Samen leven, samen delen

Vroeger was het een goedkope werkvakantie voor scholieren maar nu overheerst idealisme. Vrijwillig naar de kibboets om Israël te helpen.

'SMiddags tussen twaalf en één uur wordt de lunch geserveerd in de eetzaal van kibboets Revivim. Iedereen schuift een dienblad langs de `self service'-balie en pakt een bord met vegetarisch gevulde paprika, een gehaktbal of een vis met rode saus en vult het aan met rijst, soep, salade en brood. Daarna zoeken de vrijwilligers rechts in de zaal een plekje en gaan de vaste bewoners – de kibboetsniks – links en in het midden aan de formica tafels zitten. ,,Er komen zo vaak nieuwe vrijwilligers dat ik eigenlijk alleen diegenen leer kennen die langere tijd blijven'', zegt een kibboetsnik. ,,En natuurlijk de mensen met wie ik werk. De meesten zie ik van een afstand komen en gaan.''

De vrijwilligers passen dit jaar aan twee tafels. Het zijn er totaal vijftien. Toen ik, zestien jaar geleden, na de middelbare school naar Israël ging, voor een werkvakantie van een paar maanden in deze kibboets Revivim, veertig kilometer ten zuiden van Beer-Sheva in de Negev-woestijn, waren het er meer dan honderd. ,,Als het onrustig is in Israël, zie je dat meteen terug in het aantal vrijwilligers'', zegt Gabi Kave, al sinds 1971 `volunteer-leader'. ,,In de Golfoorlog en tijdens de eerste Intifadah was er bijna niemand. In rustiger tijden, vooral in de zomers, hadden we er vaak wel 150.''

De laatste jaren heeft de kibboets minder extra mensen nodig: door de slechte economische situatie in Israël is er minder vraag naar de producten van bijvoorbeeld het plastic-fabriekje dat onder meer ladyshavers maakt. En tot voor kort waren er vooral in de zomer veel vrijwilligers nodig om de perzikken, abrikozen, sinaasappels en avocado's te plukken. Nu zijn bijna alle fruitbomen rond de kibboets omgehakt. Het bracht de kibboets te weinig op.

De vrijwilligers die er nu zijn, werken in de plasticfabriek (zoals David Miller uit de Verenigde Staten), in de eetzaal (zoals Jim McPhee uit Engeland), in de kinderboerderij (zoals Ariel Tramba, Uruguay) of in een van de crèches (zoals Viola Herrmann uit Duitsland).

Zestien jaar geleden werkte ik in de koeienstal. Bij toerbeurt werd er gemolken: om vier uur 's morgens, om twaalf uur 's middags of om acht uur 's avonds. Daarvoor moesten de koeien eerst worden opgedreven naar de melkerij. Na een douche liepen ze door een sleuf om en stonden steeds in twee rijen van acht klaar zodat we de metalen zuigdoppen op de uiers konden drukken. Ik weet zeker dat ik nog blind kan melken, maar dit keer werk ik in de wasserette, samen met de vrijwilligsters Nancy Miller uit de VS en Lushia Bourquet uit Polen.

Niemand in de kibboets heeft een wasmachine. Alle was wordt centraal gedaan. We beginnen om zeven uur 's morgens. De plastic bakken op wieltjes vol met schone spijkerbroeken, T-shirts, handdoeken, lakens, werkkleding of kinderbroekjes worden in hoog tempo binnengereden. Elke familie heeft een nummer, elk kledingsstuk is genummerd. Nancy en ik vouwen zo snel we kunnen en leggen de nummers van 1 tot 100, van 101 tot 200, van 201 tot 300 bij elkaar. Lushia rijdt rond met een trolley en verdeelt de spullen over de lange rijen kasten met genummerde vakken.

Het werk is saai, maar de wasserette blijkt het middelpunt van de kibboets. Er werken voornamelijk oudere vrouwen in bloemetjesjurken en zij zijn op de hoogte van alle kibboets-nieuwtjes: wie gaat er met wie, wie heeft ruzie met wie, wie is er ziek of juist net weer beter en wie volgt welk dieet. Bovendien lopen kibboetsniks de hele dag door binnen om hun schone was op te halen én om een praatje te maken. De gesprekken gaan over de politiek, de meest recente zelfmoordaanslag en over de toekomst van de kibboets waaruit steeds meer mensen vertrekken. Vooral jongeren zijn steeds minder gecharmeerd door het socialistische ideaal van samen leven en samen delen. Ze willen een eigen huis, hun eigen auto, zelf bepalen wat en wanneer ze eten en vooral: een eigen salaris verdienen. Heel veel jongeren vertrekken na hun militaire dienstplicht (drie jaar voor jongens, twee jaar voor meisjes) naar de stad.

Dalia Cohen, een vrouw met een vriendelijk gezicht, bespreekt een probleem van een andere orde. Ze vraagt zich af hoe zij in vredesnaam aan een Spiderman-pop komt die haar kleinzoon heeft gevraagd voor zijn verjaardag. Het kleine kibboetswinkeltje verkoopt geen Spiderman-poppen. De anderen adviseren haar de bus naar Beer-Sheva te nemen, naar een warenhuis.

