Lijden op het zelfverkozen pad naar de hel

Het Russische schiereiland Kamtsjatka bezoek je voor de rauwe natuur, voor de beren en de zalm, voor de geisers en vulkanen. Land van vuur en ijs of het voor- geborgte van de hel voor domkoppen en rebellen.

Na drie dagen begint de wanhoop toe te slaan. We leven onder de vulkaan, maar komen we er ook nog op? Ergens achter de mistsluiers liggen ze verborgen: de tweehonderd vulkanen van Kamtsjatka. Toen ons vliegtuig rond het schiereiland cirkelde voor de landing, staken deze majestueuze suikertaarten nog scherp af tegen de staalblauwe hemel. Daarna trok het dicht en begon het te miezeren. Dat kan zo weken doorgaan, waarschuwen autochtonen. Helikoptervluchten zijn dan uitgesloten. En zonder helikopters kom je nergens.

Het schiereiland Kamtsjatka bezoek je voor de rauwe natuur, voor de beren en de zalm, voor de geisers en vulkanen. Land van vuur en ijs, heet het in de brochures. Het voorgeborchte van de hel, zeggen ze hier. De aardkorst is zo grillig als de huid van een vijftienjarige. Twintig vulkanen behoren tot de actiefste ter wereld, de seismologische dienst registreert jaarlijks een kleine duizend aardbevingen. Voortdurend exploderen oude vulkanen of openen zich zomaar ergens nieuwe kraters. Zo veranderde het heldere Karymskimeer zes jaar geleden opeens in een kokende, stinkende, donkergroene massa. ,,We hadden daar zalm uitgezet voor sportvissers'', zegt de gids Viktor. ,,Dat werd dus vissoep.''

Naar Kamtsjatka kom je niet voor de beschaving. Die is geconcentreerd in de hoofdstad Petropavlovsk-Kamtsjatki, waar 270.000 Russen samenhokken in achteloos tegen de heuvels geplakte betondozen van vijf verdiepingen. Buiten dat is er weinig. Stalin hief veel dorpen in het binnenland op en dwong de bewoners naar de kust. Dat was goedkoper en zo hield je ze beter in de gaten. Totdat een tsunami die nieuwe kustdorpjes in 1956 wegvaagde, want vloedgolven horen bij zo'n beweeglijke bodem.

Voor Nederlanders is Kamtsjatka dat land op het Riskbord van waaruit je Noord-Amerika binnenvalt, voor Russen is het zoiets als het eind van de wereld. ,,Ga jij maar naar Kamtsjatka'', zeggen Russische docenten. Want Kamtsjatka is ook de naam voor de achterste rij van de schoolklas, waar de domkoppen en rebellen zitten. Hoewel Rusland het schiereiland in 1854 tijdens de Krimoorlog heroïsch verdedigde tegen een Frans-Engelse landingsvloot, wilde het er niet zo veel later best vanaf. In 1867 probeerde het de Verenigde Staten voor het schiereiland te interesseren, toen ook Alaska in de uitverkoop ging. In 1921 onderhandelde Lenin met de kapitalist Washington Baker Vanderlip over een leasecontract van een halve eeuw. In beide gevallen kwamen de partijen geen prijs overeen.

Dus bleef Kamtsjatka sovjet, en dat kwam na de Tweede Wereldoorlog goed van pas. In de nieuwe wereld van strategische bommenwerpers, intercontinentale raketten en nucleaire onderzeeërs bleek het schiereiland opeens van groot strategisch belang. Het werd de eerste verdedigingslinie van de Sovjet-Unie, een zeshonderd kilometer lange drempel in zee, boordevol luchtafweergeschut, kernraketten, geheime vliegvelden en havens. Ideaal ook voor raketproeven: nog altijd is Kamtsjatka het doelwit bij testvluchten van de nieuwe generatie Topol-raketten.

Het Rode Leger blies de lokale economie leven in. Petropavlovsk kreeg flatjes met stroom, gas en modern sanitair en sovjetmonumenten. Zo schonk Moskou een Lenin met wapperende regenjas – in de volksmond Batman – en een gedenkteken voor de zeevaarders, drie hoekige matrozenkoppen die uit een obelisk steken als knoesten uit een oude eik. De drie geheelonthouders heten ze, de enige geheelonthouders van Petropavlovsk. Elk jaar zetten de bewoners op Overwinningsdag glaasjes wodka rond het monument om de drie alsnog in verleiding te brengen.

