Hotel Spookhuis

In de vorige aflevering: Hotel City in Scheveningen was ooit een bloeiend hotel. Sinds het in handen kwam van een Chinese zakenman, blijven de gasten weg. En de Nederlandse personeelsleden vertrekken.

Zaterdagavond, kwart voor acht. Op steenworp afstand van Hotel City fonkelen de lichtjes van het Fortis Circustheater in Scheveningen in de motregen. Vrouwen in lange jurken en te hoge hakken rennen zo goed en kwaad als dat gaat richting de ingang van het theater, waar vanavond de musical Aida is te zien. Hun mannen lopen op een drafje naast hen, houden een paraplu boven het kwestbare, zorgvuldig opgebouwde kapsel van hun eega's en roepen 'schiet nou toch óp, schatje' en 'waarom zijn wíj nou altijd weer de laatsten?' Maar zij hebben de voorstelling tenminste nog gehaald.

Dat geldt niet voor Henriëtte (37) en Blado (32) Horskamp. Ruim een halfuur na aanvang lopen zij mismoedig richting het theater, waarvoor ze al weken geleden hun toegangskaarten à 55 euro bestelden. 'Nou, dat wordt niets meer', blaast Blado zijn vrouw toe. 'Ja, alsof ík daar iets aan kan doen!', stampvoet zij.

Het stel was vanmiddag in hun woonplaats Groningen in de auto gestapt voor een 'weekendje er eens helemaal uit'. Een hotel reserveren hoeft niet, hadden kennissen gezegd, want rond het Circustheater 'stíkt het er van'. 'We gingen lekker op de bonnefooi, net als we vroeger deden als we een paar daagjes weggingen', zegt Blado. 'Ik zei nog dat we eerder weg hadden moeten gaan, maar toen moest de hond nog uit en...' Henriëtte maakt haar zin niet af en tuurt naar de verlichte gevel van het theater waarop het logo van Aida prijkt. 'Misschien vallen we er na de pauze wel heel gemakkelijk in', zegt ze hoopvol.

Tweeëneenhalf uur eerder was het stel bepakt en bezakt het City Hotel binnengelopen. Genoeg tijd om rustig in te checken, in bad te gaan en zich in de zelden gedragen galakledij te hullen, dachten ze. De Chinese medewerkster San Xiao Yu (30) had het opgetogen echtpaar hun kamer toegewezen. 'You can pick your lucky number', had ze gegrapt, wijzend op de geheel gevulde letterbak naast de bar waarin de sleutels van vrije kamers hangen.

Maar na een minuut of twintig was het stel naar de receptie gekomen. Ze hadden het er even over gehad. En bij nader inzien viel de kamer wat tegen. Normaal doen ze niet zo moeilijk, maar het toilet spoelde niet door en de gordijnen roken 'heel penetrant' naar sigaretten. En toen had Blado besloten: 'Ik ga er toch even een balletje over opgooien bij de receptie.' Henriëtte had er wat ongemakkelijk bij staan lachen, maar Blado kreeg zijn zin: ze mochten een andere kamer uitzoeken.

'Na drie kamers hielden we het voor gezien', vertelt Blado voor de gesloten deuren van het Circustheater. Hij lijkt weer boos te worden. 'Dat het zo'n spookhuis was in dat hotel, dat was natuurlijk al een slecht voorteken.' Pas een kwartier voor aanvang van de musical vonden de twee een kamer in een van de andere hotels in de buurt. 'Maar toen moest Hen zich dus nog helemaal omkleden.'

Met de noorderzon

In Hotel City haalt San Xiao Yu, die zich in Nederland Sala laat noemen, even later verontschuldigend glimlachend haar schouders op, als ze hoort dat de Horskampjes hun voorstelling niet hebben gehaald. Ze vindt het heel erg, zegt ze, maar wat kon ze doen? Ze hadden naar de baas gevraagd, maar die is er niet. De baas is terug naar China. Het zou voor twee weken zijn, maar hij is al een maand weg en niemand weet wanneer en óf hij terugkomt. Tot daar duidelijkheid over is, moeten Sala, haar Chinese collega's en het handjevol Nederlandse werknemers zichzelf zien te redden. De rekeningen stapelen zich op, gasten blijven weg en de wervende advertenties die de baas voor zijn vertrek in alle onschuld plaatste ('Chinese massage inbegrepen'), leverden louter 'hele vreemde' telefoontjes op, zegt Sala met lichte verbazing in haar stem. Zuchtend zet ze zich aan een tafel in het verlaten restaurantgedeelte, hult zich in stilzwijgen en plukt wat aan de plastic bloemetjes op tafel.

Vlekje

Maandagochtend, negen uur. Alsof ze nooit is opgestaan zit Sala aan hetzelfde tafeltje achterin het restaurant van het hotel. Haar collega, een Chinese 'uitwisselingsstudent' die zijn naam niet wil zeggen, scharrelt wat rond achter de bar. Nadat hij voor de vierde keer alle glazen stuk voor stuk tegen het licht heeft gehouden en ze met een theedoek heeft ontdaan van het geringste vlekje, neemt hij plaats aan een tafeltje verderop. Daar rookt hij sigaretten en roffelt hij verveeld met zijn vingers op het tafelkleed.

Als de deur piepend opengaat, neemt hij niet eens de moeite op te staan. 'Meestal willen ze alleen de weg maar weten', licht Sala toe en in gebrekkig Engels staat ze de bezoeker te woord. Het is een vertegenwoordiger van terrasmaterialen. 'Parasols, stoelen van weerbestendig en onderhoudsvrij kunststof en stoot- en uv-bestendige tafelnummers', somt de man op. Of het hotel belangstelling heeft voor een blik in zijn portfolio, want 'voor je het weet is het weer zomer'. Sala lijkt even op te leven van deze onderbreking van de ijzige stilte in het hotel. 'Coffee yes? Nice coffee for you?', vraagt ze de man. 'Please?'

Maar hij wil weten waar de baas is.

'No boss, no boss', antwoordt Sala hoofdschuddend.

'No boss, no money, no business', stelt de vertegenwoordiger vast. Met een klap valt de deur dicht. De sleutels rinkelen in de letterbak. M

Volgende maand: Nog maar een enkeling waagt zich aan een 'eerlijk biefstukkie'.

Aranka Klomp is redacteur van NRC Handelsblad.

Dieuwertje Komen is freelance fotograaf.

    • Aranka Klomp
    • Dieuwertje Komen