Onmogelijke politiek

Arme normen, arme waarden: het nieuwe jaar was nog niet begonnen of onze nationale identiteitscrisis naderde alweer de wanhoopsgrens. In Moerkapelle stookten ouders per mobiele telefoon hun kinderen op om tijdens de oudejaarsnacht de politie te grazen te nemen. Door een vuurwerkbom (de grenzen vervagen) onder een auto van de mobiele eenheid raakten drie agenten aan hun benen verwond. Ook in die andere provinciale brandhaard, Elburg, was het goed raak: tijdens hun werk werden de politie en de brandweer door jongeren doelbewust met vuurwerk bestookt. Het gemeentebestuur van het Veluwse dorp, meldt het Algemeen Dagblad, plaatst komende dinsdag een woedende open brief in het plaatselijke huis-aan-huisblad: hoe kan het dat de bewoners de mond vol hebben van normen en waarden en tegelijk onbekommerd de hulpdiensten van de gemeenschap saboteren?

De hamvraag, lijkt me. Het gemeentebestuur van Elburg worstelt met een van die talloze ongerijmdheden van het Nieuwe Nederland: des te harder er geschreeuwd wordt om een nieuw besef van normen en waarden, des te verder die uit het zicht lijkt te raken. Het is al bijna zo onlogisch als de hoge toon die tegen allochtonen wordt aangeslagen over hetzelfde onderwerp: integratie betekent onvoorwaardelijke aanpassing aan Hollandse normen en waarden en tegelijkertijd wordt door dezelfde mensen keer op keer vastgesteld dat het juist Nederlanders zelf ernstig aan die normen en waarden ontbreekt. Dat is overigens een klassiek geval van reactionaire paranoia: de buitenlander bedreigt de eigen cultuur, terwijl het eigen volk telkens opnieuw hopeloos decadent en ruggengraatloos blijkt.

Onvrede moet je serieus nemen, maar dat betekent niet dat die ook letterlijk genomen moet worden. Die aanhoudende roep om normen en waarden is allang onderdeel van het probleem geworden, zelf een uiting van onvrede met agressieve trekjes. De ontevreden Nederlander roept moord en brand over verval en onveiligheid en schuift vervolgens zijn onvrede op het bord van de Nederlandse overheid. De overheid moet maar voor normen en waarden zorgen, en tegelijkertijd wordt die overheid gezien als bron van alle kwaad. Vandaar die rotjes en voetzoekers die de Elburgse jongeren op de blussende brandweer loslieten, vandaar het ophitsen van de jongeren van Moerkapelle tegen de politie door hun eigen vaders en moeders.

Met die hopeloze discussie over normen en waarden is het, denk ik, niet veel anders gesteld als met de nieuwe betrokkenheid van de boze burger met de politiek; des te harder er wordt geroepen dat het politieke bestel radicaal hervormd moet worden, des te meer men erop uit lijkt de politiek te laten ontaarden in een idiote chaos.

,,Ik denk niet dat de politieke klasse al in staat is in te spelen op het nieuwe engagement van burgers,'' zei de socioloog Gabriël van den Brink unverfroren in het Zaterdags Bijvoegsel van deze krant. Van den Brink maakte een aantal pregnante opmerkingen over de noodzaak van bestuurlijke hervormingen in Nederland, maar wat mij het meest opviel, was zijn onderliggende geloof in de maakbaarheid van de politiek. Dat zal met zijn verleden te maken hebben; hij was jarenlang lid van de CPN. Dat onwankelbare geloof in de politiek die alles goed zal maken, je ziet dat ook wel bij zijn generatiegenoten, zoals Paul Scheffer en Felix Rottenberg; teleurgesteld in de onmogelijke wensdromen van de linkse politiek, maar een onaantastbaar en huizenhoog geloof in de politiek als zodanig. Daar past een koesterend geloof in de ratio van de man in de straat bij. Van den Brink: ,,Voorlopig zal er nog heel veel nodig zijn, voordat bestuurders in hun dagelijkse praktijk weten in te spelen op de problemen, ervaringen, suggesties en rancunes van gewone burgers.''

Natuurlijk heeft Van den Brink een punt, maar naïef aan zijn betoog lijkt me de overtuiging dat als de bestuurders zich maar voegen naar de wensen van de gewone burger, die als vanzelf een tevreden mens zal worden. Veel van de huidige Hollandse onvrede richt zich tegen de politiek, maar heeft in wezen maar heel weinig met politiek te maken zoals bij antisemitisme alle sociale onvrede zich met behulp van veel valse logica steeds weer onherroepelijk tegen joden richt. Zo werkt dat: omdat je het gelooft, weet je het zeker. Dat de gemiddelde burger niet meer weet waar hij het zoeken moet en nergens blijvend ideologisch houvast vindt, leidt tot gevoelens van angst en onveiligheid, die maar ten dele met reële criminaliteitscijfers te maken hebben.

Van den Brink toonde zich gecharmeerd van Pim Fortuyn en ik begrijp wel waarom: het was Fortuyn die op wonderbaarlijke wijze alle grote vragen waar Nederland mee worstelt, vragen over eigenheid en identiteit, terugbracht naar het domein van de politiek. Pragmatische politiek en ideële bevlogenheid bleken ineens toch heel goed samen te gaan. Maar Fortuyns belofte aan de kiezer was wat ik nu juist voor onmogelijk houdt: het beantwoorden van al deze zijnsvragen door de politiek. Vandaar de verwarring bij zijn aanhang en navolgers, die er na zijn dood begrijpelijkerwijs niet in slaagden een brug te slaan tussen praktische burgerbelangen (teruggave van het kwartje van Kok) en een groter, dragend idee over de plaats van Nederland in de wereld. De grote woorden waren er wel, maar de middelen ontbraken. Fortuyn bracht, zoals ontelbare keren is vastgesteld, de opwinding in de politiek terug maar hij zorgde ook voor een mateloze overschatting van de politiek zelf. Juist door de politiek zaligmakend te verklaren, zoals Van den Brink ook lijkt te doen, zal ook de onvrede alleen maar groter worden, domweg omdat de politiek het op de belangrijkste punten steeds opnieuw zal laten afweten.

Dat is ook de valkuil waarin Jan Peter Balkenende gestapt is: ogenschijnlijk is het een eervolle opdracht om naast praktisch bestuurder ook hoeder van het nationale normen- en waardendebat te zijn, maar het is een taak waartoe de politiek helemaal niet is uitgerust alleen de fractieleider van de VVD heeft dat begrepen. De overheid kan regels stellen, maar normbesef is geen politieke kwestie, dat is een kwestie van cultuur. Er is te vaak geroepen dat het een ramp is dat de Nederlandse burger niet meer in de politiek gelooft. Inmiddels zou je hopen dat hij er de betrekkelijkheid van inziet.

    • Bas Heijne