Wie een foutje maakt, is af

De Raad van State ligt onder vuur. Burgers vinden dat dit rechtscollege te vaak de zijde van de politiek kiest. Advocaten, hoogleraren en zelfs rechters zijn het met hen eens. Binnenkort doet de Europese rechter een uitspraak die grote gevolgen kan hebben voor dit oude instituut.

Marianne Thieme baalt. In zaal 18 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft staatsraad mr. P.J. Boukema haar zojuist de oren gewassen over een foutje bij het indienen van de kandidatenlijst van de Partij voor de Dieren (PvdD) bij het hoofdstembureau in Zwolle. ,,De Kieswet is er heel duidelijk over'', zegt Boukema. ,,U dient zich tussen 9.00 uur en 15.00 uur in persoon in te schrijven.'' De PvdD was 40 minuten te laat met inleveren. Wel hadden ze de lijst vóór drie uur alvast gefaxt. Maar het stembureau in Zwolle was onverbiddelijk. En vervolgens ook de Raad van State, waar de PvdD haar gelijk had willen halen.

,,We mogen overal meedoen aan de verkiezingen, behalve in Overijssel'', moppert lijsttrekker Marianne Thieme op de gang. ,,Door dit ene foutje hebben we geen recht op de zendtijd voor politieke partijen.'' Behandelend rechter Boukema stelt zich wel heel formalistisch op, vindt ze. ,,Wat is er nou op tegen om de democratie voorrang te geven? Je krijgt het gevoel dat de Raad niet onafhankelijk is. Kijk maar naar de gevestigde politieke partijen die in de Raad vertegenwoordigd zijn. Die hebben geen belang bij nieuwkomers.''

Kritiek wordt in magistratelijke kringen zwaar opgenomen. En de Raad van State krijgt steeds vaker kritiek, en niet alleen van teleurgestelde burgers die een overheidsbesluit door de Raad hadden willen laten vernietigen. Ook wetenschappers, politici, advocaten en zelfs rechters vinden dat de rechtsbescherming van de burger wordt uitgehold. Sommigen twijfelen openlijk aan de onpartijdigheid van de staatsraden wegens hun dubbelfunctie: enerzijds adviseren zij de overheid op het gebied van wetgeving en anderzijds zijn zij rechter in geschillen tussen de burger en diezelfde overheid. Bovendien wekt het feit dat sommige staatsraden afkomstig zijn uit het openbaar bestuur volgens critici de schijn dat de Raad meer oog heeft voor de overheid dan voor de rechten van de individuele burger.

,,Heel vervelend'', noemt vice-president mr. H.D. Tjeenk Willink alle kritiek. Zó vervelend dat hij er in het openbaar op wil reageren. ,,Ik word niet zenuwachtig van die kritiek, wel kribbig'', zegt hij in zijn werkkamer op het Binnenhof. ,,Het is tegenwoordig mode om tegen overheidsinstituties aan te schoppen, zonder besef van de spelregels in onze democratische rechtsstaat. Daarin bepaalt de wetgever wat de rechter kan. De rechter moet niet op de stoel van het bestuur gaan zitten, want het bestuur wordt gecontroleerd door gekozen volksvertegenwoordigers. Die zijn medewetgever.''

Mr. P. van Dijk, voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak, vindt het ,,heel schadelijk voor het gezag van de rechter''. Mede daarom deed het Hoog College van Staat vorige maand iets dat het in zijn bijna 500 jaar oude geschiedenis nooit eerder deed: een ingezonden brief sturen. Het verweerschrift werd geschreven door het hoofd communicatie, want een rechter spreekt alleen middels zijn vonnis. Het verschijnt binnenkort in het Nederlands Juristenblad en is gericht tegen de keiharde verwijten van de Amsterdamse hoogleraar migratierecht prof.mr. T.P. Spijkerboer. Met diens recente optreden bij Barend & Van Dorp werd de Raad van State voor televisiekijkend Nederland aan de schandpaal genageld, terwijl tot dan toe voornamelijk in vakkringen werd gediscussieerd. Soms op harde toon, dat wel. Maar Spijkerboer beschuldigde de Afdeling van ,,rechterlijk activisme'' en van het afwerken van een ,,politieke agenda'' in vreemdelingenzaken. Deze termen raakten de Raad in het diepst van zijn ziel. Van Dijk: ,,Van een burger kan ik het heel goed begrijpen dat hij zijn teleurstelling over de rechtspraak laat blijken, maar van een hoogleraar mag je verwachten dat die daar een iets zuiverder kijk op heeft. Als men een rechter verwijt dat hij een politieke lijn volgt, tast dat de wortels van de onafhankelijke rechtspraak aan.''

