Pattriotisme, geloof en veel countrymuziek

Country & westernmuziek doet de harten in Tennessee sneller kloppen maar is ook de motor van de toeristenindustrie.

De muziek stopt, het licht wordt gedimd en iedereen verlaat de dansvloer waarop zojuist nog driftig gelijndanst werd. Het is zondagavond, tien uur precies in Cotton Eyed Joe, een grote country & westernclub op een verlaten industrieterrein even buiten Knoxville, Tennessee. De cowboyhoeden gaan af en wie nog aan een tafeltje of op een barkruk zit, wordt door een portier gemaand te gaan staan. Als iedereen staat, volgt na een korte stilte The Star Spangled Banner, het Amerikaanse volkslied. Uit volle borst en met de hand op het hart wordt er meegezongen over the land of the free en the home of the brave.

Daarna wordt de avond hervat en stroomt de dansvloer weer vol. De dj draait plaatjes vanuit een grote truck die naast de bar geparkeerd staat en vertelt keurig bij elk liedje of er in een cirkel of op een lijn gedanst moet worden. Hij telt af, zodat iedereen tegelijk de juiste pasjes zet. Cotton Eyed Joe is the most fun you can have with your boots on en je mag er alleen naar binnen als je je hemd in je broek stopt.

Het zingen van het volkslied is een traditie die is begonnen toen de club in 1992 werd geopend. ,,We doen het iedere avond, omdat we trots zijn op ons land en we het op deze manier een klein beetje kunnen eren'', vertelt een barkeeper. De dj draait intussen het ene na het andere countryplaatje, waarin nu eens de schoonheid van de zuidelijke staten van Amerika, dan weer de oneindige wijsheid van de Heer wordt bezongen.

Countrymuziek, patriottisme en het geloof vormen een drie-eenheid die overal terugkeert in Tennessee, de Amerikaanse staat die na Florida de meeste toeristen uit eigen land trekt. Waar je ook komt, overal schallen vrolijke Bluegrass deuntjes uit de luidspreker en wapperen Amerikaanse vlaggen. Kerken zijn er in alle soorten en maten, zelfs de allerkleinste dorpjes hebben er een stuk of vijf.

Je merkt het ook als je door Tennessee rijdt en naar de radio luistert. De zenders verraden in wat voor gebied je bent. In steden als Memphis en Nashville overheersen de `wereldse' countrystations, die de laatste nieuwe nummers uit de countryhitparade draaien. Op het platteland is country bijna synoniem voor gospel en worden de traditionele deuntjes afgewisseld met stichtelijke woorden en zo hier en daar een donderpreek, vooral in gebieden waar de streng gelovige Amish wonen.

De Amish vormen zelfs een toeristische attractie in het dorpje Ethridge, waar je, met eigen auto of in een touringcar, een tochtje kunt maken langs dorpsgemeenschappen waar de mensen nog met paard en wagen rondrijden en hun eigen eten verbouwen. De mannen met baarden en vrouwen in zwarte jurken verkopen vanuit hun voortuintjes hun groenten aan toeristen, maar, zo waarschuwt de reisgids, ze willen liever niet op de foto.

De drie-eenheid keert terug in Dollywood, het pretpark van countrydiva Dolly Parton in Pigeon Forge, vlakbij Knoxville. Geen park vol met snelle achtbanen, maar met musicals en shows, theatervoorstellingen, countryconcerten, demonstraties, oude ambachten, tentoonstellingen en meer vertier dat geschikt is voor de hoofdzakelijk vijftigplussers die Dollywood bezoeken. De vele country- en gospelvoorstellingen die de hele dag door te zien zijn in de verschillende theaters in Dollywood worden allemaal door Dolly persoonlijk ingeleid vanaf een videoscherm.

Een groot deel van de bevolking van Pigeon Forge vindt emplooi in Dollywood, niet in de laatste plaats de familie Parton zelf. Zo bestaat vrijwel het hele management uit familie van Dolly en mag haar lievelingsoom Bill al zeventien jaar lang, samen met wat verre neven en nichten, een paar keer per dag optreden met zijn countrybandje. Echt geweldig zijn ze niet (zo haalt de zangeres de hoge tonen van I will always love you in de medley van Dolly Parton-hits bij lange na niet), maar ze hebben in elk geval een hoop plezier in hun werk.

Uiteraard komen Dolly Parton-fans uitgebreid aan hun trekken in Dollywood. Zo is er het `Chasing Dreams' museum over het leven van Dolly Parton, waar je, verspreid over drie verdiepingen, haar foto's, haar kleren, haar gouden platen, haar films, haar prijzen, haar instrumenten en zelfs haar volledig nagebouwde meisjeskamer kunt bekijken. In de film Heartland neemt Dolly je mee naar haar geboortedorp in de Smoky Mountains en maak je kennis met haar familie.

