Quizmissers

Op hoeveel vragen heeft de quizcommissie van de laatste Nationale Wetenschapsquiz (www.nwo.nl) zelf het verkeerde antwoord gegeven, daar gaat het om. Dit jaar is misschien maar één vraag faliekant fout, maar daar staat tegenover dat twee ander vragen zo slecht waren geformuleerd dat de antwoorden eigenlijk niet mogen meetellen. Een korte recensie.

We gaan voorbij aan het paard (vraag 16) dat zou `weten' bij welke gang de minste energie wordt verbruikt en de gezochte vraag (19) over het midden en de rand van de stadsplattegrond. Ook de opportunistische her-definitie (6) van `natuurlijke taal' negeren we. Of een proefpersoon (9) die ondanks een meetsonde op, om of in het geslachtsorgaan en het gelijktijdig uitvoeren van rekentaken beweert onverminderd opgewonden te blijven bij het zien van porno nog tot de `normaal functionerende mensen' behoort: we laten het zitten.

Liever naar de centrale verwarming. Dat een geverfde radiator zijn warmte beter afgeeft dan een blanke (vraag 11) is een fenomeen dat in veel studieboeken bouwfysica wordt behandeld. Het verschijnsel heeft een mooie theoretische verklaring gekregen maar kan experimenteel nauwelijks worden bevestigd. Of de gepresenteerde thermografische analyse overtuigen kan valt te bezien, het hangt helemaal af van de spectrale gevoeligheid van de meter. Het AW-labo heeft deze week vier maal de afkoelingskrommen bepaald van twee identieke aluminium flessen gevuld met heet water, de een wit geverfd, de ander blank gehouden, en vastgesteld dat de geverfde fles inderdaad nèt iets sneller afkoelde. Maar het bleef binnen de meetfout en het zou een toevalstreffer kunnen zijn.

De quizdeelnemer moest antwoord geven op de vraag (14) of lichtverschijnselen bij het lostrekken van plakband en zelfklevende enveloppen een thermische, chemische of elektrische verklaring hebben. Je kan volhouden dat alle lichtverschijnselen elektrisch of op zijn minst elektro-magnetisch zijn omdat ze ontstaan bij elektronenovergangen. In dit geval worden echt elektronen vrijgemaakt. Die hadden ook met een draagbaar radiootje kunnen worden aangetoond, zoals hier destijds (september 1993) werd gedaan. Het is een geknetter van jewelste.

De parelmoerachtige glans (irisatie) die soms op gekookte ham en andere vleeswaar is te zien (15) berust niet op een fijne structuur maar op een fijne regelmatige structuur. Die fungeert als `tralie' (diffraction grating), zoals de putjes in de CD en de schubben op de haren van arm en ooglid. Overigens is het de vraag of de parelmoerglans wel echt karakteristiek is voor vers en mals vlees, oud vlees in plastic heeft het soms ook. En een toevallige infectie met de bacterie Pseudomonas fluorescens kan ook vreemde kleuren opwekken.

De dronken vrouwen (2). De overtuiging dat vrouwen van eenzelfde dosis alcohol eerder dronken worden dan mannen is al oud. Vrouwen hebben relatief meer vet en alcohol los daarin slecht op. Ook zouden ze de alcohol minder snel afbreken. Het kan waar zijn, maar misschien ook niet. Je mag aannemen dat de conclusies over de verspreiding van alcohol binnen het vrouwenlichaam uit niets anders zijn getrokken dan het verschijnen en verdwijnen van alcohol in haar bloed, zweet en urine. Dus dat er geen biopten (weefselmonsters) aan te pas kwamen. Hoeveel er echt in haar hoofd belandt wordt geschat met behulp van farmacokinetische verdelingsmodellen. Zojuist verscheen een artikel in Clinical pharmacokinetics (2003, volume 42, nr.1) waarin wordt betoogd dat de gehanteerde modellen niet deugen.In 1996 werd bij een onderzoek aan piloten vastgesteld dat vrouwen alcohol juist sneller afbreken dan mannen. Ook bleken de prestaties van drinkende vrouwen helemaal niet sneller achteruit te gaan dan die van mannen (Aviation, Space and Environmental Medicine, mei 1996).

Echte NWO-quizmissers vindt men bij de onderzeeboot, de krekel en de plastic bierglazen. Als een onderzeeboot (vraag 10) in een gesloten dok vanuit drijvende positie net onder water zakt, dus gaat zweven, zal het dokwaterniveau niet veranderen, daarvoor staat de wet van Archimedes garant. Maar voor haar tocht van nèt onder water naar de bodem van het dok, hooguit een paar meter lager, hoeft maar zo weinig extra water te worden ingelaten dat dat aan de oppervlakte nooit te zien zal zijn. Pas als op de bodem nog meer water wordt binnengelaten gaat het niveau zakken. Maar waarom zou de onderzeebootkapitein dat doen?

De NWO-quizcommissie is ervan overtuigd dat gesjirp in kruiden en struiken (18)altijd wordt opgewekt door krekels (en niet ook door sprinkhanen en cicaden) en dat er maar een krekelsoort bestaat. Dat is dan de Amerikaanse Oecanthus fultoni (snowy tree cricket) waarvan de stridulatie-frequentie snel toeneemt als het warm wordt. Of de doorsnee krekel zo reageert is zeer de vraag, de boskrekel hier in Holland doet het zeker niet. Veel krekels zijn nagenoeg uitsluitend nachtactief, ze vertellen dus in zekere zin hoe laat het is. Dat was als antwoord ook goed geweest. Overigens heeft Arrhenius nooit krekelonderzoek gedaan, men gebruikt de `Arrhenius-plot' om de relatie tussen stridulatie-frequentie en temperatuur in grafiek te brengen.

Ook alle soorten plastic worden door de NWO-quizcommissie over een kam geschoren. Dat er voor plastic bierglazen zeer verschillende plasticsoorten in gebruik zijn is haar ontgaan. Nog pijnlijker is dat zij ons probeert wijs te maken dat bier in plastic snel dood slaat. Dat is helemaal niet zo. Het AW-labo vergeleek echt glas met PP, PS en PET: polypropeen, polystyreen en polyetheentereftalaat. In PS en ook PP bleef de schuimkraag beter bewaard dan in glas. De kraag is een dynamisch evenwicht tussen bel-vervloeiing en aanvoer van nieuwe belletjes vanuit de diepte. Bepalend daarvoor is de hoeveelheid fijne krasjes en putjes in de bodem. Dat `hydrofobe' speelt geen rol.

Het Meccano-autootje hier op de foto deed, zònder het loden gewichtje boven de vrij draaiende wielas, prachtig wat in quizvraag 5(c) wordt beschreven. Rijdt hij met de geblokkeerde as achter de helling af dan draait-ie zich om. Met extra belaste vooras deed hij het veel minder mooi. Het karretje is een ideaal model voor onderzoek aan het intrigerende fenomeen. Het AW-idee is dat het juist de wrijvingsverschillen tussen de geblokkeerde wielen onderling zijn die de doorslag geven. Geen conclusie, maar een vermoeden.

    • Karel Knip