De lange mars van Jan Marijnissen

SP-lijsttrekker Jan Marijnissen wordt tot zijn eigen tevredenheid niet meer genegeerd. De ,,zielloze, liefdeloze bedoening'' op kostschool en het maoïstisch isolement zijn verleden tijd. Tijd voor nieuw optimisme.

Waarom haalden ze Jan niet van het station als hij weer eens een weekend thuis kwam? Waarom haalden ze geen gebak en zorgden ze niet dat het gezellig was? Waarom moest hij eigenlijk naar de kostschool? Anky Marijnissen, viereneenhalfjaar ouder dan Jan, vraagt het zich nog vaak af. ,,Daar is iets fout gegaan.''

Van Jans jonge jaren weet zus Anky zich niet heel veel meer te herinneren. Maar hij was ,,helemaal niet drammerig'', dat weet ze wel. Eerder timide en lief. ,,Onze moeder vertelde me wel eens: hij stond met zijn mongoloïde broer in de box, en Jan sloeg nooit terug.'' En hij was heel close met zijn vader, dat weet ze ook nog.

Maar zijn vader – gemeentelijk belastingontvanger van beroep – overlijdt op zijn tiende. Zijn moeder doet hem op advies van ,,één of andere psycholoog'' (zegt zus Anky) na de lagere school naar een kostschool. Vreselijk vond hij het daar, ,,een zielloze, liefdeloze bedoening'', schrijft Marijnissen in zijn nieuwste boek Nieuw Optimisme, dat donderdag officieel uitkomt.

Jan Marijnissen houdt niet van dat ,,gepsychologiseer'' over vroeger. Wat kan hij ermee? Toch vertelt hij in interviews geregeld over zijn moeilijke jeugd en ook in zijn nieuwste boek gaat hij er op in. ,,In de affectieve sfeer loop je natuurlijk een dreun op in een jeugd zoals ik die heb gehad, je krijgt er verlatingsangst en dus ook hechtingsangst van. (...) Ik kan me goed met mensen verstaan, maar er blijft altijd enige reserve in de zin van `als jij gaat ben ik weer alleen'.''

Anky Marijnissen herinnert dat haar broer ,,niet gemakkelijk'' was als hij eens een weekend thuis was. ,,Hij was toch wel een beetje boos en verdrietig dat hij `weggedaan' was, want zo moet hij het gevoeld hebben. Hij sloeg met de deuren en zette de Rolling Stones hard op. Mijn moeder had het toen kennelijk niet in huis om voor een gezellige gezinssfeer te zorgen.'' Ze vindt dat hij sindsdien altijd ,,iets kwetsbaars'' heeft. ,,Natuurlijk is hij een krachtige leider, die helemaal vanuit de SP-visie opereert. Maar ik zie hoe hij lacht, hoe hij kijkt. Soms is hij eenzaam''.

Jan Marijnissen is sinds midden jaren tachtig de onbetwiste en charismatische leider van de Socialistische Partij. Hij ís de SP, al zullen hij en zijn partijgenoten dat nooit zeggen. Vanaf de oprichting in 1972 is hij bij deze partij betrokken. De ontwikkeling van de SP loopt gelijk op met de ontwikkeling van Jan Marijnissen. Maar hij is ook meer dan de SP. Misdienaar, voortijdig schoolverlater, worstenmaker, lasser, actievoerder, autodidact, links intellectueel denker, boekenschrijver en groot muziekliefhebber. Een schets van een politicus van de lange adem.

Marijnissen werkt al bijna zijn hele volwassen leven aan het verwezenlijken van de officiële SP-doelen: meer menselijke waardigheid, meer gelijkwaardigheid en solidariteit tussen mensen. Hij was betrokken bij vele acties, tegen vervuilende fabrieken, tegen woningnood, tegen te lage lonen. Dat hij het al sinds eind jaren zestig volhoudt, komt volgens zijn dochter Lilian (17) omdat ,,hij met zijn acties en met de partij steeds een beetje succes boekt''. Vriend en schrijver Karel Glastra van Loon, vanuit Thailand: ,,Hij stuurde me laatst een mailtje, waarin hij schreef dat hij al nadenkt hoe het met een grotere fractie moet. De SP moet het verschil maken, vindt hij. Anders heeft het allemaal geen zin.''

