Langzaam hardlopen verhoogt het genot

De Polar Circle Marathon is een loopwedstrijd in Groenland. Klim naar de ijskap, heuvel op heuvel af en dan de kleren uit. Een arctische striptease.

De Noorse avonturier Erik de Rode, twee keer verbannen wegens bovenmatige bloeddorst, strandde aan het einde van de tiende eeuw op de westkust van het huidige Groenland. Met moeite overleefden hij en zijn metgezellen de poolwinter, om de volgende zomer naar IJsland te varen met reclamepraatjes over het nieuw ontdekte gebied. ,,Hij noemde het Graenaland'', vertelt de oude sage, ,,want hij dacht dat de mensen wel zouden toestromen als het land een mooie naam had''. En inderdaad: 25 schepen vol landverhuizers gingen mee terug met Erik – veertien schepen overleefden de reis en de bemanning stond voor de taak om op de toendra tussen de gletsjers een bestaan op te bouwen.

Zoals Eriks kolonisten zich gevoeld moeten hebben toen na alle mooie verhalen het barre land in zicht kwam, zo voelen wij ons wanneer we op een koude en regenachtige zaterdagmiddag in september de ijskap bij Kangerlussuaq (`Grote Fjord') inspecteren. Wij, dat zijn de deelnemers aan de Polar Circle Marathon, een wedstrijd van 42 kilometer door het West-Groenlandse kustgebied. Een dag eerder, toen we aankwamen op de voormalige Amerikaanse vliegbasis die tegenwoordig als centrum van het poolcirkeltoerisme fungeert, had de Deense reisorganisatie ons nog eens verzekerd dat Kangerlussuaq het stabielste klimaat van heel Groenland heeft; op 180 kilometer van de kust is het ook het enige bewoonde binnenland. Nooit regent het er, het ligt immers in de poolwoestijn. Maar nu wel.

,,This is unrunnable'', zegt een Engelse deelnemer wanneer we na een bustocht over het af te leggen parcours, halfbevroren en wegglibberend de anderhalve kilometer rond het keerpunt op de ijskap afleggen. Andy kan het weten; als correspondent van het loopblad Runner's World heeft hij aan de gekste hardloopwedstijden meegedaan, van de Desert Run in Jordanië (in vier dagen door de woestijn naar de ruïnestad Petra) tot de Amazonian Rainforest Marathon in Brazilië. Hij besluit ter plaatse dat hij de volgende dag stapvoets en dik ingepakt over het ijs zal gaan. Ook andere ervaren lopers, met medailles van de Jungfrau-marathon, de Spitsbergen-marathon of de Jamaicaanse reggae-marathon in hun prijzenkast, beginnen wat zorgelijk te kijken.

Het is onze eigen schuld. De Polar Circle Marathon (`Running on the rocks') wás aangekondigd als `een wedstrijd voor de avonturiers', de tegenhanger van de andere Groenlandse marathon, die vier rondjes om de hoofdstad Nuuk behelst. Je kunt natuurlijk ook lopen in Rotterdam of Londen, maar er schuilt een grote aantrekkingskracht in de combinatie van een extreme loopwedstrijd met een vakantie op een exotische locatie – in dit geval de ruige natuur van Groenland. Vele reisbureaus hebben zich in de afgelopen jaren in dit soort marathonreizen gespecialiseerd. Zo ook het Deense Albatros Travel, dat drie jaar geleden de organisatie van de loodzware Great Wall Marathon in China (3700 treden) ter hand nam, en sindsdien behalve in het overzeese deel van het koninkrijk Denemarken ook marathons opzette bij Nairobi (aan de voet van de Ngong Hills) en in Indiaas Tibet (op 3500 meter hoogte).

Ongelukken zijn er nooit gebeurd, zeggen de vier montere Denen die zich het vuur uit de sloffen lopen voor de 65 deelnemers, afkomstig uit twaalf verschillende landen. Er is zelfs een arts uit Denemarken overgevlogen, om de enige verpleegster bij te staan die de 500 zielen tellende nederzetting telt. Geniet van de `pasta party' die vanavond in de Polar Bear Inn plaats heeft, en bedenk dat verse groenten en fruit normaal gesproken op Groenland onbetaalbaar zijn, aangezien ze per vliegtuig moeten worden aangevoerd. Neem morgen de tijd en hou er rekening mee dat je onder deze omstandigheden meer dan een uur bij je beste marathontijd moet optellen. En mocht het morgen net zo koud zijn als vandaag, dan zijn er langs het parcours om de tien kilometer tentjes met slaapzakken waarin je een eventuele onderkoeling kunt tegengaan tot de bezemwagen ter plaatse is.

