Homohoofdstad af

De Nederlandse homohoreca heeft het moeilijk. Homotoeristen bezoeken Amsterdam steeds minder. Barcelona en Londen hebben Amsterdam verdrongen als `homohoofdstad', schrijft Lukas Keijser.

Het gaat slecht met de Nederlandse homohoreca. Het Amsterdamse homocafé Havana sloot deze zomer haar deuren, net als de Eindhovense Danssalon waar veel gayfeesten werden georganiseerd. De hoofdstedelijke club More die op woensdag open was voor het roze uitgaanspubliek, is tegenwoordig op die dag te huur voor bedrijfsfeestjes. Op doordeweekse dagen zijn homobars en -cafés zo goed als uitgestorven. De beroemde discotheek iT ging dicht. Volgens eigenaar Edwin Kollenburg wegens de enorme huurverhoging en het aflopen van contracten. Maar ook, zo zei hij bij de sluiting, omdat ,,extravagant uit is''.

De feesten zijn inderdaad een stuk minder wild in vergelijking met de scene eind jaren tachtig, begin jaren negentig. Travestie was nog underground en avantgarde, net als house die toen al wel in de homodiscotheken volop werd gedraaid. Vernieuwing in het nachtleven kwam uit de gayscene. De feesten waren extravagant. Je zag er transseksuelen met blote geslachtsdelen, modderworstelende dwergen, en travestieten die tijdens een `culinaire nacht' bonbons maakten met een betonmolen en ossenhaas prepareerden met een kettingzaag. Op andere avonden werden bijvoorbeeld SM-performances gecombineerd met pornovideo's met priesters en scouts. Aan de muur hingen koeienkoppen van de slacht. Gymnasiumleerlingen werden uitgenodigd om te komen kijken. Ze stonden zij aan zij met leernichten. In RoXy vond een toen nog onofficieel homohuwelijk plaats waar bij wijze van trouwring gepierct werd op het plekje tussen het scrotum en de anus. Live op het podium.

Amsterdam kreeg in 1992, in die wilde tijd, de eretitel `gay capital', homohoofdstad. Het Parool kwam ermee in een artikel over promotie van Amsterdam onder homotoeristen in Amerika. Maar eind jaren negentig was het over. De iT bleef met travestieten komen, terwijl die al en masse in boerengehuchten op de bar dansten. Wie iets nieuws wil, moet tegenwoordig naar de heteroscene. Muziekstijlen als breakbeat, hardhouse en trance werden daar groot, maar bereikten de homoscene niet. Nieuwe uitgaansconcepten als lounge kwamen eveneens uit de heterohoek. De laatste piek was in 2000, in de gekraakte en inmiddels ontruimde Kalenderpanden. Lesbische bands speelden er rockmuziek, dia's werden geprojecteerd op witte boterhammen die aan de muur waren gespijkerd. Achter luxaflex met de letters S.E.K.S. erop geschilderd, was de darkroom.

Een voorbeeld van een homobar nieuwe stijl is Soho in de Reguliersdwarsstraat. Soho is een groot uitgevallen imitatie van een chique Engelse pub. Het is een populaire bar. Maar het bezoek is er opvallend doorsnee: jongens in schutkleuren en niet zelden met een bril. De mainstream muziek van Kylie Minogue klinkt er door de speakers. Nu het loungen in de heteroscene een beetje over haar hoogtepunt heen is, is er naast Soho een homolounge werd geopend: ARC

Homotoeristen laten het meer en meer afweten. Weliswaar regende het tijdens de laatste editie van de jaarlijkse grachtenparade canal pride, waardoor deze maar 100.000 bezoekers trok in plaats van 250.000, maar er lijkt meer aan de hand. Uit een recent onderzoek van de VVV blijkt dat tegenwoordig nog maar 2,4 procent van de bezoekers aan Amsterdam een `gay attractie' bezoekt. In 1997 was dat nog 5 procent. Omdat het totale aantal toeristen dat Amsterdam bezocht in dezelfde periode jaarlijks met zo'n 5 procent steeg is het absolute aantal gay-toeristen met 35 procent gedaald.

