HETE GLASSPLINTERS IN JE LONGEN

Hoe is het om te koersen bij 46 graden celsius? Peter Winnen, die in 1992 stopte als prof, nam dit najaar deel aan de Ronde van Senegal. De wieler-karavaan leidde tot afstandelijke verbazing bij de lokale bevolking. Maar de passie bij de renners was er niet minder om.

Maître Abdoulaye Wade, president van de République du Sénégal, had een paar uur van zijn kostbare tijd uitgetrokken om na de ronde, tijdens de slotceremonie op de Place de l'Indépendence, mooie woorden tot de aanwezigen te richten. Hij feliciteerde de organisatoren. En hij richtte zich tot de Senegalese wielrenners. 'Jullie, de beoefenaren van een extreme uithoudingssport, jullie zijn moedige jongens.' Hij vertelde er bij dat hij deze conclusie wel mocht trekken op grond van zijn eigen ervaringen op de hometrainer ('een fiets die niet beweegt maar toch draait').

Ten slotte deed de president een belofte. Hij zou niet aarzelen hulp te bieden bij het oplossen van eventuele problemen. 'Ik verzeker jullie dat, als God ons het leven laat tot de volgende ronde in 2003, deze totaal anders zal zijn, máár beter.'

Vooraf had ik me goed ingelezen. Maître Abdoulaye Wade werd op 17 maart 2000, bij zijn vijfde kandidaatstelling, na twintig jaar felle oppositie en twee interneringen, gekozen tot president van de République du Sénégal. Zijn slogan is sopi, het Wolof-woord voor verandering. De nieuwe president werd binnengehaald als een Verlosser. 'De dag dat ik sterf, zal dat zijn in een ander Senegal', verklaarde Maître Wade kort na zijn uitverkiezing'.

Sopi, of verandering dus. In dit proces was een belangrijke rol aan de sport toegekend. Vandaar ook dat de staat een twee weken durende trainingsstage in Marokko had gefinancierd, opdat de Senegalese wielrenners zich optimaal op de nationale ronde konden voorbereiden.

De ronde van 2003 zou totaal anders moeten worden, maar beter. Was er dan iets mis met de editie van 2002? De lijst van sponsors en partners telde liefst veertig deelnemers. Van bierbrouwerij tot projectontwikkelaar, van dagblad tot televisiemaatschappij, van hotelketen tot reisagentschap. Maar ook: la République de Chine (Taiwan), le Présidence de la République en l'Armée de l'Air.

Syndiély Wada, de dochter van de president, reisde met de karavaan mee om voor een adequate mediadekking te zorgen: 24 miljoen cfa-francs (23.000 euro) had de overheid geïnvesteerd in apparatuur, een helikopter, een Fokker, en een klein transportvliegtuigje. Alleen zo kon 'la petite reine' uitgroeien tot een evenement van grote allure.

Elke avond werd een uitgebreide samenvatting van de ronde uitgezonden op de televisie. Heel stemmig, zonder commentaar, met een enigszins zwoel achtergrondmuziekje. Wij, de wielrenners, keken er naar. Maar keken er ook anderen? Na een paar dagen trok ik de voorzichtige conclusie dat de wielerkaravaan als een wezensvreemd element door een Afrikaanse natie reed.

De Senegalezen hadden belangrijkere zaken aan hun hoofd. Overleven bijvoorbeeld. Of voetbal, dat leefde in de harten van de mensen. En muziek, altijd muziek.

Ik sprak Syndiély Wada de eerste dag van de ronde. 'Aha, een vorm van participerende journalistiek, welkom', zei ze nadat ik had uitgelegd dat ik niet alleen deelnemer was aan de wedstrijd, maar ook meedeed als auteur.

