Van deze wodka schiet je waarschijnlijk beter

Een vrijgevig land moet ook wel wat bijverdienen. Het Oekraïens regeringsleger biedt de militaire toerist daarom een avonturenprogramma.

Dat Oekraïne een mooi land is en de bewoners ontwapenend gastvrij zijn, bleek al tijdens de treinreis van Simferopol op de Krim naar de hoofdstad Kiev. Terwijl een baboesjka van staatswege mineraalwater en tsjai schonk, gleed de boemel door een nazomerend landschap van brede rivieren, wilgenbossen en gouden riet. Het leek in niets veranderd sinds de Koerier van de Tsaar het hier aan de stok kreeg met hordes bloeddorstige Tataren.

Tijdens tussenstops in steden als Zaporozje, Olexandria en Dnepropjetrovsk dromden sjofele colporteurs aan de plankieren van de wagons met gerookte brasems, mandjes tomaten en ijskoud Obolon-bier. De handelswaar kostte al niets – een paar hrivna's – maar er kon geen sprake van zijn dat we betaalden: de fotograaf en de verslaggever waren hier te gast. Kom daar eens om op een Nederlands perron.

Die armoe was de indirecte aanleiding voor ons bezoek. Omdat ook het Oekraïense regeringsleger armlastig is, en dat is zachtjes uitgedrukt, heeft de minister van Defensie de militairen opdracht gegeven zelf geld te verdienen. In samenwerking met de Oekraïense reisorganisatie Alaris biedt het leger van de voormalige Sovjet-republiek daarom sinds kort aan westerse toeristen een `militair avonturenprogram' aan. Wij waren naar Kiev gereisd voor een soort `sneak-preview', inclusief rijden in een tank, het lanceren van raketgranaten en schieten met heuse Kalsjnikovs.

Alaris brengt ons na aankomst onder in een betonnen hotelkolos, aan de overzijde van de rivier de Dnjepr die Kiev doorsnijdt. We hebben een sterk vermoeden dat ergens in het reusachtige gebouw een conferentie voor rokende fotomodellen gaande is, want de lobby loopt ervan over. Het merkwaardige is: geen van hen heeft een aansteker bij zich.

's Avonds is er tijd om het centrum van Kiev in te gaan. Zoals al bleek toen onze trein onder luide sociaal-realistische marsmuziek het emplacement van Simferopol verliet, schemert overal in het land de sovjet-grondverf nog achter de pas aangebrachte kapitalistische vernis. En toch is Kiev, met zijn winkels, terrassen en restaurantjes stukken mondainer dan je in eerste instantie denkt.

In de vroege ochtend brengt een gechauffeerde auto van Alaris ons naar het Desniansky-oefenterrein een uurtje rijden ten noorden van de hoofdstad, niet ver van de kerncentrale Tsjernobyl. Aan de poort, naast een grote gedenktank op een sokkel – voor de kenners: een Joseph Stalin 2 – zit de commandant van de hier gelegerde troepen, al in zijn jeep op ons te wachten. Het is de kolonel Mikhalenko, of liever: veldmaarschalk Mikhalenko, gevangen in het lichaam van een kolonel, want hij heeft niet de air van iemand die orders aanneemt. Na een hoffelijk welkom, hotst de jeep over zandpaden langs barakken en stormbanen, cohorten kale recruten en parkeerterreinen vol met pantservoertuigen, tanks en trucks, alles verscholen in een geurig naaldbos met plukjes berken.

Het organiserend comité wil dat de twee gasten het complete militaire avonturen-programma doorlopen. Dat betekent ook een rondleiding door een muffig museum van de hier gelegerde tankdivisies en een copieuze lunch te velde in een tent met een tapijt van vers geplukte naaldboomtakken. Op een lange houten tafel liggen gerookte steur, zoute augurken, en de onontbeerlijke kip Kiev. Geüniformeerde hofmeesters dienen ook flinterdunne plakjes op van een everzwijn dat tevergeefs had geprobeerd ongezien de schietbaan over te steken. En natuurlijk is er wodka. ,,Van deze wodka schiet je straks juist beter'', norst de `maarschalk' onze beleefde tegenwerpingen van tafel. Dan is het tijd om aan het werk te gaan.

