Geloof en ratio 4

Klassiek historicus Anton van Hooff schijnt te vooronderstellen dat in elk geval de christenen van de eerste vier eeuwen van onze jaartelling niet in staat waren na te denken (NRC Handelsblad, 24 december). Het ontgaat deze historicus dat in het Nieuwe Testament zowel de verhalen over wonderen als de verhaalde wonderen zelf een ander karakter hebben dan die van Apollonius van Tyana. Hij ziet niet dat de titulatuur rond het keizerschap bewust door de schrijvers van het Nieuwe Testament gebruikt is en geherinterpreteerd. Hij suggereert dat het retorische spreken van Tertullianus typerend is voor het christelijk denken van die tijd. Zijn vraag of een ingeving van keizer Constantijn verantwoordelijk is voor de eindzege van het christendom is even later in de tekst zonder meer een zekerheid: Constantijn had een slechte nacht gehad, vandaar de opbloei van het christendom. Alsof één al of niet slapeloze politicus hoe machtig ook, een hele cultuur kan veranderen. Discussies over het christendom horen thuis in het publiek debat. Maar laat de discussie enig niveau hebben.

    • Dr. André Lascaris