Folly

De boodschap rukt op in het publiek domein: reclame- makers, kunstenaars en voorlichters proberen de aandacht van de burger te vangen. Delta Lloyd doet dat met een Hans-en-Grietje-cafeetje voor het nieuwe hoofdkantoor.

Voor de toren van Delta Lloyd in Amsterdam staan twee beveiligingsbeambten een sigaretje te roken. Stiekem, want het rookverbod geldt niet alleen in de 115 meter hoge toren, maar ook op het voorplein. Rokende werknemers zijn een rotgezicht voor klanten en bezoekers, die moeten dus naar het junkenhok op de 23ste verdieping.

Imago, daar gaat het om in de zakenwereld, en dat imago houdt niet op bij de voordeur, bedrijven rekenen tegenwoordig de directe omgeving nadrukkelijk tot hun domein. Toen Delta Lloyd Vastgoed een stedenbouwkundig plan maakte voor het oude fabrieksterrein bij het Amstelstation, was vanaf het begin duidelijk dat er een `speels element' moest komen. Tussen de drie wolkenkrabbers – Rembrandttoren, Breitnertoren (Philips) en Mondriaantoren (Delta Lloyd) – wilde projectmanager Rob Brand een ornament: ,,Iets dat een warm gevoel oproept. In een modern huis met een moderne inrichting is het ook leuk om iets antieks neer te zetten.''

En dus ziet de treinreiziger die vanuit Utrecht komt sinds kort een klein bakstenen huisje staan tussen de pracht der macht. Blinkend staan de houten kozijnen in de verf, de voegen tussen de bakstenen zijn vlijmscherp, Hans en Grietje zouden elk moment naar buiten kunnen komen. Om het huisje staan veertig platanen, elk in een reusachtige bloembak die 's avonds van onder wordt aangelicht zodat ze lijken te zweven boven het gele gravel.

Een folly is de eerste indruk van de treinreiziger, een bouwkundige dwaasheid die louter voor het genoegen is neergezet. Maar nutteloos is het gebouwtje niet: deze maand opent een café-restaurant hier zijn deuren, want een vastgoedontwikkelaar wil rendement zien. En de vorm is ook al niet ingegeven door een gril, het is een replica van het Blookerhuisje, de portierswoning van de gelijknamige cacaofabriek die hier gevestigd was.

,,Voordat we het geschiedenishuisje sloopten, hebben we het helemaal gefotografeerd en opgemeten'', zegt Gerard Beekman, de andere projectontwikkelaar die erbij betrokken was. ,,Wat er nu staat is beter dan het was: dubbel glas, een kelder eronder voor de installaties, een van de ramen is vervangen door een pinautomaat. Bovendien hebben we er een koperen dak op gelegd in plaats van pannen, want door de torens krijg je allemaal vreemde rukwinden.''

Café-restaurant Blooker is een teken, een geruststellende boodschap aan de voorbijgangers: stil maar, het is hier gezellig, kleinschalig, vriendelijk. En die onheilspellende wind van de moderniteit die u voelt, dat verbeeldt u zich maar.

Bakstenen als postmodern citaat. Alhoewel citaat een wat groot woord is voor dit huisje, het is eerder een quootje, een zinnetje dat lekker klinkt maar waaraan je niet te veel betekenis moet toekennen. Als Delta Lloyd serieuze belangstelling voor het verleden had gehad, dan zouden ze villa Omval hebben beschermd, de villa op het fabrieksterrein waarvoor de Amsterdamse Raad voor de Monumentenzorg in de bres sprong. Maar die villa werd begin 1997 zonder scrupules tegen de vlakte gegooid.

Het Blookerhuisje staat dan ook niet model voor het historische bewustzijn van Amsterdam, maar voor de hoofdstedelijke hang naar gezelligheid en bruine cafés. ,,Wij wilden een mooi plein, niet zoiets onherbergzaams als het Rotterdamse Schouwburgplein waar ze wat ja-knikkers neer hebben gezet'', zegt Rob Brand. ,,U bedoelt het ontwerp van Adriaan Geuze, Nederlands beroemdste landschapsarchitect?'' ,,Dat is nu net wat ik bedoel.''

De eigenaars van het café willen een mobiele golfkooi op het plein zetten om nog meer sfeer te scheppen. Dat zal op weinig verzet stuiten, want de wegen, fietspaden en trottoirs worden half januari weliswaar overgedragen aan de gemeente Amsterdam, maar de ondergrond blijft stevig in handen van Delta Lloyd. De openbare ruimte verandert langzaam in een huiskamer, het wachten is op een rookverbod voor het hele gebied.

    • Tijs van den Boomen