Wat ging er mis? Het buitenland haalde haar achterstand in. Londen, Parijs en Barcelona zijn nu ook vooruitstrevender, en bovendien tegenwoordig goedkoop bereikbaar met afgeprijsde vliegtickets. ,,Daardoor is het coming-out toerisme verdwenen'', zegt Mattias Duyves. Duyves studeerde onder meer stadssociologie en is betrokken bij non profit gay-organisaties als GALA (Gay and Lesbian Association) en HELPA (Homo en Lesbisch Platform Amsterdam). Vroeger gingen homotoeristen naar Amsterdam omdat ze hier in tegenstelling tot thuis hun gang konden gaan. Wat betreft homoseksualiteit, maar ook als het gaat om fetisjismen. De leerscene was er bijvoorbeeld uitgebreid, terwijl deze in de buitenlandse steden tot voor kort niet bestond of ver weggestopt was in achterafstegen.

Tegenwoordig kunnen homotoeristen `thuisblijven'. Sterker: ze blijven liever thuis. De steden zijn groter, de scene daardoor ook. Discotheek Heaven in Londen, bijvoorbeeld, is weliswaar niet de meest vooruitstrevende uitgaangelegenheid, maar wel vele malen groter dan de Nederlandse homoclubs. Barcelona heeft niet één discotheek ter grote van de iT, maar vier. Ze heten alle vier Arena, drie ervan liggen bij elkaar om de hoek, en ze worden allemaal goed bezocht. En Berlijn biedt dagelijks talloze gayfeesten, terwijl er in Amsterdam per avond meestal maar één feest is.

Bovendien legt de gemeente Amsterdam de laatste jaren het nachtleven aan banden. Voor de gayscene betekende dat bijvoorbeeld dat er op straat niet meer gedronken mocht worden. Straten als Reguliersdwarsstraat en Halvemaansteeg, in de zomer altijd erg druk, versaaiden hierdoor. Organisaties van feesten of evenementen kregen geen vergunningen in tegenstelling tot een stad als Rotterdam waar ze popelen om evenementen binnen te halen. Afterparties mogen maar sporadisch plaatsvinden.

,,Waar moet ik naartoe?'' vraagt een homotoerist 's nachts op straat. Het antwoord luidt `nergens'. Tussen vijf en zeven is alles gesloten. In Barcelona kun je doorfeesten tot de stranden alweer vol liggen.

,,Het is de laatste coming out-fase'', zegt Duyves. ,,We hebben alles gezien, niets is meer nieuw. De toerist wordt zapper, de wereld één grote gaybar. Amsterdam is nog slechts een van de steden die bezocht moet worden.''

Toch heeft Amsterdam nog altijd een voorsprong. Er zijn veel voorzieningen en de seksuele vrijheid is nog altijd ongeëvenaard. Dat wordt niet alleen duidelijk door het homohuwelijk, aldus Mattias Duyves: ,,We hadden hier een man die over smaak van sperma praat, kandidaats-premier was en op handen werd gedragen.'' De Amsterdamse politiek lijkt zich weer met de homoscene te gaan bemoeien. Schafte Van der Aa in 1999 het homobeleid af, Oudkerk van de PvdA is weer in gesprek met homobelangenverenigingen. De VVD is onder leiding van Annelize van der Stoel voor het eerst de grootste politieke partij in het stadsdeel centrum. Zij zijn minder tegen evenementen in de binnenstad en voor vrijere openingstijden en meer ruimte voor de consument.

De Amsterdamse homoscene zocht in de afgelopen maanden zoekt naar nieuwe initiatieven om de versaaide gayscene op te peppen. Op de zogeheten Art Launch in Paradiso werd progressieve techno gedraaid, een muziekstijl die nauwelijks in de homoscene te horen is. Roy Avni organiseert mixed electrofeesten. Hij wilde iets ondernemen in plaats van klagen. Jeroen Flamman, bekend van onder meer de gabberformatie Party Animals en de valszingende tweeling van het nationale songfestival Double Date, komt met maandelijkse gayfeesten in Mazzo. De iT gaat ook weer open, onder leiding van een nieuw team.

Siep de Haan van Gay Business Amsterdam (GBA): ,,We zitten in een dipje, dat moeten we erkennen. We moeten met z'n allen in een rouwproces, we krijgen het nooit terug. Maar als er weer een paar voortrekkers komen, dan moet het weer lukken.''

De titel `homohoofdstad' lijkt voor Amsterdam niet meer haalbaar. ,,Het is meer de gay village van Europa geworden,'' zegt De Haan die met GBA onder meer verantwoordelijk is voor onder meer de jaarlijkse Canal Pride. Ooit veroorzaakte deze parade nog opschudding wegens het vermeende teveel aan bloot. Tegenwoordig staat ze ter discussie door het te keurige karakter.

    • Lukas Keijser