Glastra van Loon bracht Marijnissen onlangs in een lastig parket door een lovend voorwoord te schrijven bij een omstreden anti-zionistisch boek. Marijnissen nam er publiekelijk afstand van. Maar de vriendschap is daar sterk genoeg voor, zeggen beiden. Glastra van Loon: ,,Wij kunnen goed clashen.'' Zo kregen ze het in een hotel in Moskou, waar ze een paar jaar geleden waren om te werken aan hun gezamenlijke boek De Vuile Oorlog over Kosovo, een felle discussie over Cuba en Castro. ,,Ik vond dat Jan Castro te veel vergoeilijkte. Als je je volk op een eiland vasthoudt, is dat niet goed te praten. We gaan dan niet vriendelijk uiteen. Maar goed, we zitten dan ook zwaar aan de whisky''.

Marijnissen zit sinds 1994 in de Tweede Kamer, eerst alleen samen met Remi Poppe. Zij ontpoppen zich tot kampioen vragenstellers. Met Poppe heeft hij een moeizame relatie. Marijnissen is hard en direct tegen zijn collega. Poppe spreekt van ,,ups en downs'', maar ,,we hadden het ook ontzettend druk''.

Vier jaar later wint de partij drie zetels. Maar tot zijn grote frustratie wordt Marijnissen vaak genegeerd. Zijn politieke vijanden noemen hem Brabants gemoedelijk, maar ze doen hem ook af als extreem links. Als naïeve maoïst. Als gestaalde leider van een sektarisch bolwerk waarin niet het individu telt.

Halverwege Paars II komt Marijnissen in een dip. Paars bezorgt hem een groot gevoel van zinloosheid. Wat hij ook doet, de coalitie gaat zijn eigen weg. ,,Misschien heb ik het niet meer'', vertrouwt hij partijsecretaris Tiny Kox toe. Marijnissen overweegt terug te treden, maar de partijtop praat op hem in. Karel Glastra van Loon, geen SP-lid maar wel lid van een team van adviseurs, maakt in die tijd een lange wandeling met Marijnissen langs de spoorlijn in Oss. ,,Het ging vrij diep bij Jan. Hij is niet een binnenvetter, maar wel enorm fanatiek. Dan kun je jezelf goed tegenkomen.'' Tegen zus Anky zegt Marijnissen: ,,Ik ga naar New York, ga de journalistiek in of ik ga schilderen''.

Maar Marijnissen laat zich ompraten. In de fractie wordt een deel van zijn `coachende' taken overgenomen door Agnes Kant, sinds 1998 het derde SP-Kamerlid. Marijnissen krijgt meer tijd om de partij intellectueel verder te brengen. En hij begint de stichting Stop de uitverkoop van de beschaving, waarbij hij niet-SP'ers en bekende Nederlanders aan zich probeert te binden. Glastra van Loon: ,,Toen kwam hij weer allerlei leuke en interessante mensen tegen. Dat stimuleert hem enorm.'' De schokgolf in het politieke landschap in 2002 zorgde er naar eigen zeggen voor dat hij ,,er weer helemaal zin in kreeg''.

Voor zijn negenkoppige fractie is hij nog steeds niet gemakkelijk. ,,Hij kan hard zijn. Maar later op de dag zegt hij dan wel weer wat aardigs'', zegt Kamerlid Piet de Ruiter. Partijsecretaris Kox: ,,Als we om zeven uur een vergadering hebben afgesproken, en er is nog niemand, dan begint hij rustig in zijn eentje. Jan is ongeduldig, hij heeft moeite met het langzamere tempo van andere mensen. Ik zeg wel eens: Jan, wij hebben er ook 25 jaar over mogen doen.'' Zelf zegt Marijnissen: ,,Onze Kamerleden hebben maximale vrijheid gekoppeld aan maximale verantwoordelijkheid. Ze moeten de besten zijn op hun terrein. We zijn geen watjes.''