Wat zocht ik in dit land, in deze ronde? Het avontuur, inspiratie? Ik was in elk geval niet gekomen om mijn palmares op te poetsen. Niet op mijn leeftijd. Ik had me consciëntieus in vorm getraind. Maar dat was eerder om de rit van het begin tot het einde uit te kunnen zitten. Zocht de romantische ziel dan een andere, een zuiverder sportbeleving dan die in de technocratische sportwereld in Europa? Ik was nieuwsgierig, zoveel was zeker. Maar waarnaar? Misschien zocht ik wel naar het antwoord op deze vragen: hoe kan de Afrikaanse wielersport überhaupt bestaan? Wat bezielt een Afrikaan om op een racefiets te stappen? Heeft hij ambities, een droom? Want daar begint het toch altijd mee, met een droom.

Ik reed niet in de Nederlandse ploeg. Op mijn uitdrukkelijke verzoek had Michel Thioub, de grote organisator uit Dakar, me geplaatst in een Afrikaanse ploeg, de ploeg Sénégal Mixte. De ploeg deed haar naam eer aan. De leden: Michael Pauly, woonachtig in Dakar, getrouwd met een Senegalese, maar wel degelijk een vroeg grijzende, blanke Amerikaan. Johan Tournabien, blank, Fransman met Afrika-ervaring. Sebastien Duclos, Breton. Ook Afrika-ervaring en blank. Winnaar van de editie 2000. Ondergetekende, rossig. Factor 25 en hoger. Alfa Cissé, Senegalees campionissimo op retour. Zwart. Evariste Tschoupé, o Evariste Tschoupé, goedmoedige slanke reus uit Kameroen, in zijn hoofdstad taxichauffeur voor het dagelijks brood. Heel erg zwart. Jean-Claude Camera, ploegleider, masseur, manusje van alles. Oud-wielrenner. Gedreven tot op het bot. Donkerbruin.

Sénégal Mixte weerde zich goed in de koers. Na drie dagen stonden we vijfde in het ploegenklassement. Vóór Sénégal a en Sénégal b. Voornamelijk door toedoen van de Bretonse en Franse inbreng. Er was ook veel pech. De Amerikaanse huid was afgepeld door een valpartij. Het Senegalese bloed in de ploeg, Alfa, reed de laatste 25 kilometer van de tweede etappe uit op een lekke band, en liep een fatale tijdshandicap op. Evariste Tschoupé viel, reed bijna dagelijks lek. Hij geraakte in een geestesgesteldheid die het midden hield tussen fatalisme en fanatisme. Ploegleider Jean-Claude had voortdurend trammelant met zijn auto. Hij was niet eens in staat geweest om de eerste etappe als ploegleider te volgen. Overigens was het wagenpark, een twintigtal pick-up trucks, een geschenk van de Taiwanese regering.

Koersen in Afrika, dat betekent tussen de benen van je voorgangers loeren om je op tijd gereed te kunnen maken voor de sprong. In het asfalt bevinden zich ontelbare kraters waar een kind in zou verdwijnen. Koersen in Afrika, dat betekent vroeg opstaan. Vóór de grootste hitte wil men het peloton binnen hebben. Koersen in Afrika, dat betekent vertraging. Op het heetst van de dag moest het peloton nog aan de finale van de etappe beginnen. Dat lag niet aan de coureurs, maar aan de officials die te laat ontwaakten.

Ik herinner me de verzuchting van organisator Michel Thioub: 'Les femmes, toujours les femmes'. Dat was nog in het begin, in het resort Savanna in Saly Portudal aan de Atlantische kust. Maar voor de rest kan ik niet anders zeggen dan dat er georganiseerd werd met een nooit eerder door mij waargenomen passie. Koersen in Afrika, dat is kijken naar moslimwielrenners die het gebed benutten als cooling down fase.

De karavaan trok het binnenland in. Sénégal Mixte kreeg een Afrikaanse behandeling. Terwijl het Europese gedeelte van het peloton in hotels werd ondergebracht, moest Afrika het met minder stellen. In Kaolack overnachtten de Afrikanen in een Katholiek missiehuis, in Tamba- counda een zo genoemd Centre de Formation. Wat voedsel betreft bestond er weinig verschil tussen de twee. Zowel blank als zwart Afrika gaf zich in de nachtelijke uren over aan het achterwaarts uitspugen van vieze dunne, onwelriekende drab.