De T-64 tank staat, naast nóg een aantal van de stalen kolossen, met grommende motor gereed op de tankodrom, een modderparcours, diep in het bos. De ruimte voor de chauffeur onder het kanon lijkt zo krap, dat zelfs Danny DeVito zich er met een schoenlepel in zou moeten wurmen. De instructeur bevestigt dat alleen heel kleine militairen een opleiding tot tankchauffeur kunnen volgen. Maar na enig worstelen tussen de versnellingspook, de nachtzichtapparatuur, het vizier, de periscoop, de radio's en nog een reeks hoekige, harde obstakels met blauwe-plek-garantie, is het kuipstoeltje bereikt.

Het besturen van een tank verschilt eigenlijk niet veel van autorijden: er zitten ook gewone versnellingen in en een gaspedaal. Alleen het sturen gebeurt met twee knuppeltjes waarmee de snelheid van de rupsbanden is te regelen. Met een flinke dot gas stuift de tank weg. Comfortabel is anders, maar, het moet gezegd, de adrenaline jakkert door je aderen wanneer de bijna 45 ton zware metalen mastodont over het terrein deint. Dan is het tijd om wat kruitdamp op te snuiven. In een bosrand hebben instructeurs op lage tafeltjes RPG-raketgranaten, Makarov-pistolen, en de hele Kalasjnikov-familie aan pistoolmitrailleurs, sluipschutter- en machinegeweren uitgestald. En dat is nog poppenspul in vergelijking met de houwitsers die verdekt opgesteld in het bos salvo's over onze hoofden dreunen.

Die RPG – dat zijn van die dikke vuurpijlen waarmee onder andere Talibaan-strijders rondsjouwden – zijn gemakkelijk af te vuren. De instructeur legt geduldig in gebarentaal uit hoe je de lanceerbuis op je schouder moet leggen en met een simpel vizier richten op een soort vuilnisbak die verderop staat opgesteld. Trekker langzaam overhalen. En zelfs door de oorbeschermers heen klinkt een geweldig sissende knal. Met een wit rookspoor schiet de raketgranaat in de richting van de vuilnisbak, en verdomd, een voltreffer. Ook het Oekraïense leger is vrijgevig: de instructeur vindt het geen probleem als de twee bezoekers een complete veldgrauwe kist met RPG's leeg schieten.

Het I know exactly what you're thinking, punk-gehalte neemt nog toe bij de tafel met vuurwapens. Ze liggen er allemaal, klassieke Kalasjnikov AK-47's, moderne AK-74's, AKM lichte mitrailleurs, Dragunov sluipschuttergeweren, Makarov-officierspistolen, enzovoorts. Allemaal veel beter, zegt Mikhalenko, dan ,,dat spul van die Amerikanski''.

Kiezen is moeilijk. Het lijkt wel zo'n aquarium met forellen in een restaurant: ,,ober, zou ik misschien deze...?'' Na een grondige steekproef te hebben genomen, komt van al die uitgestalde vuurwapens een speciale uitvoering van de AK-74 als leukste uit de bus. Het automatische wapen rekent meteen af met de doelen die links en rechts in het struweel opklappen. Maar wat nog veel lolliger is: een granaatwerper die onder de loop is gemonteerd kan een soort metalen negerzoenen afvuren. De vuilnisbakken die er met de RPG's al flink van langs hebben gekregen, moeten het ook nu ontgelden.

Mikhalenko meent dat we niet met een lege maag weg mogen. Ook de tafels in de officiersmess zijn weer rijk gevuld. We klinken nog lang en veelvuldig op de eeuwige vriendschapsbanden tussen de Oekraïense strijdkrachten en de Nederlandse reislust.