondlegger van het beleid van de `harde franc' is groot. Hij bezit de kwalificaties die hem geschikt maken om Duisenberg op te volgen. Maar de baan van ECB-president kan onmogelijk gaan naar iemand die nog in een juridisch webverstrikt is. Trichet moet dus, van iedere blaam gezuiverd, volledig gerehabiliteerd uit het Franse proces komen. Anders is er een vacature in Frankfurt die moet openstaan voor een gekwalificeerde centrale bankier, ongeacht zijn of haar Europese nationaliteit.