Polsslag van het platteland wordt zwakker

Ongerepte natuur en horden vakantiegangers vormen de paradox van het toerisme. Het echte Ierland laat zich gelukkig nog wel in de ziel kijken.

Ik heb een heilige bron gevonden. HW staat er bij een rode stip op de landkaart van de Ierse westkust, op de grens van land en water in de baai van Roundstone. Het blijkt geen afkorting voor een high water-merkteken, zoals ik had gedacht, maar voor holy well. De bron is een met zeewater gevulde cilinder van een halve meter diep in een van de granieten blokken die hier de vloedlijn vormen. Het gat is zo perfect rond en glad dat het wel geboord lijkt. Geen wonder dat de Ieren in die gaten – er zijn er honderden bekend – vanouds bovennatuurlijke machten zien. Het waren doopvonten, zo wil het verhaal, gemaakt door Sint Colm Cille, Brandaan en andere regioheiligen die er heidenen in doopten.

Moderne geologen zeggen dat zulke `erosiepijpen' zijn uitgeslepen door stenen die in de branding rondwervelden in een bestaand gat. Maar wie gelooft dat? Niet de Ieren die er sinds eeuwen muntjes in gooien. Tegen bederf van de aardappeloogst, overspel of dikke klieren. Baat het niet, het schaadt ook niet. Hoewel? Wat te denken van de man die het geld stal uit een bron die bescherming biedt tegen wratten? Nog diezelfde avond zaten zijn handen onder!

Ik steek mijn arm in de bron en haal een kluwen van rotte blaren, zeewier en zwart gruis uit het brakke water naar boven, zo'n bonk stinkend slijm dat je er inderdaad een huidziekte aan zou overhouden. Geld zit er niet tussen. Ik zoek in mijn ene zak: Britse ponden en pennies, maar daarmee zou ik een Brandaan waarschijnlijk beledigen. In mijn andere zak zitten euro's, de nieuwe Ierse munt. Zou de sint daar al iets mee hebben? En wat is een redelijk bedrag?

In Connemara, in het westen van het westelijke graafschap Galway, liggen zulke avonturen voor het oprapen. Ierland gaat steeds meer op andere Europese landen lijken, met dezelfde rotondes, hamburgerrestaurants en mobiele telefoonreclames, maar in Connemara laat het `echte Ierland' zich nog in de ziel kijken. Dat is althans het idee waarmee elke zomer honderdduizenden toeristen deze rand van Europa bezoeken. Zeewater, veen, wit zand, zon, regen, wind en de Keltische dromen die met elk glas turfkleurig bier intenser worden.

Maar de ongerepte stilte wordt elk jaar wel een beetje minder. Want met hun aanwezigheid vernietigen de toeristen precies datgene waarvoor ze komen. Niet alleen tijdelijk in die paar zomermaanden, maar ook omdat het toerisme het landschap permanent verandert. Het Connemara National Park, een van de zes Ierse nationale parken, sloot in de topmaand augustus voor de komende drie jaar enkele van de populairste paden, omdat de hordes wandelaars het fragiele veenmoeras zo hebben beschadigd dat zo'n twintig zeldzame plantensoorten er dreigen uit te sterven.

Andere veranderingen kun je gewoon vanuit de auto zien, zoals het enorme aantal nieuwe huizen, merendeels bouwpakket-bungalows en bedoeld als vakantiewoning. ,,Dankzij soepele planologiewetten ziet dat er op afstand uit alsof iemand een berg melkpakken over het landschap heeft geschopt'', schreef Tim Bradford in Is Shane MacGowan Still Alive?, een kortgeleden verschenen reisboek dat hardhandig-hilarisch afrekent met het romantische cliché-Ierland.

En toch wordt de stilte elk jaar ook een beetje groter. Want het Ierse platteland wordt steeds leger. ,,Ik mis de schoolkinderen die hier 's ochtends snoep voor in de pauze kwamen kopen'', zegt Christina Lowry, die in het pittoreske dorp Roundstone een supermarktje en een B&B drijft. ,,Toen mijn kinderen hier vijftien jaar geleden naar school gingen, waren er nog 125 leerlingen. Nu zijn het er 28. Steeds minder mensen willen hier wonen, behalve in het vakantieseizoen. Er komen ook wel gepensioneerden zonder kinderen, maar geen gezinnen. Dat is somber en het is gevaarlijk.''

Roundstone heet een vissersplaats, maar aan de stenen pier van het haventje liggen welgeteld twee schuitjes. De kreeften- en schelpenvisserij is niet meer wat het geweest is, vooral niet sinds tientallen zalmkwekerijen met hun chemicaliën de bodem hebben vervuild. Drukte in de baai is er alleen nog in de derde week van juli, als Roundstone voor de toeristen zijn vlootschouw organiseert met klassieke schepen van de Ierse kust.

