Buitenlanders onder slachtoffers Palestijnen

Het is waarschijnlijk geen toeval dat Palestijnse zelfmoordenaars gisteren een buitenlanderbuurt in Tel Aviv opnieuw als doelwit van hun aanslagen kozen. De veiligheidsmaatregelen zijn er minder scherp.

Israëlische vrijwilligers van een organisatie die buitenlandse arbeiders steunt, gingen gisteravond in de buurt van Tel Aviv, waar Palestijnse zelfmoordenaars eerder op de dag toesloegen, van deur tot deur om gewonde en getraumatiseerde buitenlandse arbeiders op te roepen zich in ziekenhuizen te laten behandelen. Zij konden zich beroepen op beloften van ministers dat illegale buitenlanders niet zouden worden gearresteerd en uitgewezen indien ze uit hun schuilplaatsen tevoorschijn zouden komen. Dezen zijn doodsbang om zich te identificeren. Aanhouding en uitwijzing is dan onvermijdelijk in het kader van de Israëlische politiek zich van illegale arbeiders te ontdoen.

In vele gevallen deden buitenlandse arbeiders de deuren gisteren ook niet voor de vrijwilligers open. De bereidheid van Israëls autoriteiten tegen de achtergrond van de aanslagen illegale buitenlanders op dit moment niet aan te pakken, had hen niet bereikt. Deze informatie kwam niet over de taalbarrière.

Volgens schattingen verblijven er 80.000 buitenlandse gastarbeiders, onder wie 4.000 in Israël geboren kinderen, in Tel Aviv. Zij wonen in het Tel-Avivse getto nabij het oude busstation. In enkele nauwe straten in deze buurt met veel cafés, eethuizen en peepshows houden duizenden buitenlandse arbeiders zich na hun werkdag op.

Hoeveel illegalen er zijn onder de naar schatting 250.000 buitenlandse arbeiders die in Israël zijn, is onbekend. Velen blijven in het land na het verlopen van hun legale werkcontracten en daaraan verbonden verblijfsvergunningen.

Gisteravond legden de Israëlische media het accent op het grote aantal buitenlandse arbeiders dat bij de aanslagen werd gedood en gewond. Volgens de eerste indicaties van vanmorgen zijn echter van vijftien geïdentificeerde doden elf Israëlische burgers en vier buitenlandse arbeiders. Vorig jaar juli werden bij een Palestijnse zelfmoordaanslag bij het oude busstation drie buitenlandse arbeiders gedood.

Israëlische commentatoren vroegen zich gisteravond af waarom Palestijnse zelfmoordenaars dood en verderf zaaien in een buurt waar zich grote concentraties buitenlandse arbeiders, uit onder andere China, Afrikaanse landen, Roemenië en de Filippijnen, bevinden. Vermoed wordt dat de Palestijnen daar menen meer kans van slagen te hebben. In de nauwe, doorgaans drukke straten vallen zij minder op dan in andere delen van Tel Aviv, waar de veiligheidsmaatregelen ook scherper zijn.

Dat Palestijnse zelfmoordenaars er opnieuw in zijn geslaagd vanuit Nablus Tel Aviv binnen te dringen terwijl alle Palestijnse steden op de Westelijke Jordaanoever door Israëlische troepen zijn bezet, stelt het Israëlische opperbevel voor grote problemen. Ondanks aanhoudende liquidaties van Palestijnse strijders en dagelijkse arrestaties blijken de verschillende Palestijnse organisaties in staat te zijn de strijd tegen Israël onverminderd voort te zetten. Voordat de Palestijnen gisteren in Tel Aviv toesloegen, haalde radio Israël militaire kringen aan die waarschuwden voor ernstige aanslagen. Dergelijke waarschuwingen zijn inmiddels routine geworden.

In de afgelopen twee jaar hebben Palestijnse terroristen in Tel Aviv bij verschillende aanslagen 59 mensen gedood.