Lopende band

`Tot verbetering van de rechtsbescherming van de burger tegen de Overheid' luidt de tekst op een bordje aan de gevel van het gebouw van de Raad van State op de kruising van de Kneuterdijk, het Lange Voorhout en de Parkstraat. Op deze plek in het hart van Den Haag gaf de Raad de regering in 2002 advies over ruim zevenhonderd wetten, algemene maatregelen van bestuur en verdragen. Daarnaast deden de ruim vijftig staatsraden zo'n 7.300 uitspraken in onenigheden tussen burger en overheid, nog los van 1.700 voorlopige voorzieningen die werden getroffen. ,,Het is niet zo dat wij de hele dag met bolhoed en paraplu over het Lange Voorhout paraderen'', zegt staatsraad dr. J.C.K.W. Bartel, net terug van ,,een paar stevige hersenkrakers'' op zijn zittingsdag. Bartel is een van de 24 `volle' staatsraden, die zowel wetgevingsadviseur als bestuursrechter zijn. Hun aantal zal de komende jaren dalen, zodat uiteindelijk minder dan eenderde van het totaal aantal staatsraden de dubbelfunctie vervult, zegt Tjeenk Willink. Per twee weken heeft elke staatsraad drie zittingsdagen, waarop vrijwel aan de lopende band recht wordt gesproken. Ruim 230 juristen staan hem daarbij terzijde.

Alles waartegen een burger bezwaar kan maken krijgt een staatsraad op zijn bord. Bezwaren tegen de bouw van woningen tussen de IJssel en Venendijk Noord. Tegen het bevel om een illegale carport in Moerdijk af te breken. Tegen de aanleg van de A73 langs de Maas. En tegen de bedreiging van beschermde diersoorten – een staatsraad kan ze allemaal opdreunen: de ruggestreeppad, de kamsalamander, de zeggekorfslak, de zandhagedis en uiteraard de korenwolf. De Afdeling is rechter in eerste en enige aanleg bij geschillen over onder meer de Wet op de ruimtelijke ordening, de Tracéwet en de onderwijswetgeving. Ook is de Afdeling hogerberoeprechter, onder meer in bouw- en vreemdelingenzaken.

Verder adviseert de Raad de regering over wetsvoorstellen voordat die naar de Tweede Kamer worden gestuurd. ,,Een wet moet tot op de komma kloppen'', zegt mr.dr. M. Oosting, voormalig Ombudsman, nu staatsraad. ,,Wij kijken of een wetsvoorstel in strijd is met de Grondwet of met internationale verdragen, of de wet goed in elkaar zit en we toetsen de beleidsmatige kwaliteit: of een voorstel uitvoerbaar en controleerbaar is, of het probleem het best door wetgeving kan worden opgelost.'' Als er bezwaren zijn, volgt kritiek of wordt een negatief dictum uitgevaardigd, zoals bij de Noodwet bolletjesslikkers van voormalig minister Korthals. ,,Die wet deugde niet'', zegt Oosting.

In de gebouwen van de Raad hangt een zware walm van tradities. Aan de muren van `Het Paleis' aan de Kneuterdijk, anderhalve eeuw geleden de residentie van koning Willem II, hangen schilderijen van staatshoofden. Naast het koepeltje waar Anna Paulowna zich destijds terugtrok om te bidden onder de Russisch-orthodoxe kruisen, baant staatsraad dr. E.M.H. Hirsch Ballin zich een weg door lange rijen jurisprudentie en vakliteratuur. In zijn muisstille kantoor boven de oude balzaal van Willem II, de plek waar Anton Mussert na de oorlog ter dood werd veroordeeld, buigt staatsraad mr. A. Kosto zich in afzondering over een voorstel van het kabinet-Balkenende. Op de plek waar Oosting zijn adviezen voorbereidt, woonde 400 jaar geleden landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt.