In 1991 eindigde de Koude Oorlog en werd Kamtsjatka weer het einde van de wereld. Legerbases en visfabrieken sloten hun poorten, beton rotte weg, asfalt sloeg vol gaten. Alleen met het stropen van vis en het jutten van schroot viel nog geld te verdienen. Veel geld zelfs, maar dat verdween in de diepe zakken van de mannen met connecties. Het kapitalisme bracht wel duizenden tweedehands Japannertjes en Koreaantjes met het stuurwiel aan de verkeerde kant. De schaarse wegen van Petropavlovsk zijn nu verstopt door files.

Medio jaren negentig leek de situatie wanhopig. De overheid was blut, tankers met stookolie voor de warmte- en stroomcentrales voeren onregelmatig uit. In Petropavlovsk zaten ze in klamme appartementen onder lagen dekens de poolnachten uit. Alleen aardbevingen brachten enig vertier. Er waren zelfs bootvluchtelingen, desperado's die op wrakke bootjes de verre oversteek naar Alaska waagden. Vorig jaar onderschepte een kernonderzeeër nog een vlotje met drie soldaten, meer dood dan levend na 48 uur op het ijskoude water.

Nu ontstaat hier en daar wat nieuwe industrie: een visfabriekje, een Japanse bottelarij voor bronwater. Voor de nieuwe Russen heeft een Koreaanse ondernemer een marmeren casino in een flatje gemetseld, het volk kan in de kiosken en marktkramen Chinees plastic en oude Spice Girls-agenda's kopen. Petropavlovsk telt ook twee internetcafés, waar jongetjes elkaar op beeldschermen beschieten. We zien een van hen stiekem een plastic zakje aan zijn mond zetten voor een teug lijm. Een bewaker trekt hem achter zijn beeldscherm vandaan. ,,Je was gewaarschuwd! Geen lijm bij onze toetsenborden.''

Nee, voor de beschaving ga je niet naar Kamtsjatka. De stroom valt regelmatig uit en het personeel van hotel Avatsja kan dan niet helpen. ,,Het is donker, ik ben hier helemaal alleen en heb maar één kaars. Wat moet ik doen?'', zegt een kamermeisje handenwringend. ,,Jongedame, het is donker, je bent alleen en je hebt een kaars. En je weet niet wat je moet doen?'', klinkt het pesterig uit een van de kamers.

Toerisme brengt enig soelaas. Massaal is het niet, lucratief wel. Want alleen welvarende toeristen reizen voor hun plezier naar het eind van de wereld. Sportvissers komen tijdens de poetina, wanneer de zalm zo massaal naar de paaigebieden zwemt dat je ze met de hand uit het water kan scheppen. Jagers leggen voor achtduizend dollar een echte beer om, snowboarders laten zich met helikopters op de vulkaantoppen afzetten. Het gros betreft evenwel trekkers die in juli en augustus groepsgewijs in de wildernis worden gedropt. Twee of drie weken marcheren ze langs de rivieren, steken moerassen over, beklimmen vulkanen, zwemmen in geiserbaden. De autochtonen vinden dat ze dollars om zich heen strooien, dus rekenen ze voor een taxi vijfmaal zoveel als in Moskou.

,,Ik heb drie dagen gehuild toen mijn vader naar Kamtsjatka werd overgeplaatst'', zegt Zoja. Haar familie verhuisde in 1987 uit het snikhete Oezbekistan. ,,Pa was majoor in de luchtverdediging, wat konden we doen?'' Zoja organiseert trektochten, maar ze wil de naam van haar bedrijf liever niet in de krant. Dat heeft niet zozeer te maken met haar chauffeur Andrej. Hij ramt al op de eerste dag twee auto's tijdens het uitparkeren en scheurt dan in paniek weg, met ons verbijsterd op de achterbank. Er volgen meer bijna-dood ervaringen, bovendien vernielt Andrej na een lekke band zijn krik en moeten we onszelf een halve nacht lang warm stampen in een verlaten berkenbos. Twee vissers redden ons van de bevriezingsdood.