Op een slaapzaaltje van het Centre de Formation in Tambacounda tekende zich het begin van een opstand af. De Senegalezen waren het beu. Hoe konden zij zich in godsnaam meten met de Europeanen die in de goede hotels waren ondergebracht? Men voelde zich gediscrimineerd door eigen volk.

Men was vooral de professionals van Sella Italia beu die tot dan toe alle ritten hadden gewonnen en alle leiderstruien in bezit hadden. 'Zij zuigen de ronde uit, zij zuigen ons uit! Eén armzalig trainingskampje in Marokko is niet voldoende om ons te kunnen handhaven op eigen bodem!' Mijn ploegleider Jean-Claude mengde zich in de discussie. 'Vergeet de Italianen, vergeet de Europeanen. Strijdt! Jullie hebben toch kloten aan je lijf. Strijdt, zoals ik vroeger gestreden heb. Ik heb Michel Thioub nog verslagen in zijn beste dagen!' Er volgde instemming, er volgde hoongelach.

Twee mij onbekende mannen luisterden rustig naar de grieven van de coureurs. Zij slaagden er ten slotte in de rust op het slaapzaaltje terug te brengen. Volgens Michael Pauly waren het twee afgevaardigden van een sponsor van de ronde. Mannen met een wielerhart, mannen met invloed.

Een dag later hielden de Italianen zich koest. Clédor Boissy van Sénégal b won, na een angstaanjagende solo door een angstaanjagende hitte, de etappe naar Goudiri. En verrassend genoeg hoefden zwart én blank Senegal niet terug te keren naar het Cen-

tre de Formation in Tambacounda. Er was gereserveerd in het luxe 'Campement Safari', waar de overwinningsvreugde alle ruimte kreeg.

Evariste Tschoupé deed wat hij elke dag deed: hij waste de shirts en de koersbroeken van Sénégal Mixte. Dat had hij zichzelf opgelegd: voortdurende tegenslag in de koers had hem tot een nutteloos element in de ploeg gemaakt. In het Centre de Formation had Evariste zich afzijdig gehouden van de commotie. Nu sprak hij. 'Het ontbreekt ons aan alles in Afrika. Wij hebben geen kader, wij hebben geen kennis, wij hebben geen geld. In Kameroen ben ik taxichauffeur. Als ik koers, verdien ik nauwelijks iets. Als ik train verdien ik helemaal niets. Wat moet ik doen, stoppen met de sport? Maar ik ben een gepassioneerd wielrenner. Ik lees de Europese sportbladen. Daar wil ik naar toe, naar Europa. Daar wil elke Afrikaan naar toe. Wij willen ons ontwikkelen tot het hoogste niveau. En leven van de sport. Maar ik denk voortdurend aan stoppen.' Toen volgde een vraag: 'Denk je dat ik goed genoeg ben voor Europa?'

Koersen in Afrika. Volgens medici is een omgeving waarin het warmer is dan de lichaams- temperatuur onbewoonbaar. Zo'n omgeving is de savanne van Oost-Senegal. Op weg naar Bakel trok het peloton zich weinig van deze stelling aan. De koers was fel als op alle andere dagen. Op sommige momenten gaf de thermometer op mijn fietscomputer 46 graden aan. Dat is hete glassplinters inademen. Ik liet me afzakken tussen de auto's. Jean-Claude zag ik niet. Achter de kopgroep zeker. Ik kreeg water uit een andere auto. De waarschuwing dat het lokaal water was en dus ongeschikt voor de Europese maag, sloeg ik in de wind: ik dronk. Iets eerder in de koers had ik de thermostaat in mijn hoofd opgeblazen. Ik rilde en had het gevoel te bezwijmen.