Hoewel de Raad volgens de Grondwet onafhankelijk is, zien critici de Raad nog vaak als een verlengstuk van het Binnenhof, waar regenten elkaar aan banen helpen. De laatste jaren werden behalve Hirsch Ballin (CDA) en Kosto (PvdA) ook oud-politici aangetrokken als VVD'er Wiebenga (oud-parlementariër en -ondervoorzitter van het Europees Parlement) en Dolman (PvdA, voormalig Kamervoorzitter). Dat beeld wordt nog versterkt omdat ook niet-juristen, zoals oud-minister Voorhoeve, rechter kunnen worden.

Tjeenk Willink reageert fel op aantijgingen als zou de Raad fungeren als een soort vangnet voor oud-politici. ,,Van de 51 staatsraden zijn er zeven met een politieke achtergrond'', zegt hij. De overigen komen veelal uit de wetenschap of de rechterlijke macht. ,,Dan zeg ik tegen critici: baseert u zich ten minste op de feiten.''

Tradities horen bij een instituut uit 1531, toen keizer Karel V de Raad instelde als adviescollege van edellieden. Het Binnenhof kent weinig zekerheden, behalve dat de `volle Raad' op woensdag om 14.00 uur vergadert. Sinds 1996 gebeurt dat in een zaal op de eerste verdieping van het Binnenhof waar vroeger een koffiekamer van de Tweede Kamer was. In deze rechthoekige zaal blijft de zetel aan het hoofd van de lange ovale tafel vrijwel altijd leeg. Koningin Beatrix is officieel voorzitter van de Raad, maar sinds haar inhuldiging in 1980 heeft ze slechts zeven keer voorgezeten, bij ceremoniële vergaderingen, zoals toen haar oudste zoon op 18-jarige leeftijd zitting kreeg in de Raad. Op een zilveren schaaltje op de tafel van het staatshoofd ligt een kroontjespen naast een inktpotje met een B erin gegraveerd.

De carrière van een staatsraad is een strikt gechoreografeerde stoelendans op weg naar een plek naast het hoofd van de tafel. Wie nieuw binnenkomt, neemt plaats aan het begin van de tafel bij de ingang van de zaal, het verst verwijderd van de koningszetel. Als een staatsraad vertrekt, schuift de rest een plaatsje op, zigzaggend op weg naar het staatshoofd. Het anciënniteitsbeginsel geldt ook in de garderobe buiten de zaal, met als verschil dat het haakje met het naambordje `ZKH De Prins van Oranje' het eindpunt is. Een vorstin hangt haar jas niet in de garderobe. Toch is ook de Raad de laatste jaren meegegaan met de tijd, zoals met een onderzoek naar de tevredenheid van de klanten. ,,Of de procedures helder zijn, over de correspondentie, over de website, of de koffie lekker smaakt'', zegt voorlichter mr. P.B. Beekman. Uitspraken van de Afdeling staan sinds kort binnen een uur op internet.

Opvoedingsprogramma

De serene rust in de lange gangen verraadt weinig van de ophef over de Raad. ,,Ik wil graag de indruk wegnemen dat wij ons niets van alle kritiek aantrekken'', zegt voorzitter Van Dijk van de Afdeling. ,,Ook al doet de Raad er vaak het zwijgen toe, we bespreken het wel degelijk in eigen kring. Reageren is moeilijk voor een rechter, omdat het vaak betrekking heeft op concrete zaken.''

Vice-president Tjeenk Willink wil een aantal misverstanden over de taken van de Raad wegnemen. Dat de Afdeling het asielzoekers bewust moeilijk maakt en ,,het bestuur niet voor de voeten loopt'', zoals Spijkerboer betoogt, is pertinent onjuist. ,,Tot de mensen die het een schande vinden dat de rechter niet coulanter is ten aanzien van vreemdelingen, zou ik zeggen: wend u zich tot de wetgever, niet tot de rechter'', zegt Tjeenk Willink. ,,De wetgever heeft met de nieuwe Vreemdelingenwet een strenger beleid willen introduceren.'' Van Dijk: ,,Uit de verwijten van de heer Spijkerboer blijkt vooral zijn onvrede met de regelgeving. De wetgever wilde de termijnen voor een besluit over de status van een vreemdeling verkorten. Dan worden procedureregels des te belangrijker.''