Op de wal is hetzelfde patroon te zien. Twee kruidenierszaken moesten dit jaar sluiten, maar er is wel een nieuwe keramiekwinkel en een boetiek die in het seizoen goede zaken doet met geurkaarsen, sfeerfoto's en nieuwgemaakte oud-Keltische sieraden.

In Roundstone is ook een fabriekje dat de bodhrán maakt, de platte Ierse trommel met een geitenleren vel, die in de zomer in alle kroegen van het land is te horen in gezelschap van fiddle, fluit en accordeon. Malachy Kearns, de maker, noemt de bodhrán de ,,polsslag van de Ierse muziek''. Maar de polsslag van het platteland van Connemara voelt steeds zwakker.

,,De ontvolking van Connemara zet zich in aanzienlijk tempo voort'', zegt Chris Curtin, hoogleraar sociologie aan de universiteit van Galway. ,,Steeds minder mensen kunnen zich in traditionele agrarische en aanverwante beroepen staande houden, al komt erbij dat Ierse gezinnen in het algemeen niet meer zo groot als vroeger worden.''

Volgens Curtin is de ontvolking sterker in het westen van het land dan rond Dublin of Cork, omdat die streek onaantrekkelijk is voor forenzen. De dichtstbijzijnde grote stad, Galway, ligt op twee uur rijden. Zo ontstaat een paradoxaal fenomeen, zegt Curtin. ,,Een stad als Galway kan model staan voor het Keltische Tijger-effect dat de Ierse economie de laatste vijftien jaar heeft doorgemaakt. Galway groeit razendsnel, trekt massa's toeristen, heeft een bruisend cultuurleven en een jonge studentenbevolking. Maar het is de hoofdstad van een streek die langzaam leegloopt.''

In Aillenacally, op een paar kilometer afstand van Roundstone, is te zien wat dat kan betekenen. Het voormalige dorp van boeren en vissers – acht cottages en een handjevol bijgebouwen – ligt aan een idyllische kreek, ver van de bewoonde wereld, maar het is een ruïne. Het laatste gezin vertrok er in 1970. Hoewel, strikt genomen is Aillenacally niet helemaal een spookdorp. Paddy Power, eigenaar van de grond die er een tijd met zijn dochter en kleinkind woonde, leeft er nog steeds op een schuit, een onherstelbaar verbouwd zeilschip dat in de modder van het haventje ligt. Maar hij wil er nu vanaf. Aan de hoofdweg, zeker twee kilometer terug door het veen, heeft hij vorig jaar een bord neergezet waarop Aillenacally als ,,het oudste dorp van Ierland'' te koop wordt aangeboden. Dat is niet het enige waar ze in Roundstone een beetje om moeten lachen. Power wil er twee miljoen euro voor hebben.

Dat er ooit weer gewone Ieren zullen wonen, lijkt uitgesloten. Power gelooft dat zijn dorp een ideale locatie is voor een hotel. De koopsom lijkt daartoe niet meer dan een eerste beginnetje. Er zou een nieuwe weg moeten worden aangelegd, en voor de granieten huisjes zonder dak is meer nodig dan een tube Alabastine. En voor de golfbaan die Power in zijn hoofd heeft, moet wel eerst het moeras worden drooggelegd. De Development Council van Roundstone heeft al gezegd daar geen toestemming voor te geven.

Toch is het geen complete hersenschim. Aan de overkant van de baai van Galway, in Bellharbour en Ballyvaughan, zijn hele rijen soortgelijke huisjes opgeknapt voor toeristen, met een nieuw strodak, frisgepleisterde muren, een magnetron in de nieuwe keuken en een groene vuilcontainer naast de deur. `Huur nu een écht Ierse cottage', staat erbij.

Dat is de paradox waar het Ierse westen voorlopig mee zal blijven worstelen. Het is minder geïsoleerd dan het ooit is geweest, maar wie er wil wonen moet een nieuwe roeping vinden. Dat kan in het toerisme. Maar het Ierland wat de toerist aantreft is op zijn beurt steeds vaker een gespeelde versie van de oude idylle. Nog even los van de vraag of het ooit wel een idylle is geweest.

Een aalscholver neemt een kaarsrechte aanloop over de baai van Roundstone en komt langzaam los van het spiegelgladde water. Wolken hangen als gestolde brekers over de bruingele bergen aan de horizon. Geen elektriciteitsmast te zien en geen vliegtuig te horen. Misschien gaat het zo regenen, maar, zoals ze in Ierland zeggen: ,,Als het weer je niet bevalt moet je een kwartier wachten.'' Ik laat vijftig eurocent naar de bodem van de heilige bron zinken en doe een wens.

    • Hans Steketee