Geen reclame voor haar bedrijf, moet Zoja denken. Maar zij maakt zich met name zorgen over de lokale FSB, de geheime dienst. ,,Hoe positief u ook over Kamtsjatka schrijft, wij krijgen altijd ellende.'' Provinciale paranoia of domweg verveling: in deze uithoek leeft de Koude Oorlog nog volop. Voor elk uitstapje moet de FSB toestemming verlenen. ,,Mijn vriend is luitenant bij de geheime dienst'', zegt de gids Joelia. ,,Hij is ervan overtuigd dat elke toerist een spion is. Waarom betalen ze anders duizenden dollars om Kamtsjatka te bezoeken? Er is toch niets hier? Zij zijn toch zeker niet gek?''

Joelia had zelf ook moeite met het concept van ecotoerisme. Pas na een tocht met een groep Australiërs zag ze het licht. Ze waren bejaard en slecht getraind, maar waanden zich ,,echte Crocodile Dundees''. De zwaarste tocht wilden ze, twee weken lang acht uur per dag marcheren in een straf tempo. Al snel bleek één expeditielid diabetes te hebben en een ander een hartkwaal. Meer dan vier uur lopen per dag bleek onhaalbaar, zodat de groep de plek waar een helikopter proviand had gedropt niet tijdig bereikte. ,,Vijf dagen leefden we op paddestoelen en bessen. Er ontstond een prachtige sfeer. Iemand had nog een chocoladereep, die ging dan rond het kampvuur in vijftien stukken. Zelfs hoesttabletten sneden we in reepjes. Eenmaal bij onze proviand huilden we als kinderen. Op het vliegveld was het opnieuw één en al tranen en omhelzingen. Die Australiërs houden nu elk jaar een reünie.'' Westerlingen missen iets, peinst Joelia. ,,Ze zitten de hele dag veilig achter hun computers, maar dat is niet genoeg. Ik denk dat ze hierheen komen om te lijden.''

Lijden in de wildernis: dat willen wij ook wel. Maar zolang de helikopters aan de grond blijven, beperken we ons tot attracties die per auto of jeep bereikbaar zijn. We logeren in kuuroord Paratoenka. Hier brengt Petropavlovsk het weekeind door, dobberend in de hete bronnen. Paratoenka heeft betere tijden gekend. In de motregen zien we sanatoria in ernstig verval. Half weggezakt in het moerasbos roestige karkassen van machines, badkuipen vol algen, autowrakken. Een wachthokje met een dommelend grootmoedertje staat eenzaam op een kerkhof voor sovjetschroot. ,,Is hier nog wat te doen, moedertje?'', vragen we. ,,Dit is een doodlopende weg naar de hel'', antwoordt ze.

Ons hotel Helios blijkt een fletsblauw bunkertje. `Pas gerenoveerd', lezen we. Dat slaat op de nieuwe vloertegeltjes die als ijsschotsen onder onze voeten heen en weer schuiven en op het plastic badkamer-ensemble van de firma Jie-Ye-Yu-Jing. De kamers zijn vochtig en schemerig, op de gang hangt de geur van een dorpsziekenhuis, een combinatie van kool, tabak en lysol. Buiten in het bronnenbad drijven drie stomdronken teenagers tussen de groene algen.

,,Is hier nog wat te doen?'', vragen we de manager, een geblondeerde matrone. Ze kijkt ons aan met een mengsel van onverschilligheid en vijandigheid. ,,Niets'', zegt ze. We wijzen op de pingpong-tafel. ,,Geen batjes.'' We wijzen op het biljart. ,,De ballen zijn gestolen. Daar snijden ze nepsouveniers van.'' Helemaal niets dus? ,,Nou, u kunt eten.'' Op het menu staan dertig gerechten, achter 25 staat met rode letters `njet'. Wat resteert is soep, sla en gehaktballen. Een kokkin met eczeem en olifantsbenen begint zuchtend in de pannen te roeren.

We vluchten terug naar Petropavlovsk en maken een boottocht door de baai van Avatsja. Onze kapitein Valeri laveert door een vloot stropers die in kanootjes zitten te vissen. Een boot met grenswachters heeft het veel te druk om daartegen op te treden: ook zij hebben de netten uithangen. Basaltformaties steken uit de branding, zwarte pilaren met namen als de Drie Broeders of de Wachter. Duizenden zeemeeuwen krijsen op de rotsen, we zien twee zeehonden in de golven dartelen. In de luwte van een rots werpen we het anker uit, hakken een zalm in moten en koken vissoep. ,,Vissoep zonder vliegen is geen vissoep'', stelt Valeri. Even verderop heeft een nieuwe trawler zich diep in een zwart zandstrand geboord: de bemanning was dronken. Vlakbij ligt een klein tentenkamp tussen het helmgras, daar wonen de bewakers. ,,Zonder ons is er van deze boot binnen twee dagen niets meer over'', zeggen ze.