We hadden ons geen zorgen hoeven maken, zo blijkt op de dag van de race. Als we 's morgens buiten komen, is het onder nul, maar regent het niet. In de verte, dat wil zeggen daar waar op dertig kilometer afstand de Groenlandse ijskap als een witte muur oprijst, zien we een wolkenloze hemel. Het mooiste nieuws komt wanneer we in een rammelende bus over de aarden weg naar de startplaats in de heuvels worden gebracht: boven de driehonderd meter is er sneeuw gevallen. Niet alleen een plaatjesmooi gezicht – de anders zo groezelige ijsmassa's en eindmorenen zijn bedekt met een laagje witte glazuur – maar ook de oplossing voor de gladheid op de ijskap. De meegenomen sokken-voor-over-de-schoenen kunnen bij de start achterblijven.

Alle andere kledingstukken – vier lagen inclusief windjack plus muts en twee paar handschoenen – moeten aan, want de eerste acht kilometer hebben we wind tegen. Nadat het startsein is gegeven, met het jachtgeweer dat iedere Groenlander bij zich draagt om zich te verweren tegen agressieve muskusossen, begint de klim naar de ijskap. Rechts van ons ligt de immense Russel Glacier, links zien we roestrode heuvels en groenzwarte gletsjermeren. De zon begint steeds harder te schijnen, de ijsformaties nemen tientallen kleuren blauw en wit aan, en al bij de eerste drankpost kan de muts af. Na de ijskap (het randje van een honderden meters dikke ijsdeken die zich duizend kilometer naar het oosten uitstrekt) dalen we met de wind in de rug weer af naar de Grote Fjord. Heuvel op heuvel af, dus ook veel andere kleding wordt uitgedaan, alsof we bezig zijn aan een arctische striptease.

De poolcirkelmarathon voert over Groenlands langste weg (30 kilometer), aangelegd door de firma Volkswagen, die ergens op de ijskap een Geheim Testcentrum schijnt te hebben. Verkeer is er niet, en omdat het deelnemersveld al gauw uit elkaar ligt, loop ik vrijwel in mijn eentje. Langs rivieren en watervallen, door de poolwoestijn (een soort duingebied waarin zich ter verhoging van het spektakel twee nooit opgeruimde vliegtuigwrakken bevinden), rondom de schilderachtige Sugar Loaf Mountain, en parallel aan het 18-holesgolfterrein dat een Amerikaan ooit in het gletsjerdal heeft aangelegd. Mijn tempo ligt laag, maar deze omgeving vraagt erom in alle rust bekeken te worden. Hoe moe ik na bijna vijf uur ook ben, ik kan een gevoel van spijt niet onderdrukken wanneer ik het finishdoek – gespannen tussen twee rode vliegtuigtrappen van Grønlands Fly – in zicht krijg.

's Avonds worden de prijzen uitgereikt. De Deense winnaar blijkt er meer dan drie uur over te hebben gedaan, en we betreuren maar één uitvaller: een Inuit (Groenlander van eskimo-afkomst) die een dag eerder zijn spieren te veel belast heeft bij de jacht op muskusossen. Tijdens het lopend buffet plannen we de invulling van de ene dag die we nog hebben voordat we via Kopenhagen weer naar huis vliegen. Een paar van de vaste excursies rondom Kangerlussuaq hebben we in de afgelopen dagen al gedaan: de sightseeing tour naar de fjordhaven en het sterrenkundig centrum(pje), de Musk Ox Safari (de score was drie van dichtbij), en de barbecue met Groenlandse specialiteiten als rendiervlees en geroosterde zalm. Blijft over: een wandeling over de bergrug die het kleine vliegveld beschut, en, voor de onvermoeibaren onder ons, een mountainbiketrip naar het meer in de buurt.

Sommigen zijn nog beter af: die hebben geboekt voor een aansluitende vierdaagse cruise naar Disko Bay, de belangrijkste kraamkamer van de Groenlandse ijsbergen. Met gepaste afgunst zien we de volgende dag vanuit onze hotelbarak hoe hun schip langzaam de fjord afvaart. Waarschijnlijk zullen ze morgen of overmorgen 's nachts ook nog de uitzinnige kleuren van het noorderlicht zien – iets waarvoor wij in Kangerlussuaq twee keer vergeefs zijn opgestaan. Maar ach, je kunt niet alles hebben, en zo hebben we twee goede redenen om hier nog een keer terug te komen.