De beste premier die het nooit werd

Om echt groot te kunnen zijn moeten grote mannen iets komisch hebben, zei Roy Jenkins vorig jaar over Churchill, over wie hij een biografie schreef. Met dat zinnetje schetste de liberale politicus en historicus, die gisteren op 82-jarige leeftijd overleed, ook zichzelf. Want door zijn eigenaardigheden en soms weinig effectieve tegendraadsheid kreeg ook zijn talent menselijke maat.

Hij was een bonvivant die in elke spotprent een rode neus kreeg. In zijn dictie zat veel valse lucht voor een ex-mijnwerkerszoon uit Wales, zodat hij Woy werd genoemd. Hij was verslaafd aan het croquetspel en er is smakelijk gelachen om zijn affaires, onder meer met de zus van Jackie Kennedy. Maar zijn neiging meer dan levensgroot te willen zijn overschaduwt zijn andere kwaliteiten niet.

In Jenkins verliezen de Britten een hervormer, zonder wie het land nu minder tolerant en internationaal georiënteerd zou zijn geweest. Als minister van Binnenlandse Zaken onder Labour-premier Harold Wilson voerde hij in de jaren '60 de afschaffing van de doodstraf door en versoepelde hij wetgeving op abortus, homoseksualiteit en echtscheiding, terwijl hij rassendiscriminatie strafbaar maakte. Zijn voorzichtigheid als minister van Financiën bewees al dertig jaar vóór Gordon Brown dat Labour en belastingverhogingen niet synoniem hoeven te zijn.

Jenkins' tweede termijn op Binnenlandse Zaken, in het wankele tweede kabinet-Wilson na de val van de Conservatieve regering-Heath in 1974, stond in het teken van het omstreden Britse lidmaatschap van de Europese Gemeenschap, waarvan hij – net als Heath – een fel voorstander was. Beiden hadden in de Tweede Wereldoorlog in het leger gediend – Jenkins hielp de Duitse Enigma-codes breken – en waren ervan overtuigd dat de Britten een hoofdrol moesten spelen in een verenigd Europa. Dat EG-lidmaatschap kwam er, in 1975. Binnen de partij had Jenkins toen al zo veel vijanden gekregen, dat zijn kans op het leiderschap was verkeken. Wel hield hij er in 1977 het eerste (en enige) Britse voorzitterschap van de Europese Commissie aan over.

Jenkins, in 1948 de jongste Labour-parlementariër, weigerde zichzelf toen nog langer een socialist te noemen. Zijn filosofie was: individuele vrijheid (en verantwoordelijkheid), geen staat die kindermeisje speelt. Hij was liever ,,een gentleman onder vijanden, dan een kameraad onder vrienden'', schrijft The Times vandaag. Daarmee plaatste hij zich buiten de partij. In 1981 werd dat formeel, toen hij met drie geestverwanten de Social Democratic Party (SDP) oprichtte. Die partij, gelieerd aan de Liberal Partij, viel uiteen en leidde tot de oprichting van de huidige Liberal Democrats, namens wie Jenkins als Lord Jenkins of Hillhead sinds 1987 in het Hogerhuis zat.

Met zijn `ideologie van het midden' werd Jenkins niettemin wegbereider van New Labour, en mentor van Tony Blair. De premier noemde hem gisteren ,,een vriend en één van de meest opmerkelijkste politici ooit''. Die lof is niet universeel. Denis Healey, Jenkins' oude rivaal, verweet hem vanochtend ,,teveel verstandige partijleden te hebben meegesleept naar de SDP'', waardoor de machtsbalans binnen Labour juist doorsloeg naar links. Jenkins heeft New Labour juist vertraagd en Thatcher een handje geholpen, aldus Healey.

Ook in Blairs lof zit een dissonant: hij weet hoe teleurgesteld Jenkins was in het gebrek aan durf bij zijn protégé. Samen werkten ze na Blairs zege in 1997 drie grote projecten uit: een alliantie van Labour en liberalen (`LibLab') die de Tories permanent zou marginaliseren, hervorming van het first past the post-kiestelsel naar een representatiever model, en Britse deelname aan de euro. Van die plannen is nog weinig terechtgekomen. Jenkins' wens om de `gietvorm van de Britse politiek' te breken, waarin de `grote twee' hun vertrouwde rollen spelen, is niet vervuld.

Hij was `de beste premier die het land nooit heeft gehad', vatten velen zijn politieke leven samen, maar door zijn gebrek aan populisme en overmaat aan intellect en joyeusheid was hij waarschijnlijk nooit een echt groot premier geworden. Jenkins was rector magnificus van Oxford en laat een groot oeuvre aan essays en politieke biografiën na, waaronder een met de Whitbread-prijs bekroond leven van Gladstone en zijn Churchill-boek dat nog steeds in de top-10 staat. Als de Britten ooit besluiten in de euro te stappen, waarvoor hij tot het laatst campagne voerde, heeft hij er nog een monument bij.

    • Hans Steketee