Je kunt natuurlijk ook zelf naar het Great Smoky Mountains National Park rijden, slechts een paar kilometer van Pigeon Forge vandaan. Vergeleken met Pigeon Forge ('Your all-American getaway') en de omliggende dorpen, die onder invloed van Dollywood verworden zijn tot een aaneenschakeling van winkelcentra, motels, fastfoodrestaurants en theaters (met country- en gospelshows en op zondagochtend kerkelijke celebrations) lijken de Smoky Mountains (die zo heten omdat het er vaak mistig is) een oase van rust. Dat is maar schijn, want je merkt al snel dat je niet de enige bent die er van de natuur komt genieten.

Duizenden mensen gaan `een stukje rijden' door de Smoky Mountains, waardoor je er al snel in de file staat. De meeste bezoekers vinden dat overigens prima, want dan kun je rustig naar buiten kijken. Er zijn zelfs speciale aftakkingen van de doorgaande weg die de bergen doorsnijdt, waar je met maximaal 10 mijl per uur een schilderachtig extra rondje kunt rijden. Wandelen in de auto, zeg maar. Het bekendste (en drukste) rondje is de Roaring Fork Motore Nature Trail bij Sevierville.

Het verst doorgevoerd is het country-toerisme in Nashville, de hoofdstad van Tennessee. Nashville is niet de grootste stad in de staat, dat is Memphis, dat meer met blues (B.B. King) en rock'n'roll (Elvis Presley) heeft dan met country. Nashville daarentegen is behalve de hoofdstad van Tennessee meteen ook de country-hoofdstad van de wereld: thuisbasis van de belangrijkste country-platenmaatschappijen, radiostations voor elke denkbare muziekstroming op countrygebied en Country Music Television (CMT), het MTV van de countrymuziek.

In The district, het uitgaansgebied in downtown Nashville, bevindt zich verder de grootste concentratie country- en westernclubs ter wereld. Overal waar je komt, spelen country-artiesten live-muziek (onbetaald, dat wil zeggen in ruil voor fooien van het publiek en de kans om ontdekt te worden door een platenbaas), zelfs op straat staat hier en daar op de hoek van de straat een country-bandje te spelen, dat die avond geen kroeg heeft gevonden waar ze terecht konden. In sommige café's, zoals de beroemde Tootsie's Orchid Lounge, begint de live-muziek al vroeg in de middag en gaat die zeven dagen per week door tot diep in de nacht. De grootste countrydiscotheek van Nashville (waar vooral toeristen komen) is de Wildhorse Saloon, die vanaf de bar of het balkon uitzicht biedt op een enorme dansvloer vol lijndansende Amerikanen. Je kunt ook zelf een dansje wagen, bijvoorbeeld door mee te doen met de lijndansles die twee keer per avond gegeven wordt.

Het centrum van Nashville herbergt ook The Ryman Auditorium, een concertzaal uit 1892 die veel wegheeft van een kerk en die jarenlang onderdak bood aan de beroemde Grand Old Opry, een wekelijkse radioshow-met-publiek die al zeventig jaar bestaat en waar alle grote countrysterren regelmatig hun gezicht laten zien. Tegenwoordig huist de Grand Old Opry in een enorme concertzaal buiten de stad, die plaats biedt aan 4.400 toeschouwers.

De Grand Old Opry wordt geroemd om zijn verrassende gelegenheidsduetten en spontane gastoptredens van bekende artiesten die `toevallig' in de buurt zijn, maar in werkelijkheid is de voorstelling een strak geregisseerde show die tot op de seconde nauwkeurig is gepland. De presentator waarschuwt het publiek vlak voor de uitzending nog even: ,,Dit is geen concert mensen, wij maken hier een radioshow.'' Dat betekent onder meer verplicht klappen op het moment dat dat aangegeven wordt en elk kwartier minutenlang luisteren naar stomvervelende reclameboodschappen (Deze week lekkere kalkoen op het menu bij Cracker Barrel Country Store!), die door de presentator ter plekke worden voorgelezen.

Het gebied rond de Grand Old Opry heet tegenwoordig Opryland en herbergt nog een handvol concertzalen (met dagelijkse country- en gospelshows), het Opryland hotel (dat met zijn 3.000 kamers, riant aangelegde binnentuinen, gigantische glazen koepels en andere pracht en praal in Las Vegas niet zou misstaan), een winkelcentrum, een megabioscoop, twee country-radiostations en twee kleine musea, één over de geschiedenis van de Grand Old Opry, de ander over countryveteraan Willy Nelson. De souvenirwinkel van het Willy Nelson and friends museum is overigens ruim twee keer zo groot als het museum zelf. Voor meer countrymemorabilia kun je verder nog naar de Country Music Hall of Fame, dat vooral indrukwekkend is vanwege zijn huisvesting in een futuristisch gebouw dat iets weg heeft van een gigantische piano. Een beetje treurig is de oude man die, met een enorme cowboyhoed op, eenzaam aan een tafeltje zit in de souvenirwinkel van het museum. Hij is de `aankomende Grand Old Opry ster' van de dag: je kunt nu vast een handtekening aan hem vragen, en misschien wordt hij ooit nog eens beroemd.

    • Jochen van Barschot