Volgens de medici moet warmtestuwing niet worden verward met een zonnesteek. Een zonnesteek treedt op bij directe straling van de zon op het blote hoofd. Een zonnesteek kon het niet zijn met die pothelm op. Dan was het warmtestuwing waaraan de pothelm nog een steentje bijdroeg.

Het tempo in mijn pelotonnetje lag laag. Wij allen, zwart even goed als blank, zwabberden onvast over het wegdek. Bij warmtestuwing geven medici het advies zo snel mogelijk een koele plaats op te zoeken. Dat ging moeilijk. De enige schaduw was onze eigen schaduw. Bovendien, Bakel lag twintig kilometer verderop in de geblakerde vlakte. Vreemd genoeg voelde ik me kalm, op een vrolijke manier vredig. In de boeken heb ik het later niet terug kunnen vinden, maar ik vermoed dat die vrede ook iets met oververhitting te maken heeft gehad.

In Bakel waren de gemoederen anders aardig op het niveau van de omgevingstemperatuur geraakt. Johan Tournabien en Sebastiën Duclos bekvechtten met Jean-Claude. Waar die in godsnaam had uitgehangen? Dertig kilometer hadden ze zonder water gezeten. Op uitdrogen hadden ze gestaan.

Toen kwam Michael over de streep, uitgeloogd en uitgeput. Had Jean-Claude de hele dag niet gezien. 'Fuck you', beet hij Jean-Claude toe. Mijn vredige hoofd registreerde het ontploffen van Jean-Claude. Hij schreeuwde in een taal die ik niet kon verstaan. Omstanders probeerden hem tot bedaren brengen. Uit de speakers knetterde ondertussen onophoudelijk een stem over de zwarte menigte in de straten van Bakel. Bakel was wél uitgelopen voor de Tour du Sénégal. Voor de eerste keer zag ik het. Dit was het authentieke Afrikaanse wielrennen. Heet, verhit en massaal.

Michael had de vreemde taal van Jean-Claude overigens goed verstaan. Hij wilde er niet veel over kwijt. Hij mompelde 'it was a black and white thing'. Hij zou nog wel een keer met Jean-Claude praten, maar voorlopig even niet.

De luchtmacht van Senegal vloog het peloton nog dezelfde middag in drie porties over naar Saint-Louis. Daar aan de Atlantische kust was het met 33 graden helaas een stuk koeler. Jean-Claude werd achtervolgd door de duivel. In de nacht had hij de volle 600 kilometer afgelegd in een pick-up zonder koplampen. Zelfs de dashboardverlichting was uitgevallen.

Een dag na de ronde trof ik Michel Thioub in tuin van de Nederlandse ambassade. Hij vroeg naar mijn ervaringen. Naar eer en geweten antwoordde ik hem dat ik naar huis zou terugkeren als een verzadigd mens. Michel zei dat de ronde op hoog niveau geëvalueerd ging worden. De ronde van 2003 zou er totaal anders, maar beter uit zien. Toen ging zijn mobieltje af. Michel trok zich terug in een hoek. 'Dat was mijn vrouw', zei hij even later. 'Ze wil weten met wie ik nu getrouwd ben, met de ronde of met haar.'

Evariste Tschoupé ging door naar de ronde van Burkina Faso.

Ik gaf hem alles mee wat ik over had aan vitaminepreparaten, glucosepoeders, eiwitpoeders, isotone-poeders, diarreeremmers, energierepen, reservebanden, koershandschoenen, een bril, enzovoorts.

Terug in Nederland vond ik een website waarop ik zijn verrichtingen in Faso kon volgen. Hij begon matig, maar zakte steeds verder weg. Ik begon te vrezen dat hij in gedachten al achter het stuur van zijn taxi zat. M

Peter Winnen was wielrenner en is publicist.

Chris Keulen is freelance fotograaf.

    • Peter Winnen