Marijnissen groeit in de jaren vijftig op als jongste in een katholiek gezin op in de Goudmijnstraat in Oss. Eerst gaat hij naar het gymnasium van de Carmelieten in Oldenzaal, later naar de Norbertijnen in Heeswijk-Dinther. Het geloof laat hij achter in Heeswijk. Dat je alleen in de hemel kwam als je gedoopt bent, dat vond Marijnissen echter grote onzin. Atheïst noemde hij zich tot voor kort, maar dominee en dichter Huub Oosterhuis heeft hem aangeraden om zichzelf agnost te noemen. Oosterhuis: ,,Atheïst klinkt zo fundamentalistisch. En dat is Jan helemaal niet. Agnost is sympathieker. Daar zit meer twijfel in. Hij heeft een diep respect voor de bijbel. Hij is niet goedkoop. Of hij nog in een god gelooft? Daar ga ik niet op antwoorden. Dat soort vragen behandelen we in ons boek.'' Oosterhuis is sinds enige jaren met Marijnissen bevriend en hoopt in het voorjaar ,,een vuistdik boek'' over en met Marijnissen af te hebben.

Na een paar jaar kostschool gaat hij naar het Titus Brandsma Lyceum in Oss. Dat was een gelukkiger tijd, hij raakt politiek geïnteresseerd en begint te lezen over Marcuse, Marx en Freud. In de vierde klas van de HBS wordt hij van school gestuurd, na een uit de hand gelopen ruzie met een economie-leraar. Hij gaat nog naar een andere school, in Nijmegen, maar die maakt hij niet af.

Marijnissen gaat vanaf zijn achttiende werken, bij allerlei fabrieken in Oss. Hij haalt zo'n beetje alle lasdiploma's, maar het lukte hem nooit om een vaste aanstelling te krijgen omdat hij bekend staat als lastige jongen, die altijd de strijd opzoekt met de directeuren. In die tijd gaat hij cursussen organiseren in een plaatselijk centrum voor werkende jongeren. Ze krijgen les van linkse studenten over Marx, het kapitalisme en het socialisme. Hij raakte betrokken bij de Nijmeegse afdeling van Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland marxistisch-leninistisch (KEN-ml). Hieruit zou in 1972 de Socialistiese Partij ontstaan met het driemanschap van oud-CPN'er Daan Monjé, de latere schrijver Koos van Zomeren en Hans van Hooft, nu SP-wethouder in Nijmegen. Jan Marijnissen wordt de eerste man van de afdeling in Oss. Hij komt in 1975 op zijn 23ste in de raad van Oss.

In de beginperiode zijn SP'ers zoals Marijnissen maoïsten. Ze geloven in de maoïstische praktijk: ,,De massa's zijn de ware helden; dien het volk; durf te strijden; socialisten moeten als vissen in het water zijn; kennis komt uit de praktijk'', zo staat in het partijboekje SP in Vogelvlucht. De SP'ers geloven dat Mao veel goeds heeft gebracht in China.

Marijnissen is altijd bereid uit te leggen wat hem in die tijd bewoog. Maar hij is dan ook altijd licht gebeten en geërgerd. ,,Ik zal het ook nu weer zeggen: we waren naïef'', zegt hij dan. In 1995 zei hij overigens nog tegen de Nieuwe Revu: ,,En ik weet nog stééds niet of je Mao wel een massamoordenaar mag noemen''. Een jaar later antwoordde hij in De Gelderlander op de vraag of Mao een massamoordenaar was: ,,Ja''. Huub Oosterhuis noemt het ,,ontzettend oppervlakkig'' om steeds over dat maoïsme te zeuren. ,,Wat behelst dat nou? Dat ze een gewapende revolutie nastreven? Als je het over de SP hebt, moet je kennelijk door dat maoïsme heen. Daar zit iets boosaardigs in.''

Twee gebeurtenissen in 1982 blijven Marijnissen lang achtervolgen. Op 4 mei wordt hij tijdens het folderen in Ossin elkaar geslagen door drie Turken, aanhangers van de Grijze Wolven. Na onderzoek van politiecommissaris Hessing (de huidige LPF-staatssecretaris) worden de Turken veroordeeld. Maar sindsdien is Marijnissen op straat alert en probeert hij steeds te zien wat achter hem gebeurt.

De tweede kwestie is het pleidooi van de SP, eveneens in 1982, om gastarbeiders te spreiden over steden (niet gedwongen overigens) en om ze een terugkeerpremie te geven. De nota Gastarbeiders en Kapitaal komt de SP echter op grote kritiek te staan. Andere linkse partijen betichten de SP van racisme. ,,Dat veroorzaakt een diepe kras op zijn ziel'', zegt Glastra van Loon. Achteraf tot Marijnissens eigen spijt zwichtte de SP voor de kritiek en werd de nota lang zo diep mogelijk in een la gestopt. ,,Hier valt niet tegen op te roeien'', zei Marijnissen intern. Nu verwijst Marijnissen er weer graag naar.