Dina Kimhi, een kleine, kordate vrouw, is de baas van de wasserette. Ze vindt het altijd leuk als er weer nieuwe mensen in de wasserette komen, vooral als ze flink blijken door te werken. Vroeger, zegt ze, waren de vrijwilligers meestal jongeren, vlak na de middelbare school. Die zijn er nog steeds, maar er zijn meer ouderen. Ze wijst naar Nancy, een stevige Amerikaanse met grijs permanent die stug rode T-shirts opvouwt. ,,Dat zijn mensen die een missie hebben. Ze willen Israël helpen.''

Dat klopt, blijkt 's avonds in de kleine kamer in de `vrijwilligerswijk', die Nancy deelt met haar man David (60). Er staan twee stalen eenpersoonsbedden, twee stoelen, een tafel en een televisie. David, gepensioneerd scheikundeleraar werkt dagelijks in de plasticfabriek. Nancy gaat er eens goed voor zitten. Haar man is joods. Zij niet. Maar ze vóelt zich joods. Ze hebben altijd al naar Israël willen emigreren, maar ja, de kinderen hè. Die zijn nu volwassen. Toch vond ze het nog moeilijk, want er is net een kleindochter. ,,Maar het was nu of nooit. Bovendien, juist in deze zware tijden kan Israël wel wat extra steun gebruiken.'' Ze blijven zeker twee maanden.

Er komen inderdaad vaker oudere vrijwilligers, zegt Gabi Kave. ,,Al zijn vijftigers en zestigers zeldzaam.'' Ze zit in haar kantoortje, vlak naast de onderkomens van de vrijwilligers, dat tot de nok is volgestouwd met werkkleding, tampons, wc-papier, zeep, shampoo, ansichtkaarten. Vrijwilligers verdienen geen geld, maar krijgen kost, inwoning en andere eerste levensbehoeften gratis. Gabi Kave: ,,Het is altijd hun droom geweest om naar Israël te komen, maar ze maakten carrière, trouwden en kregen kinderen. Pas na hun pensioen hebben ze de gelegenheid om het echt te doen. Niet alle kibboetsen willen ze hebben, maar hier zijn ze welkom.''

Ook Lushia (47) heeft een liefdesverhouding met Israël, vertelt ze bij het ontbijt – tomaat, zachte, witte kaas, ei en brood. Ze had eerder willen komen, maar haar leven liep anders. Geboren in Australië, verhuisde ze op jonge leeftijd naar Polen en trouwde daar. Na haar scheiding besloot ze een tijdje in een kibboets te werken: ,,Ik hou van het leven hier. Iedereen werkt hard, maar ze hebben toch tijd voor elkaar en voor hun kinderen. Kibboetsniks zijn niet zo materialistisch. Ze hebben geen kapsones.''

Toch zijn er ook nu nog vrijwilligers zoals ik er een was: net na school, genieten van het leven zonder pa en ma in de buurt, terwijl je jongeren uit de hele wereld ontmoet en het (bijna) altijd mooi weer is. Maar er zijn te weinig mensen voor de vele nachtelijke feestjes, die ik me herinner. Waarbij we eindeloos tosti's roosterden op de straalkacheltjes die Gabi ons gaf voor de koude woestijnnacht met de woorden: `Het is verboden om er brood op te roosteren.' Zelf waren we er waarschijnlijk niet op gekomen, maar het was een fantastisch idee.

Er was ook meer contact met de kibboetsbewoners. De kibboetsjongeren participeerden volop in het feestelijke leven van de vrijwilligers, met vele relaties tot gevolg. Bovendien werden vrijwilligers die dat leuk vonden en die langer dan drie maanden bleven, `geadopteerd' door een familie. Je ging dan vrijdagavond (shabbat) met je `eigen' familie voor de shabbatsmaaltijd naar naar de eetzaal. ,,Omdat veel families nu thuis eten op vrijdagavond, worden vrijwilligers nauwelijk meer uitgenodigd'', zegt Gabi Kave.

Door het kleine groepje vrijwilligers is de sfeer nu minder uitgelaten. Viola drinkt 's avonds, samen met haar kamergenote uit Argentinië, voor de deur van hun kamer een pilsje. Eerst werkte ze in de eetzaal, nu werkt ze in de crèche met baby's. Ze vindt het relaxte kibboetsleven ,,bijna verslavend'', zegt ze, al moet ze er niet aan denken om er definitief te wonen. ,,Voor nu is het heerlijk. Ik vind het best leuk werk in de crèche met de baby's. Daarna kun je lekker naar het zwembad.'' Over de politieke situatie in Israël denkt ze niet al teveel na. ,,Je merkt er hier weinig van.''

,,Ik voel me veel onveiliger in Liverpool dan hier'', zegt Jim (28), als hij na de lunch alle tafels heeft afgesopt. Hij strijkt met zijn hand over zijn gemillimeterd haar. ,,Ik hou van deze plek. Oké, het is best hard werken, maar het is beter dan een lullig baantje in Engeland. Bovendien, als je klaar bent, bent je klaar. Dan hoef je geen boodschappen te doen, niet te koken of te wassen. Het is zo'n lekker leven. Je hebt het gevoel dat je hier ver buiten de realiteit staat.''

    • Sheila Kamerman