Spijkerboer hekelde het feit dat de Afdeling het hoger beroep van een vreemdeling ,,afschiet'', als er een kleine vormfout is gemaakt. Een advocaat die bij het instellen van het hoger beroep het woord `machtiging' had gebruikt waar `volmacht' had moeten staan, kreeg te horen : niet-ontvankelijk, einde hoger beroep. Kritiek op de strenge procedures wimpelt Van Dijk af. ,,Wij zijn niet formalistisch, wij passen de nieuwe wet toe. De Afdeling heeft in een uitspraak ruim van tevoren aangekondigd dat ze dit strikt zal doen.''

Maar ook andere rechtsgeleerden dan alleen Spijkerboer ergeren zich aan dat formalisme. De Groningse hoogleraar bestuursrecht prof.mr. L.J.A. Damen ageert al langer tegen het voor de burger barre bestuursrechtelijke klimaat. ,,De Afdeling is vooral bezig om de burgers op te voeden in zijn bureaucratische vaardigheden door ze op elke fout te betrappen, terwijl de Afdeling de burger aan zijn recht zou moeten helpen'', zegt Damen. ,,Zo'n opvoedingsprogramma heeft niet zoveel zin, want de meeste burgers procederen maar één keer in hun leven. De veronderstelling van het bestuursprocesrecht is dat je nog zonder advocaat mag procederen. Dat is een illusie, als je ziet hoe streng men is op procedurefouten.'' Zo is de zaak ten einde als de burger het griffierecht een dagje te laat overmaakt. Of als er een A4-tje ontbreekt in een gekopieerd rechtbankdossier. ,,Dat is toch wel heel moeilijk te accepteren'', zegt Damen.

,,Tikkertje-af'', noemt de Maastrichtse hoogleraar staats- en bestuursrecht prof.mr. A.Q.C. Tak deze formalistische houding. Staatsraden vindt hij ,,formuliertjescontroleurs'', geen rechters. Ook al slaagt een burger erin de ,,dodelijke ontvankelijkheidskuilen'' van de Afdeling te ontwijken, dan nog loopt hij een zeer grote kans de zaak inhoudelijk te verliezen, zegt Tak. ,,De rechtsbescherming van de burger is een farce geworden.'' In veruit de meeste zaken trekt het bestuur aan het langste eind, omdat het algemeen belang prevaleert boven dat van de individuele burger. ,,Staatsraden zijn dienaren van de overheid'', vindt Tak, die in augustus een lijvige studie publiceerde waarin hij onder meer concludeert dat een procederende burger nagenoeg kansloos is.

,,Het bestuur mag elke keer weer een nieuw besluit nemen als de Raad het heeft vernietigd. Gewoon wijzigen, aanvullen, de motivering verbeteren, alles mag'', zegt Tak. ,,Een burger mag tijdens zijn beroep bij de Raad van State geen nieuwe feiten meer aandragen. Als je een foutje maakt, ben je af. Dat heeft niets meer te maken met mijn beleving van recht.''

Ook uit de rechterlijke macht kwam kritiek. Mr.drs. R.H. de Bock, raadsheer bij het hof in Leeuwarden, hekelde in het juridische blad JB Plus de ,,op het oog `bestuursvriendelijke' houding'' van de Afdeling, die zich uiteindelijk tegen haar zal keren ,,en het bestaansrecht van de Afdeling (zal) ondermijnen''. Zij had geconstateerd, net als Damen, dat burgers in sommige gevallen geen nadere bewijzen mogen aandragen bij de Afdeling ter betwisting van de feiten in het geschil. Zij vond het ,,niet te rijmen'' met de Algemene wet bestuursrecht én met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dat de ,,rechter de burger niet toestaat bewijs te leveren voor zijn stellingen''.

Het beeld van een bestuursvriendelijke rechter heeft sommige instanties er zelfs toe gebracht het procederen tot aan de Raad te staken. De organisatie Das & Boom, die streed tegen de aanleg van de A73 op de oostoever van de Maas, besloot enkele weken geleden ,,ermee op te houden''. Medewerker H.J. Knot: ,,Het was zó duidelijk dat de overheid een verkeerde beslissing heeft genomen met de A73, dat het niet anders kón dan dat de Raad onze bezwaren zou volgen. Er bestaan allerlei wetten en regels, nationaal en Europees, waaruit blijkt dat je de natuur op de oostoever niet mag belasten als er alternatieven zijn. Maar toch ging het mis. Dit was duidelijk een politieke beslissing. Wij doen niet meer mee met deze folklore.''