In 1986 neemt Marijnissen de leiding van de partij over van oud-CPN'er en oprichter Daan Monjé, die dat jaar overlijdt. Met Monjé waren Marijnissen en Tiny Kox nauwelijks meer on speaking terms, zegt Kox. De partij deed lokaal nuttige dingen, maar over hoe het landelijk moest hadden ze totaal andere ideeën. Onder Marijnissen gaat de SP op zoek naar een moderne ideologische basis. Er komt een socialistisch beginselprogram, waarin het marxisme en het leninisme worden afgezworen. Maar Marijnissen en Kox krijgen ook steeds meer gevoel voor campagnevoeren. Als `tegenpartij' met de leus `Stem tegen, stem SP' komt de partij in de Kamer.

Jan Marijnissen schrijft vanaf 1993 zes boeken. Zijn meest uitgebreide werk is Tegenstemmen uit 1996 waarin vooral afstand neemt van wat bij hem de wonderbaarlijk terugkeer van het liberalisme heet, ofwel het neo-liberalisme. De kern is: ,,Het [neo-liberalisme] wenst het kapitalistisch systeem zo veel als mogelijk te ontdoen van sociaal-democratische invloeden.'' Een terugtrekkende overheid leidt tot verschraling van voorzieningen, vindt Marijnissen. In zijn volgende boeken gaat hij erop door. In Schrale Rijkdom van 2002 neemt hij zelfs enkele passages - over vercommercialisering van kunst en cultuur - letterlijk en zonder bronvermelding over uit Tegenstemmen, de meest eenvoudige vorm van zelfplagiaat. ,,Dat wijst op consistentie'', reageert Marijnissen.

Niet alleen het politieke landschap is vernieuwd, ook de SP en Jan Marijnissen zijn de laatste jaren veranderd. De leus is nu Stem voor, stem SP. De monarchie? Zijn we tegen, maar we vinden het niet belangrijk. Beatrix? Die heeft het best goed gedaan. Marijnissen: ,,Als je zegt `weg met het koningshuis' dan zeg je bij voorbaat: ik wil niet regeren. Dus dat zeggen we niet.'' Iedereen binnen de partij hetzelfde inkomen? Jan Marijnissen wil het gelijkheidbeginsel niet te ver doorvoeren. Zo'n oud-vakbondsman als Limburger Hubert Vankan, tiende op de lijst en nog maar net SP-lid, gaat er straks in inkomen op achteruit. Want Kamerleden leveren hun vergoeding van ruim 80.000 euro in, en krijgen een lager salaris van de partij. Op Marijnissens rekening wordt elke maand 1.900 euro bijgeschreven. Dat Vankan zijn huis moet verkopen, dat wil Marijnissen niet op zijn geweten hebben. Het kan er dus op uitdraaien dat Vankan meer verdient dan de partijleider? ,,Ik heb daar geen probleem mee.''

,,Jij bent meer naar rechts opgeschoven dan Kok'', zegt oud-burgemeester Van Veldhuizen van Oss nog wel eens tegen Marijnissen. ,,Toen ik in de jaren tachtig wel eens kritiek had op het regime van Ceaucescu in Roemenië, kreeg ik werkelijk de wind van voren. Nu is hij milder. En nog aardiger.''

Sinds zijn `dip' van een paar jaar geleden, spreekt de partijtop en het adviseursteam geregeld over de opvolging van Marijnissen, vertelt Glastra van Loon.

Agnes Kant krijgt volgens hem nu meer tijd zich breder te ontwikkelen. Jan Marijnissen zelf bekent zich ook wel zorgen te maken het post-Marijnissen-tijdperk. Want er zijn veel voorbeelden van partijen die na het vertrek van een sterke leider inzakten: de PvdA na Den Uyl, D66 na Van Mierlo, de VVD na Bolkestein. Marijnissen: ,,Het is niet gezegd dat wij aan universele wetten ontkomen. Ook niet aan deze.''