Kamtsjatka is een land van doordouwers, zegt Viktor. Ruwe zeden, geen comfort. Maar de natuur! Viktor, gids en fotograaf, is eraan verslingerd. Hij leefde een jaar lang bij de inheemse Eveni, at hun specialiteiten: bloedsoep, vis die wekenlang in de grond heeft gerot, hallucinigone moechamora-thee. ,,Ik zag een grootmoeder drie uur achtereen dansen in een oud kolonelsuniform.'' Viktor acht het niet verstandig om Kamtsjatka op eigen houtje te verkennen. De inheemsen zijn wantrouwig en schietgraag, de natuur is verraderlijk. Marsroutes lopen langs dezelfde rivieren waar de zevenduizend beren van Kamtsjatka op zalm jagen. De Kamtsjatka-beer is de grootste ter wereld, een monster dat soms een gewicht van zevenhonderd kilo haalt. Het is ook mogelijk op een ijsbeer te stuiten. Die springen soms aan wal van de verdwaalde ijsbergen die in de lente als witte kastelen langs de kust schommelen. In de geiservallei, een populair reisdoel, kan een toerist een zachte dood sterven wanneer hij even uitrust: laag bij de grond hangt een giftige walm. En in het maanlandschap van de dode vulkaankrater Oezon Caldera loopt hij het risico door een schijnbaar solide vliesje vaste grond in de kokende blubber weg te zakken. Muggen vormen een minder dodelijk gevaar. Op sommige plaatsen zijn de zwermen zo dik dat de reiziger zijn mond maar even hoeft te openen om voor de hele dag te hebben gegeten.

Beren zijn Viktors grootste zorg. In de winter worden dorpen soms belegerd door beren die onvoldoende vet hebben verzameld om in winterslaap te raken. Een hond of een mens is dan een aantrekkelijke aanvulling op het dieet. Viktor herinnert zich zijn eerste helikopter-expeditie in 1983 om het belaagde dorp Sobeljevo te ontzetten. ,,We doodden er vijftien binnen twee uur. Iemand schoot een grote beer driemaal door zijn kop en nog rende hij gewoon weg.'' In de zomer zijn beren minder agressief. De rivieren zitten dan vol zalm, de struiken vol bessen. Toch doodt een vrouwtjesbeer met pups tijdens ons verblijf twee houthakkers. Eigen schuld, meent Viktor. ,,Die twee zetten het op een rennen. Daarop reageert een beer precies hetzelfde als een hond.'' Beter is het om dicht bij elkaar te blijven en zoveel mogelijk lawaai maken. En als dat niet helpt? ,,Bidden.''

Vier jaar geleden arriveerde Viktor met een groep Duitse ecotoeristen net op tijd bij het Koeriskoje-meer om te helpen zoeken naar de Japanse fotograaf Misja Ogasjina. Zijn dood is een lokale legende, iedereen begint erover. De Japanner waande zich Jane Goodall van de beren, zegt Viktor. ,,Hij fotografeerde ze van heel dichtbij, gaf elk een eigen naam. Misja weigerde in een berenhut op palen te slapen, hij moest en zou tussen de beren kamperen. De beren hielden van hem, dacht hij. En dat klopte.'' Op een nacht trok een beer de Japanner uit zijn tent, scalpeerde hem, beet hem dood, smikkelde zijn ingewanden op, vierendeelde het lichaam en begroef de delen, want beren eten hun vlees het liefst verstorven. De Japanse reisgroep hoorde hem schreeuwen maar durfde in het donker niet uit hun hutten te klimmen. Viktor: ,,Ik heb de volgende dag nog een arm opgegraven. Misja droeg een horloge van Seiko.''

De wildernis lonkt. Na vijf dagen trekken wij eindelijk de bergen in. De wolken zijn opgelost en Kamtsjatka openbaart zich in zijn volle glorie. Met een kleine helikopter zwoegen we de helling van de vulkaan Moetnovski op, 2.323 meter hoog en zeer actief. We zien moerassen vol kromgetrokken berken, stomende rivieren die zich een weg door sneeuwvelden smelten, blauwe bergketens, watervallen. De piloot scheert rakelings over de bergkammen, toucheert zelfs even een berkenboom. Is het niet veiliger iets hoger te vliegen, opperen we achteraf. ,,Absoluut niet'', antwoordt de piloot. ,,Dan val ik in slaap.''