Kennelijk bestaat in de samenleving een groot misverstand over de taken van de Afdeling, stellen de staatsraden. De Afdeling moet toetsen of de overheid een besluit over de aanleg van een weg in redelijkheid heeft kunnen nemen, of het niet in strijd is met de Natuurbeschermingswet of met andere wetten. Het primaat van zaken als de ruimtelijke ordening ligt bij de overheid. ,,Het zou nogal kwalijk worden als de Afdeling zou gaan over de vraag of er al dan niet een Betuwelijn moet worden aangelegd'', zegt Tjeenk Willink. ,,Daar hebben we de gemeenteraden, provinciale staten en het parlement voor. De bestuursrechter is grensrechter, geen scheidsrechter. De rechter beoordeelt of het bestuur de grenzen van zijn door de wetgever gegeven bevoegdheden niet heeft overschreden. Het zou zeer zorgelijk zijn als dat in meer dan de helft van de gevallen wel gebeurd is.''

Hoewel de positie van de Raad van State in de Grondwet is verankerd, is het nog maar de vraag of de Raad in zijn huidige vorm zal blijven bestaan. Binnenkort doet het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg uitspraak in een zaak die is aangebracht door een groep burgers die jarenlang streed tegen de aanleg van de Betuwelijn. Zij daagden de Nederlandse staat voor het Europese Hof, omdat zij vinden dat een staatsraad als wetgevingsadviseur nooit een onpartijdige en onafhankelijke rechter kan zijn. Die zaak ligt als een tikkende bom onder de Raad van State. In 1995 werd de Luxemburgse Raad van State al op grond van een vergelijkbaar probleem terechtgewezen, in het zogeheten Procola-arrest. In die zaak, die draaide om de Luxemburgse melkquota, waren vier van de vijf rechters in een eerder stadium betrokken geweest bij advisering over de wet waarvan de rechtsgeldigheid voor de rechter ter discussie stond.

De Nederlandse Raad nam sinds `Procola' verscheidene maatregelen om ook hier de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan. Mr. G.J.M. Corstens, raadsheer in de Hoge Raad, vergeleek het twee jaar geleden in het Nederlands Juristenblad met een burger die een conflict heeft met Shell. Die persoon zou het volgens Corstens ,,ook niet op prijs stellen dat Shell zegt: `We hebben een hele goede adviseur en die zal nu ons conflict beslechten.''' Corstens kwam tot de conclusie dat de Raad van State ,,moet doen wat die al eeuwen doet: de regering adviseren''.

Bijbanen

Ook in de Tweede Kamer gaan er stemmen op om de rechtspraak weg te halen bij de Raad. Oud-rechter mr. B.O. Dittrich (D66) vindt dat ,,de bestuursrechtspraak niet thuishoort bij de Raad, maar bij de gewone, onafhankelijke rechter. Als je het systeem opnieuw zou inrichten, zouden maar heel weinig mensen deze constructie bedenken.'' Dittrich voorziet een ,,constitutionele crisis'', als het Hof in Straatsburg de klagers gelijk geeft. ,,We zouden dan heel snel iets moeten regelen.''

Een van de advocaten die de staat voor het Hof in Straatsburg daagden, is mr. K.F. Leenhouts. ,,Het is heel simpel: je moet advisering en rechtspraak bij de Raad scheiden'', zegt hij. Zijn collega mr. T. Barkhuysen: ,,Ik zou niet kunnen hardmaken dat de rechtspraak van de Afdeling niet deugt, maar het gaat burgers vooral om de schijn van belangenverstrengeling. Het is in een rechtsstaat van het grootste belang dat over het fundamentele recht op een onpartijdige rechter helemaal geen discussie bestaat.''

Leenhouts heeft ,,goede hoop'' dat het Hof de dubbelfunctie van de Nederlandse staatsraden zal verbieden. Barkhuysen heeft zijn twijfels. ,,Er staan enorme belangen op het spel. Dit probleem speelt ook in landen als Frankrijk, Italië, België en Griekenland. Dat zag je ook tijdens de zitting in Straatsburg: alle big shots van de Europese raden waren aanwezig. Het gaat om eerbiedwaardige instituten die al eeuwen bestaan. Die werpt het Hof niet zomaar omver.''

