Waar zijn de voorspellers?

De laatste week van het oude jaar en de eerste van het nieuwe onderscheiden zich deze keer door een gebrek aan universele voorspellingen. Herinneren we ons vier jaar geleden. Ontdekking van de Nieuwe Economie. De weg naar de eeuwig toenemende rijkdom lag open, voor de hele mensheid. Een jaar later. Het mondiale computersysteem zou zich geen raad weten met de drie nullen. Wereldramp. Bij het begin van 2001 werd er, voorzover ik me herinner, niets bijzonders voorspeld. Dat bleek het jaar te zijn waarin er voor het eerst sinds 1989 wel iets bijzonders gebeurde. Voor 2002 werd meer van hetzelfde voorspeld, zodat er gepaste voorzorgsmaatregelen werden genomen, waardoor er misschien wel niets van dit formaat is gebeurd. En nu dit jaar. Dat van de oorlog tegen Irak? Niet onmogelijk. En wat dan? Een universele, stoutmoedige voorspelling heb ik er niet over gehoord of gelezen. Hoe komt dat?

Het profetenvak staat in een kwade reuk. Iemand die meer onheil voorspelt, wordt op het ogenblik dat hij dit doet, uitgemaakt voor mopperaar, somberaar, doemdenker. Intussen worden, als het goed is, wel de voorzorgsmaatregelen genomen, om datgene wat hij voorspeld heeft, te vermijden. Zijn voorspelling is dus deel van een niet tot werkelijkheid geworden toekomst. Als de werkelijke toekomst is aangebroken, hoort hij dat hij ,,de plank volledig heeft misgeslagen''.

Mutatis mutandis hoort hij hetzelfde als hij verzekert dat het allemaal wel los zal lopen en iedereen rustig kan gaan slapen. Dat wil iedereen graag geloven, en handelt daarnaar. Dan barst de bom, en deze voorspeller gaat de geschiedenis in als een historische misleider. Derde mogelijkheid: hij weet zeker dat de bom zal barsten, roept het van alle daken maar niemand wil hem geloven. De bom barst. Dan komen de overlevenden hem vragen waarom hij dat niet veel duidelijker heeft gezegd.

Ik voorspelde mijzelf dat ik met dit stukje in het moeras zou raken. Gelukkig kwam er een vertrouwde collega langs. Wat zou een redactie zijn zonder zulke mensen. We raakten in gesprek, we kwamen tot de conclusie dat een voorspelling alleen zin heeft, als het voorspelde binnen de grenzen van een algemeen voorstellingsvermogen blijft.

En nu wil het ongeluk dat de meeste mensen zich alleen een toekomst kunnen voorstellen die in grote lijnen wordt bepaald door wat ze al kennen. Dat geldt ook, of zelfs voor bedenkers van sciencefiction. Die laten mensen met apenhoofden, in harnas-achtige kleding, uitgerust met zwaarden waaruit een dodende straal komt, in ruimteschepen stappen om de marsmannetjes op hun eigen planeet neer te sabelen. Als je het allemaal bij elkaar ziet, lijkt het wel bijzonder, maar het geheel is opgebouwd uit zeer bekende elementen. Zelfs de aanval op het World Trade Center is op zo'n manier `voorzien', en meer dan eens. H.G.Wells heeft in 1907 Manhattan in vlammen laten opgaan, José Clemente Orozo heeft er in 1931 een schilderij van gemaakt. Een aantal van die profetische prestaties staat opgesomd in het boek van Mike Davis, Dead Cities.

Dat, zult u zeggen, waren per slot van rekening allemaal gruwelsprookjes, en een sprookje wordt sowieso niet geloofd, zodat je dit de mensen niet kwalijk kunt nemen. Dat doe ik ook niet. Het is nu eenmaal zo. En daarbij komt dan nog een ander tekort van onze verbeeldingskracht. Niet alleen worden sprookjes niet geloofd. Maar de `echte' toekomst stellen we ons over het algemeen voor als in hoofdzaak een voortzetting van het heden. We verbannen het uitzonderlijke uit ons persoonlijk leven. Wel sluiten we verzekeringen af, maar die zijn voor het onvoorstelbare. Neem het uiterste geval: de soldaat gaat de oorlog in met het geloof dat de anderen zullen sneuvelen. Hij niet.

Daarmee hebben we nog steeds geen antwoord op de vraag waarom er juist nu een gebrek aan universele voorspellers is. Misschien wel omdat het publiek murw is geraakt. Al sinds de gebroeders Wright in 1903 voor het eerst de lucht ingingen, zijn de nieuwe tijdperken aan de orde van de dag. Untergang des Abendlandes, The End of History. Je zou het de mensen niet kwalijk nemen als ze het langzamerhand wel geloofden, de deur op slot deden en het volgende tijdperk zich op straat liet afspelen, en niet in hun achtertuin.

Op het ogenblik wordt het meeste geregeld door ,,de discipline van de markt''. De laatste jaren hebben we gezien dat er een overaanbod van universele profeten is gekomen. Nu gelooft de consument het wel. Hij denkt: zoek het zelf maar uit. Zolang het duurt, ga ik mijn eigen gang. Al staat er het grootste onheil voor de deur, hij pantsert zich in onverschilligheid en laat de universele voorspellers verdrinken in hun inflatie van superlatieven. Tot nader order.