We landen op een kam en wandelen urenlang over spierwitte gletsjers. Afwijken van het voetpad is gevaarlijk vanwege kloven. Beren trekken zich daarvan niets aan: vijf verse sporen kruisen ons pad. Tweehonderd meter lager zien we drie beren lopen, een moeder met twee pups. Ze zijn met hun eigen dingen bezig. Een laatste klim, dan de krater van de Moetnovski. Een abstract schilderij van sintels, rotsen en rode aarde, van stoom, ijs en water. We zien kokende, azuurblauwe meertjes omringd door bizarre ijssculpturen, gaten in de grond die stoomwolken en gele brokken zwavel uitbraken. ,,De aars van de wereld'', zegt Viktor.

Hij wijst op verse sintels die op een sneeuwveld liggen als inktvlekken op een schoon overhemd. Een kleine uitbarsting van de afgelopen twee weken. ,,Maak je geen zorgen, je voelt zo'n eruptie aankomen.'' Maar het blijft oppassen op de Moetnovski. Te lang in de zwavelwalm betekent verstikking, en in een pikzwart sintelveld gaapt een lugubere muil vol borrelend water. Onderweg zagen we al het gedenkteken voor student Vladimir Popov, die in 1991 net iets te dicht bij de rand kwam en in die kookpot gleed.

We wentelwieken naar het Nalitsjevo nationale park om in de warme bronnen te baden. Ook Nalitsjevo biedt een onaards kleurenboeket: een vuurrode bodem, helblauwe meertjes en witte berkenstammen. Men heeft er blokhutjes gebouwd en een badhuis met kleedkamers. We weken in water van 45 graden Celcius, onze adem vormt wolkjes in de lucht. De parkwachter is aangeschoten. Hij stookt met bessen zijn eigen drank en laat die in de grond fermenteren. ,,Dat heeft me vorig winter veel werk bezorgd'', grinnikt hij. ,,Ik had vergeten de plek te markeren waar ik de flessen had begraven, en toen viel er twee meter sneeuw.'' De helikopterpiloot was getuige. ,,Joeri heeft een enorm oppervlakte afgegraven, wel honderd vierkante meter. De kracht der wanhoop is onvoorstelbaar.''

De oorspronkelijke bewoners van Kamtsjatka – Korjakken, Eveni, Itelmeni – zouden nooit in geiserbaden zwemmen. Wat Russen en westerlingen fascineert, joeg hen slechts vrees aan. Het geborrel van de geisers, de rotsblokken die in onderaardse bronnen tegen elkaar sloegen: dat was het gefluister van demonen. Als vulkanen vuur en as spuwden, roosterden de demonen onder de berg walvissen. De rotsblokken die de vulkanen kilometers ver weg slingerden waren de botten die ze weggooiden na hun schranspartij. Aardbevingen? Goden die op hondensleeën door onderaardse ijsgangen denderden. Beter om ver uit de buurt te blijven van al dat geweld.

Diezelfde vulkanen, bronnen en geisers maken Kamtsjatka tot een fascinerend reisdoel voor trekkers die Noorwegen te tam vinden en Antartica te wild. Het schiereiland biedt ontzagwekkende natuur met een vleugje gevaar. En na drie weken in de wildernis voelt zelfs sovjetkuuroord Paratoenka als luxe. Viktor gidst ze graag: die goed getrainde Zweedse, Nederlandse of Duitse reisgroepen. Zij zijn flexibeler dan Japanners, zijn voornaamste klanten. Die leggen vooraf spijkerhard vast op hoeveel meter van hun tent de latrine wordt gegraven. Onzin, want in Kamtsjatka valt weinig te plannen. Verwacht het onverwachte. Viktor, tijdens onze klim naar Moetnovski: ,,Vorige zomer zag ik een Rus op lakschoenen over deze gletsjer hollen met een fles wodka. Hij nam een slok, wuifde naar ons en rende door. Twee minuten later kwam een beer de gletsjer afdenderen, achter hem aan. Hoe het zo kwam en hoe het afliep, dat weet ik niet.''

    • Coen van Zwol