Voorzitter Van Dijk van de Afdeling kan zich voorstellen dat bij burgers de schijn wordt gewekt dat staatsraden niet onafhankelijk en onpartijdig zijn als zij uitspraak doen over een rechtsvraag die zij eerder als adviserend staatsraad hebben behandeld. Maar Van Dijk staat er ,,honderd procent garant voor'' dat bij staatsraden geen sprake is van vooringenomenheid. ,,We hebben een procedure ontwikkeld die voorkomt dat die situatie zich voordoet.'' Tjeenk Willink vindt dat het probleem overschat wordt, omdat de kans dat een staatsraad op een zitting wordt geconfronteerd met zijn eigen wetgevingsadviezen ,,heel klein'' is. ,,Het gaat vaak niet om wettelijke regelingen, maar om regelingen van lagere overheden waarmee wij niets van doen hebben.'' Om elke schijn te vermijden, acht hij het wel verstandig om die `muur' binnen de Raad officieel op te trekken middels een wetswijziging, zoals in België is gedaan. ,,Daarin zou expliciet moeten staan dat staatsraden niet als rechter oordelen over de rechtsgeldigheid van wetten waarover zij eerder hebben geadviseerd. Dat zou dan ook voor andere rechterlijke colleges moeten gelden, zoals de Hoge Raad, die ook adviesbevoegdheden heeft.''

Wordt de Betuwelijn straks het `Nederlandse Procola'? Van Dijk, in het verleden zelf rechter in Straatsburg, acht het niet waarschijnlijk. ,,Wij denken dat de kwaliteit van de rechtspraak erbij verliest. Die koppeling van advisering en rechtspraak heeft het voordeel dat staatsraden veel kennis hebben van het wetgevingsproces, van de rechtsgeschiedenis. Dat heeft een bevruchtende werking op de kwaliteit van de rechtspraak. Ook in veel andere EU-landen is de bestuursrechter geen onderdeel van de rechterlijke macht.''

Kwalijker vindt Van Dijk het dat in dezelfde zaak in Straatsburg de nevenfuncties van enkele staatsraden aan de kaak werden gesteld. Zo brachten de klagers naar voren dat mr. R. Cleton tijdens de behandeling van de zaak bezoldigd adviseur was van het transportonderzoeksinstituut NEA, dat volgens hen de overheid positief adviseerde over de aanleg van de Betuwelijn. Bovendien was Cleton volgens hen ook werkzaam bij de OTIF, een internationale organisatie voor het bevorderen van het internationale railvervoer. De tweede rechter, mr. R.H. Lauwaars, bleek bezoldigd adviseur bij Akzo Nobel, dat volgens de klagers belang heeft bij het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Betuwelijn. ,,Als we dat eerder hadden geweten, hadden we deze rechters zeker op dit punt gewraakt'', zegt advocaat Barkhuysen. Nu kwamen de klagers er pas achter toen de zaak al beslist was, mede omdat niet alle nevenfuncties openbaar waren gemaakt. ,,De Raad stelt altijd dat men zorgvuldig omgaat bij het aanwijzen van rechters. Door de ontdekking van deze nevenfuncties blijkt dat daaraan toch wel kan worden getwijfeld.''

Tjeenk Willink zucht diep. ,,Het is het gemakkelijkste om te zeggen: je mag helemaal niks. Er wordt gesuggereerd dat Akzo Nobel baat heeft bij de Betuwelijn. Nog even en niemand mag meer andelen Akzo Nobel hebben. Gewone rechters hebben ook nevenfuncties. Wij maken elk jaar in de Staatscourant precies bekend welke nevenfuncties de staatsraden hebben.'' Van Dijk denkt dat de kwestie van de nevenfuncties er door de klagers uit de Betuwe bij is gehaald, omdat zij teleurgesteld zijn over de uitspraak van de Afdeling in hun zaak. ,,Rechters kunnen worden gewraakt, als de klager twijfel heeft over de onpartijdigheid van een rechter'', zegt Van Dijk. ,,Dat is hier niet gebeurd, totdat men bij het Hof in Straatsburg kwam. Als je je bezwaren niet van tevoren hebt geuit, moet je na de uitspraak het hoofd in de schoot leggen.''