Wintertaling

De groeiende ijslaag op weteringen en meren drijft de watervogels naar elkaar. Ze houden al zwemmend een wak open. Daar, beschut langs de rietkraag van de Oostvaardersplassen in de Flevopolder, drijven wintertalingen. De wintertaling is een gast in deze maanden en, gelukkig, op enkele plaatsen broedt hij hier. Deze kleine eenden doen ons land aan als trekkers naar hun overwinteringsstreken in de subtropen en zelfs tropen, 4500 kilometer ver. Het zijn snelle vliegers, laag over het riet, plots zwenkend; de wintertaling kan bij dreiging loodrecht de lucht in schieten. De mannetjes hebben een kastanjebruine kop met een vloeiende, goudgroene streep erover. Grijze vleugels met een opvallend witte lijn. De vleugelspiegel van beide geslachten is in het winterlicht stralend groen.

freriks@nrc.nl

    • Kester Freriks